Inventaris van de verzameling archiefstukken van particulieren van het CegeSoma. Aanwinsten 2018-2023.

Archive

Name: CegeSoma. Verzameling archiefstukken van particulieren. Aanwinsten 2018-2023. \ CegeSoma. Collection de documents d'archives des particuliers. Acquisitions 2018-2023.

Period: 1890 - 2021

Archive repository: CegeSoma - Study Centre War and Society

Heading : Collections of manuscripts and other heterogeneous collections

Inventory

Authors: Desmet, Gertjan

Year of publication: 2026

Code of the inventory: INV7

...

Archiefvormer

Naam

Bertrand, Edmond
Blase, Léa
Bleuland van Oordt, Adriana
Blumin, Lola
Boone, Marie-Thérèse
Brasch, Paul
Briers, Philomène
Buttiëns, Gustaaf
Buttiëns, Walter-Herman
Carlier, Marie-Léonie
Catteau, Renée
Charlier, Emilia
Claeys, Jacques
Claeys, Robert
Coenen, Paul
Coenen, Paulette
Comer, Felix
Copain, Elisa
Couteau, Gabrielle
Coutelier, Joseph
De Beir, Godelieve
De Bruyne, Elza
Dehalu, Maurice
Delos, Honoré
Delos, Victor
De Sobri, François
Devaux, Victor
Dom, Madeleine
Donner, Léon-Joseph
Donner, Raphaël
Dotremont, Marie-Thérèse
Duthoy, Frans
Englebert, Marie
Friart, Franz
Friart, Roger
Gabriel, Lucie
Gendarme, Claudine
Genicq, Raymond
Gérard, Jean
Gondry, Roger
Goris, Jan
Grégoire, Marie
Grégoire, Mathieu
Griner, Léon
Guérisse, Albert-Marie
Haeghens, Willy
Hanotieau, Fernand
Hanotieau, Placide
Hein, Gustave
Herweyers, Julia Maria
Hostie, Désiré
Houbrechts, Arnoldine
Huppez, Hélène
Janlet, Anne-Marie
Jodogne, Joseph
Jonniaux, André
Jonniaux, Fernand
Klein, Pierre
Ladrière, Maurice
Lagache, Albert
Lauwens, Jean Baptiste
Lebeau, Jean
Lefèvre, Jeanne
Lejeune, Joséphine
Lemarchand, Rosalie-Marine
Lens, Anna Maria
Leroy, Jeanne
Loncin, Antoine
Loncin, François
Loncin, Joseph
Lonnoy, Simone
Maca, Henri
Maca, Maria
Mainil, Hector
Mainil, Jean
Marchal, Henriette
Martin, Roger
Masclef, Mathilde
Mattelaer, Eugène
Mattelaer, Paul
Mattelaer, Pierre
Meuwissen, Piet
Mouzafarova, Ludmila
Oehm, Jeannine
Oehm, Louis
Oelbrandt, Aloysius
Oelbrandt, Jozef Jan
Ollinger, Georges
Paillet, Ernest
Paillet, Frieda
Paillet, Nelly
Peeters, Suze
Pieronnet, Marguerite
Pirlot, Marcel
Provoost, Lucien
Raus, Frieda Auguste Elisabeth
Rommel, Edmond
Rouard, Albert Henri
Rouard, François
Samyn, Dominique
Serpereau, Blanche
Smith, John W.
Soffié, Auguste
Soffié, Louise-Marie
Somers, Jeanne
Sonck, Edouard
Speeckaert, Suzanne
Steelandt, Rachel
Sury, Aloïs
Sury, Étienne
Tamigniau, François-Joseph
Tamigniau, Raymond
Tamigniau, Robert
Thorelle, Marguerite
Tondreau, Christiane
Tondreau, Paul
Tonnoir, René
Uyttersprot, Romul
Van Boxmeer, Henri
Vandaele, Fernand
Vanden Eynden, Rosalie
Vandevenne, Paul
Van Hoof, Jules
Van Hoof, Lodewijk
Van Langendonck, Frans
Van Langendonck, Greta
Van Ooteghem, Arsène
van Renterghem, Marguerite
Verbaert, Gaston
Verbanck, Celestina
Verlinden Raymond
Vermoortel, Emile
Vermoortel, Maurits
Vermoortel, Philip
Verougstraete, Willem
Versporten, Albert
Versporten-Velghe, Marthe
Volral, Claude
Volral, Thierry
Wérion, Arthur Julien
Wérion, Yvon
Wérion, Gérard
Wildschietz, Hélène
Wolf, Maurice

