Genealogie: waar beginnen?

Heeft u hulp nodig bij genealogisch onderzoek? Bent u een beginner die een stamboom wil opmaken of eerder een expert die een familiegeschiedenis wil opstellen? Raadpleeg dan zeker onze zoekwijzer om u op weg te zetten!

Het Rijksarchief biedt de voornaamste genealogische bronnen – parochieregisters en registers van de burgerlijke stand – online aan. Maak hier kennis met deze basisbronnen én de beginselen van de genealogie!

Basisbronnen

Bij het opstellen van een genealogie begin je met je eigen persoonsgegevens om nadien op te klimmen naar je ouders, grootouders, overgrootouders, betovergrootouders, enz. Omwille van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer worden de gegevens van de burgerlijke stand pas na verloop van tijd openbaar: overlijdensakten na 50, huwelijksakten na 75 en geboorteakten na 100 jaar. De eerste decennia moet je bijgevolg zelf overbruggen met behulp van trouwboekjes, doodsbrieven, bidprentjes, grafschriften,…

Registers van de burgerlijke stand

Van zodra je aanknopingspunten hebt die ouder zijn dan 50 jaar, kan je in de registers van de burgerlijke stand aan de slag. Die worden in elke gemeente door de ambtenaar van de burgerlijke stand bijgehouden en bevatten in chronologische orde de akten van geboorte, huwelijk en overlijden. Meestal zijn die in aparte reeksen samengebracht. Soms worden de verschillende aktetypes door elkaar geregistreerd. De registers worden in tweevoud opgemaakt: één exemplaar blijft in de gemeente, het andere gaat naar de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en wordt daarna naar het Rijksarchief overgebracht. De registers van de burgerlijke stand beginnen omstreeks 1796-1797, het jaar V van de toenmalige Franse tijdrekening.

Geboorte-, huwelijks- en overlijdensakten, opgemaakt als rechtsgeldig bewijsstuk, vormen de basisdocumentatie voor genealogisch onderzoek na 1796.

  • Een geboorteakte vermeldt naam, voornamen, geslacht, plaats, datum en tijdstip van de geboorte van een kind. Verder bevat de akte ook de namen en woonplaats van de ouders. Soms worden ook hun beroep en leeftijd meegedeeld. In veel gevallen verschilt de aktedatum (de aangifte) van de geboortedatum.

    ...
  • Een huwelijksakte bevat naam, voornamen, beroepen, leeftijd, geboorteplaats en -datum evenals woonplaats van het echtpaar. Ook naam, voornamen, beroep, leeftijd en woonplaats van de ouders en getuigen worden opgenomen. Belangrijk is dat de akte vermeldt of en bij welke notaris er een huwelijkscontract werd opgemaakt.

    ...

    Huwelijksbijlagen

    De stukken die de ambtenaar van de burgerlijke stand voor het voltrekken van een huwelijk ontvangt om te beoordelen of aan alle vereisten voldaan werd, vormen de huwelijksbijlagen. Hierin vind je uittreksels van de geboorteakten van bruid en bruidegom en van overlijdensakten van hun ouders of van een vroegere echtgenoot/echtgenote, getuigschriften over de militaire dienst, akten van toestemming voor het huwelijk of attesten van afgeleverde huwelijkscontracten. Opgelet: van het dossier met huwelijksbijlagen is slechts in één exemplaar opgemaakt en wordt bewaard bij de rechtbank, en na overdracht in het Rijksarchief. Omwille van hun omvang worden de bewaarde huwelijksbijlagen niet gedigitaliseerd of online ter beschikking gesteld. Met specifieke vragen kan je terecht in het Rijksarchief waar de documenten bewaard worden.

  • Een overlijdensakte vermeldt van de overledene: naam, voornamen, woonplaats, beroep, leeftijd, plaats van geboorte en datum van overlijden. De akte bevat ook informatie over een eventuele partner, de getuigen die het overlijden bevestigen, en eventueel de ouders van de overledene.