Geschiedenis

Voorliggende collectie bestaat uit stukken gevormd door bijna 150 verschillende personen. (1)

Edmond Bertrand (1887-1962) was Belgisch soldaat en tijdens de Tweede Wereldoorlog krijgsgevangene in Oflag VII-B. (2)

Adriana Bleuland van Oordt (1862-1944) was een Nederlands kunstschilder en tekenaar. Gedurende de Eerste Wereldoorlog was ze 'oorlogsmeter' van Belgische soldaten. (3)

Paul Brasch (1884-1942), oud-strijder van de Eerste Wereldoorlog, was een Duitse advocaat van Joodse afkomst en gerenommeerd notaris. Op 10 mei 1940 aangehouden door de Belgische overheid, kwam Brasch achtereenvolgens terecht in de Zuid-Franse kampen (o.a. Le Vernet) en Auschwitz, waar hij vermoedelijk omkwam. Brasch was gehuwd met de Duitse Lola Blumin (1905-?). Als Joodse kon ze de oorlog overleven door onder te duiken.

Postbode Gustaaf Buttiëns (1891-1971) en zijn echtgenote Arnoldine Houbrechts (1891-1968) waren de ouders van Walter-Herman en Florent Buttiëns. Walter-Herman Buttiëns (1924-1945) was verplicht tewerkgestelde in Berlijn tijdens de periode 1943-1945.

Robert Claeys (1901-1944) en Marie-Thérèse Boone (1901-1946) waren de ouders van Jacques Claeys (1923-1986), die in 1941 met twee vrienden vanuit Blankenberge clandestien het Kanaal overstak en tijdens de oorlog in de Royal Navy diende.

Paul Coenen (1915-1980) was voor de Tweede Wereldoorlog actief binnen de Jeunes Gardes Socialistes. Als Belgisch soldaat was hij na de capitulatie krijgsgevangene in Stalag I-A. Coenen was gehuwd met Paula Hautenne. Paulette Coenen (1938) is hun dochter.

Felix Comer (1916-2007) was huisarts in Kortrijk (1941-1949) en gezondheidsinspecteur van het Ministerie van Volksgezondheid. Hij was flamingant en orangist (o.a. medestichter van de Orde van den Prince te Kortrijk, 1955), en medewerker van De Leiegouw. (4)

Schoenmaker en pluimveehouder Joseph Coutelier (1888-1948) en zijn echtgenote Marie Englebert (1885-?) uit Herve waren de ouders van Noël Coutelier, die op 9 november 1942 in de citadel van Luik als verzetsstrijder (Geheim Leger en netwerk Kléber) werd gefusilleerd.

Elza De Bruyne (1918-2017) was tijdens de Tweede Wereldoorlog verpleegster bij het Rode Kruis. Na de oorlog werkte ze als onderwijzeres bij het Instituut Piers de Raveschoot en als directrice van O.-L.-V. Visitatie in Gent.

Maurice Dehalu (1919-2010) was Belgisch soldaat en tijdens de Tweede Wereldoorlog krijgsgevangene, onder meer nabij Trier (mogelijk Stalag XII-D).

Honoré Delos (1873-1949) en Celestina Verbanck (1870-1964) waren de ouders van Victor Delos (1908-2001), Belgisch soldaat en tijdens de Tweede Wereldoorlog krijgsgevangene in Oflag IV-C, waar hij ordonnans was van de aalmoezenier.

François De Sobri (?-jaren 1950?) was Belgisch soldaat bij het 5de Linieregiment. Hij verbleef tijdens de Eerste Wereldoorlog in het interneringskamp te Zeist (Nederland).

Victor Devaux (1890-1970) was tijdens de Eerste Wereldoorlog actief betrokken bij de sluikpers in de regio Kortrijk. Gedurende de Tweede Wereldoorlog zette hij zich opnieuw in voor de clandestiene pers (La Meuse Le Drapeau Rouge en Front), en als verzetsstrijder bij het Onafhankelijkheidsfront (Patriottische Milities) in de regio Huy.

Madeleine Dom (1910-1984) was de auteur van een aantal werken over de geschiedenis van het verzet in de provincie Luxemburg. Ze was gehuwd met Marcel Collard.

Marie-Léonie Carlier (1846-1931) was gehuwd met François-Joseph Donner. Hun zoon Léon-Joseph Donner (1881-1925) was tijdens de Eerste Wereldoorlog Belgisch frontsoldaat. Hij was gehuwd met Elisa Copain (1891-1951). Raphaël Donner (1920-?) was hun zoon.

Frans-Willem Duthoy (1882-1962) was vanaf 1914 tot rond 1933 het hoofd van het 2de Bureau van het Groot Hoofdkwartier (de militaire inlichtingendienst beter bekend als Sûreté Militaire). In 1936 werd hij generaal. Duthoy voerde het bevel over de 6de Infanteriedivisie (1937), de 4de Infanteriedivisie (1938) en, teruggeroepen uit pensioen, de 13de Infanteriedivisie (mei 1940). Hij zetelde vlak na de Tweede Wereldoorlog in de Nederlandstalige kamer van het Krijgshof te Gent. (5)

Frantz Friart (1893-1956) was gemeentesecretaris van Mons. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij actief in het verzet, onder meer in de groep L100. Hij was gehuwd met Laure Garray. Hun zoon Roger Friart (1923-2001) was tijdens de Tweede Wereldoorlog eveneens actief als verzetsstrijder, o.a. bij de groep Pro Patria. Na de Bevrijding diende Roger Friart als vrijwilliger bij het Belgisch leger in het 5de Bataljon Fuseliers. Eind jaren 1950 vertrok hij naar Belgisch Congo, waar hij werkte als agent sanitaire, onder meer voor het latere Fonds Médical Tropical. Zijn echtgenote Christiane Tondreau (1924-2014) was tijdens de Tweede Wereldoorlog actief in het verzet (Geheim Leger en netwerk Luc-Marc). Paul Tondreau (1916-?) was de broer van Christiane Tondreau.

Lucie Gabriel (1916-1971) was gehuwd met Félix Vervoort (1913-1997), die bediende was bij o.a. de Steenkoolmijn in Beringen (1933-1936) en Métallurgie Hoboken te Reppel (1936-1946).

Claudine Gendarme (1941-2022) was de jongste dochter van bediende Charles Gendarme (1912-1945), die als verzetsstrijder (Onafhankelijkheidsfront en sluikkranten Front en Libération) was gearresteerd en omkwam in het concentratiekamp te Groß-Rosen.

Raymond Genicq (1913-?) was Belgisch soldaat en tijdens de Tweede Wereldoorlog krijgsgevangene in Stalag XIII-C. Hij was gehuwd met Léa Blase (?-?).

Jean Gérard (1909-1944) uit Nivelles was gevechtspiloot bij het 2de Regiment Luchtvaart van het Belgisch leger (ca. 1928-1940) en 350 Squadron van de Royal Air Force (1942-1944). Hij zou de nom de guerre 'Gérard Dalmain' gehanteerd hebben. Gérard was gehuwd met Emilia Charlier (1911-?).

Roger Gondry (1923-1983) was voor de oorlog lid van Rex. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht hij aan het Oostfront in het Légion Wallonie (1941-1945). Hij werd in 1946 door de Krijgsraad te Brussel ter dood veroordeeld wegens militaire collaboratie, maar zijn straf werd omgezet. (6)

Jan Goris (1890-1976) was tijdens de Tweede Wereldoorlog burgemeester van Arendonk (1941-1944). Hij was gehuwd met Anna Maria Lens (1892-1962).