    ...
  • Op de akten van de burgerlijke stand worden jaarlijks alfabetische indexen gemaakt, die vervolgens in de griffie van de rechtbank worden verwerkt tot de zogenaamde tienjarige tafels (1851-1860, 1861-1870, enz.). Deze indexen, ook online beschikbaar, vormen een handig hulpinstrument, ook al zijn ze soms niet strikt alfabetisch, maar worden de namen enkel op de eerste letter van de familienaam gerangschikt.

    ...

    Omdat alle indexen op parochieregisters en burgerlijke stand per gemeente werden opgemaakt, dien je te achterhalen in welke parochie of gemeente de akte werd geregistreerd. Over het algemeen is dat (voor een huwelijksakte) de woonplaats van de bruid. In de index of tienjarige tafel van de betrokken parochie of gemeente zoek je de datum en/of het volgnummer op van de akte en vervolgens zoek je in het aangegeven register de akte op. Met de hierin gevonden namen en data ga je weer terug naar de indexen en tienjaarlijkse tafels en zo verder tot je bij de oudste (bekende) voorouders bent aanbeland.

Parochieregisters

Eenmaal de kaap van het jaar 1796 voorbij, moet je op de parochieregisters (doop-, trouw- en begraafboeken), opgemaakt door pastoors, overstappen. Vanaf de 16de eeuw werden de parochiegeestelijken verplicht om dopen, huwelijken en overlijdens/begrafenissen te registreren. Veel van deze registers vangen pas aan tussen 1610 en 1630 en talrijke registers gingen verloren. Hou er rekening mee dat vaak de datum van het doopsel of de begrafenis en niet de datum van geboorte of overlijden vermeld worden.

Parochieregisters, meestal opgemaakt in (eenvoudig) Latijn, bevatten doorgaans minder gestandaardiseerde informatie dan de registers van de burgerlijke stand.

In het laatste kwart van de 18de eeuw is de opgenomen informatie vaak uitgebreider: naam van de vader van de huwelijkspartners, herkomst van bruid en bruidegom, handtekeningen van de partners en getuigen, omstandigheden van het overlijden,… Dopen van onwettige kinderen (illegitimi) worden soms apart geregistreerd.

  • Doopakten: naam van het kind, doopdatum en namen van ouders, meter en peter

    ...
  • Huwelijksakten: huwelijksdatum en namen van bruid en bruidegom en getuigen

    ...
  • Begrafenisakten: naam van de overledene, datum van het overlijden/begrafenis en gegevens over verwantschap.

    ...
  • Naast doop-, huwelijks- en begrafenisakten komen er in de parochieregisters sporadisch ook andere documenttypes voor. In lijsten van communicanten, vormelingen en biechtelingen werd geregistreerd aan wie de sacramenten van het vormsel, eucharistie en biecht werden toegediend. De status animarum (staat van de zielen) is een interessante bron, die een overzicht geeft van de huisgezinnen in een parochie, met inlichtingen over de leeftijd van de gezinsleden, het al dan niet vervuld hebben van de paasplicht, enz.

  • Op de parochieregisters zijn in de tweede helft van de 19de eeuw per gemeente alfabetische toegangen gemaakt. Deze ‘klappers’ of indexen zijn gerangschikt op familienaam. Zij verwijzen meestal naar een datum, bladzijde of volgnummer in het oorspronkelijke register. Sommige geven meer gegevens, zoals de naam van de ouders in de doopakte. De kwaliteit van deze 19de-eeuwse indexen kan nogal verschillen. De laatste jaren werden door vele vrijwilligers nieuwe, meer gedetailleerde toegangen opgesteld, waarin bijvoorbeeld voor de dopen de kinderen per gezin zijn gerangschikt.

    ...

    Omdat alle indexen op parochieregisters en burgerlijke stand per gemeente werden opgemaakt, dien je te achterhalen in welke parochie of gemeente de akte werd geregistreerd. Over het algemeen is dat (voor een huwelijksakte) de woonplaats van de bruid. In de index of tienjarige tafel van de betrokken parochie of gemeente zoek je de datum en/of het volgnummer op van de akte en vervolgens zoek je in het aangegeven register de akte op. Met de hierin gevonden namen en data ga je weer terug naar de indexen en tienjaarlijkse tafels en zo verder tot je bij de oudste (bekende) voorouders bent aanbeland.