Léon Griner (1927-2008) militeerde gedurende zijn hele leven actief bij seculiere, linkse Joodse organisaties in Charleroi en Brussel (o.a. Union des Jeunes Juifs, Cercle Culturel et Sportif Juif, Centre Communautaire Laïc Juif, Union des Progressistes Juifs de Belgique). Griner was secretaris van het Comité Belge contre la Prescription des Crimes Nazis (1965-1966?), voorzitter van de Belgische tak van de Mouvement contre le Racisme, l'Antisémitisme et pour la Paix (1966) en oprichter van het Comité d'Initiative pour la Paix au Moyen-Orient (1967). Hij was redacteur van Regards (1971-1976) en Points Critiques (1979-1986). (7)

Albert-Marie Guérisse (1911-1989) was beroepsmilitair en legerarts. Tijdens de Tweede Wereldoorlog stichtte en leidde hij onder de schuilnaam 'Patrick O'Leary' de zgn. Pat Line, een ontsnappingsroute voor geallieerde soldaten en piloten. Hij werd gearresteerd in 1943 maar overleefde de kampen van Mauthausen en Dachau; bij de bevrijding van Dachau was hij voorzitter van het clandestiene Internationale Comité. Guérisse maakte deel uit van de UNWar Crimes Commission (1945). Hij was vrijwilliger bij het Belgisch Korea-bataljon (1951-1952). Guérisse diende als hoofd van de Gezondheidsdienst van de Belgische Strijdkrachten in Duitsland (1961-1966) en beëindigde zijn militaire carrière als generaal-majoor, hoofd van de Medische Dienst van het leger (1966-1970). Hij was daarnaast betrokken bij tal van organisaties van verzetslui en oud-strijders (onder meer als voorzitter). (8)

Willy Haeghens (1913-1995) werkte voor de Gentse Radiodistributie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij er hoofd van de technische afdeling. (9)

Placide Hanotieau (1842-1891) en Rosalie-Marine Lemarchand (1845-1929) waren de ouders van Fernand Hanotieau. Fernand Hanotieau (1892-1929) was gehuwd met Gabrielle Couteau (1897-1967).

Gustave Hein (1914-1954) was Belgisch soldaat en tijdens de Tweede Wereldoorlog krijgsgevangene in Stalag VIII-A. Hij was gehuwd met Jeanne Lefèvre (1910-1995).

Désiré Hostie (1907-1991) was in de jaren 1920-1940 actief bij jeugdbewegingen zoals de Volontaires du Travail.

Hélène Huppez (1894-1970?) was tijdens de Tweede Wereldoorlog verzetsstrijder bij de Mouvement National Belge, het Onafhankelijkheidsfront (Solidarité, regio Mons) en het netwerk Socrate.

Joseph Jodogne (1906-1970) was scheikundige, leraar aan het Athénée Royal en de École industrielle supérieur in Mons, en auteur van leerboeken. (10)

Fernand Jonniaux (1885-1949) en Hélène Wildschietz (1889-1947) waren de ouders van André Jonniaux (1912-1977), Belgisch soldaat, krijgsgevangene in Stalag I-A en vervolgens verzetsstrijder, onder meer in het Geheim Leger.

Pierre Klein (1900-1947) overleefde als politiek gevangene de kampen van Breendonk, Natzweiler, Buchenwald en Dora-Mittelbau. Na de oorlog was hij voorzitter van de afdeling Elsene van de Confédération Nationale des Prisonniers politiques. (11) Klein was gehuwd met Anne-Marie Janlet (1904-2002).

Maurice Ladrière (1893-1980) was architect. Hij was oud-strijder van de Eerste Wereldoorlog. In 1939 werd Ladrière hoofd van de Territoriale Burgerwacht en daarna van de Passieve Luchtverdediging in Nivelles. Tijdens de bezetting was hij actief binnen de inlichtingendiensten Marc en Carol, onder de schuilnaam 'Louis IV'.