Raadpleging

Parochieregisters

Alle vroegmoderne parochieregisters in het bezit van het Rijksarchief en zo goed als alle registers die elders bewaard worden, werden gedigitaliseerd en zijn online raadpleegbaar. In totaal zijn er voor het grondgebied van het actuele België ruim 28.000 registers uit de periode voor de invoering van de burgerlijke stand (vóór 1796) bewaard. Informatie over lacunes is belangrijk en wordt op de website zoveel als mogelijk aangegeven om onnodig zoeken te vermijden. Hierbij moet rekening gehouden worden met het volgende:

  • Oorlogen, branden en natuurrampen leidden tot veel verliezen. Vooral de Franse Revolutie en de twee wereldoorlogen veroorzaakten grote schade. In vele gevallen is niet meer geweten hoe of waar de parochieregisters verloren gingen.
  • Soms verwierf een kapel in de loop van de 17de of 18de eeuw volledige of gedeeltelijke parochierechten. Dat verklaart waarom er pas op een latere datum registers voorkomen. Hier gaat het niet om een lacune, te wijten aan verlies, maar om een laattijdige oprichting van een parochie. Het kan zinvol zijn om dan te zoeken in de registers van de moederparochie (waaruit de nieuwe parochie werd afgesplitst).
  • Vooral in de periode 1570-1650 was er in vele plattelandsparochies geen bedienaar. Vaak was het dan de pastoor van een naburige parochie die dopen, huwelijken en overlijdens registreerde. In dubbelparochies, die vaak door één pastoor bediend werden, kon dit ook later nog voorkomen.
  • In vele steden bestonden er meerdere parochies met elk een eigen registratie.
  • Ook begijnhoven, kloosters, abdijen en hospitalen hadden soms eigen begraafregisters.
  • Het leger had aalmoezeniers in dienst, die de kinderen van soldaten doopten, hun huwelijken inzegenden en overlijdens registreerden.
  • Een edict van keizerin Maria Theresia uit 1778 verplichtte kopieën op te maken van de parochieregisters ten behoeve van de wereldlijke overheid (‘Theresiaanse dubbels’). Dit verklaart waarom er voor sommige parochies twee reeksen naast elkaar voorkomen.

Registers van de burgerlijke stand

Het exemplaar van de gemeente kan, rekening houdend met de aangegeven beperkingen inzake de openbaarheid, in de gemeentehuizen geraadpleegd worden. Sommige steden en gemeenten hebben reeds hun registers van de burgerlijke stand gedigitaliseerd en bieden deze scans online aan. Het Rijksarchief laat de exemplaren uit de archieven van de rechtbank van Eerste aanleg scannen. Het gaat om een werk van lange adem, waarbij uiteraard voorrang gegeven wordt aan de registers die openbaar zijn. Via de knop ‘Datum van update’ kan je gemakkelijk de vorderingen in de digitalisering volgen.

Ook bij de registers van de burgerlijke stand stelt zich het probleem van de lacunes.

  • Voor een aantal gemeenten werd zowel het exemplaar van de gemeente als het tweede exemplaar vernietigd (meestal tijdens WO I of WO II).
  • Ook wijzigingen van gemeentegrenzen kunnen problemen veroorzaken. Wanneer je een naam in een bepaalde gemeente niet terugvindt, hou er dan ook rekening mee dat vanaf 1796 nogal wat gemeenten werden samengevoegd of gesplitst en dat gemeentegrenzen werden gewijzigd. Belangrijk is ook dat de gegevens uit de burgerlijke stand betrekking hebben op de gemeenten van voor de fusie van 1977.
  • Het overbruggen van de Franse tijd is niet altijd even gemakkelijk. De invoering van de burgerlijke stand in 1796 botste op heel wat weerstand bij de geestelijkheid en bij de bevolking (die bang was voor eventuele gevolgen inzake dienstplicht). Vele registers zijn beschadigd of vertonen leemten. Vaak werden de eerste akten ook gewoonweg in de ingeleverde parochieregisters ingeschreven. Om de lacunes op het einde van de 18de en in het begin van de 19de eeuw op te vullen, kan er eventueel beroep gedaan worden op bevolkingstellingen (o.m. de telling van het jaar IV), militielijsten en de parochieregisters uit de Beloken Tijd (opgemaakt door pastoors die verder bleven registreren al hadden hun registers geen bewijskracht meer).

Sluipwegen: nadere toegangen online

De 19de-eeuwse indexen op de parochieregisters en de tienjaarlijkse tafels van de burgerlijke stand worden eveneens online ter beschikking gesteld. Je vindt ze onder de parochie of gemeente waarop ze betrekking hebben. De kwaliteit ervan kan erg verschillen. Belangrijk om weten is dat indexen vaak uitgaan van 19de-eeuwse gemeenten. Ze kunnen bijgevolg verschillende parochies uit het Ancien Régime betreffen.

Vrijwilligers hebben de voorbije jaren heel wat genealogische bronnen, maar ook andere documenttypes in databanken ontsloten. Zie hiervoor onder meer de zoekrobot ‘Analyses van akten’. Die levert vaak ‘gesneden brood’ op, maar het blijft aanbevolen om de akten zelf te controleren.

Tenslotte bestaan er nog heel wat andere indexen en gezinsreconstructies die omwille van het auteursrecht niet op de website van het Rijksarchief kunnen worden aangeboden. Je kan ze soms online vinden. In onze leeszalen vind je vaak een papieren exemplaar van deze nadere toegangen. Ook hier blijft controle van de gegevens aangewezen.

Van stamboom naar familiegeschiedenis

Het opmaken van een stamboom vormt slechts het begin van het genealogisch onderzoek. De namen en data die werden gevonden, vormen het raamwerk dat met behulp van andere bronnen aangevuld kan worden. Van vele individuele personen die in je kwartierstaat voorkomen, is het mogelijk om een kleine biografie samen te stellen.

Voor de 19de eeuw moet vooral gewezen worden op de bevolkingsregisters. Per gemeente werden vanaf 1846 — in grotere gemeenten zelfs vanaf de Franse Tijd — ongeveer om de tien jaar volkstellingen gehouden. De resultaten werden ingeschreven in een bevolkingsregister dat gedurende de tien daarop volgende jaren werd bijgewerkt. Per wijk en straat werden alle gezinsleden en het inwonend personeel genoteerd met naam, geboorteplaats en -datum, burgerlijke staat, beroep,... Bij een bevolkingsregister hoort een namenregister, zodat de personen gemakkelijk kunnen teruggevonden worden. Hoewel niet alle bevolkingsregisters met evenveel zorg werden bijgehouden, vormen ze toch een unieke bron (opgelet: pas openbaar na 120 jaar). Verder zijn voor de 19de- en 20ste-eeuwse familiegeschiedenis nog interessant: militielijsten, erfenisaangiften, belastingkohieren, notariële akten,…

Voor het Ancien Régime ligt de drempel wat hoger, maar ook voor deze periode zijn er interessante aanvullende bronnen. Daarbij moeten zeker vermeld worden: protocollen van schepenen en van notarissen, waarin overeenkomsten tussen personen werden vastgelegd: verpachtingen en verhuringen, verkopen, leningen en borgstellingen, huwelijkscontracten, testamenten,… Interessantste secundaire genealogische bronnen voor de 17de en 18de eeuw zijn verder ook inventarissen na overlijden (staten van goed) en wezenrekeningen, volkstellingen, belastingkohieren, leen- en cijnsregisters, rekeningen van kerken, armentafels en dorpen, procesdossiers,…

De meeste van deze bronnen kunnen in de leeszalen van het Rijksarchief geraadpleegd worden. Een goed vertrekpunt vormen de lokale archieven van de dorpen waarin je voorouders leefden. Raadpleeg hiervoor de zoekrobot ‘Archiefinventarissen’. Een toenemend aantal van deze documenten wordt ook online ter beschikking gesteld.

Contact

Heb je informatie over parochieregisters die nog niet gedigitaliseerd zijn? Heb je tijdens je opzoekingen fouten opgemerkt bij de verwerking van akten?
Contacteer ons!