Landbouwer en reserveofficier Albert Lagache (1905-?) uit Wez-Velvain was rexist en vanaf 1940 lid van de Formations de Combat van Rex. In 1941 werd hij Hilfsfeldgendarme. Lagache werd in maart 1946 bij verstek ter dood veroordeeld door de Krijgsraad van Doornik wegens militaire collaboratie. In 1966 werd zijn straf omgezet naar 15 jaar gevangenschap. (12)

Jean Baptiste Lauwens (1894-?) werkte als ambtenaar bij de Regie voor Telegraaf en Telefoon.

Jean Lebeau (1924-1992) was econoom. Hij werkte als bankier voor de Generale Bank (1958-1987), en was er onder meer directeur van de afdeling Namur-Luxembourg (1963) en afgevaardigde bij raad van bestuur. Lebeau was eveneens voorzitter van de Chambre de Commerce et d'Industrie, van de Naamse afdeling van de Belgische Vereniging van Banken, van de Rotary Club de Namur en hij was actief bij de Union wallonne des entreprises. Lebeau zette zich daarnaast in voor een reeks sociale, culturele en caritatieve organisaties in Wallonië. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij verzetsstrijder bij de Mouvement National Belge en het inlichtingennetwerk Mill.

François Loncin (1873-1914) en Joséphine Lejeune (1867-1953) waren de ouders van Antoine Loncin en Joseph Loncin. François en Antoine Loncin werden begin augustus 1914 samen met 124 andere burgers gefusilleerd door de Duitse troepen. Joseph Loncin (1902-1987) was hoofdonderwijzer in José (Battice) en afdelingshoofd van de Passieve Luchtverdediging. Hij was gehuwd met Marie Grégoire (1903-1977), dochter van Mathieu Grégoire (1874-1919) en Thérèse Comblain. Antoine Loncin (1936) is een zoon van Joseph Loncin en Marie Grégoire.

Simone Lonnoy (1925-2024) was de zus van André Lonnoy, verzetsstrijder bij het Geheim Leger.

Henri Maca (1921-1968) en Marie Maca (1923-?), broer en zus, waren tijdens de Tweede Wereldoorlog actief in het ontsnappingsnetwerk Comète. (13)

Hector Mainil (1872-1951) en Jeanne Leroy (1881-1964) hadden een apotheek in Fosses. Ze waren de ouders van Jean Mainil (1910-1973), apotheker, Belgisch soldaat en tijdens de Tweede Wereldoorlog krijgsgevangene in Stalag X-C. Mainil was gehuwd met Frieda Paillet (1913-2008). Nelly Paillet (1918-2011) was een zus van Frieda. Ernest Paillet (1892-1978), een oom van Frieda en Nelly Paillet, was tijdens de Eerste Wereldoorlog aspirant-arts in het Belgisch leger.

Roger Martin (1929) is doctor in de rechten (1951). Hij was advocaat, directeur in het kader van de organisatie van Expo '58 (1956-1959) en vervolgens substituut-krijgsauditeur bij de krijgsraden te Neheim, Köln, Antwerpen, Kitona en Brussel (1959-1968). Martin was als zgn. 'Fayat-boy' eveneens diplomaat, waaronder ambassadeur in Congo-Brazzaville, Ethiopië, Iran en Griekenland, en UNO-waarnemer in Joegoslavië (1968-1995). Hij werkte eveneens op de kabinetten van de liberale ministers Vanaudenhove (Openbare Werken) en Vanderpoorten (Binnenlandse Zaken). Zijn echtgenote Suze Peeters (1931-2006) was doctor in de rechten (1953) en directeur-vertaler bij de Vaste Commissie voor de verbetering van de betrekkingen tussen de Belgische taalgemeenschappen (zgn. 'commissie Meyers').

Mathilde Masclef (1896-?) was de nicht van Octave Bayez, Belgisch soldaat en krijgsgevangene in Stalag X-A.

Pierre Mattelaer (1880-1941) en Philomène Briers (1883-1957) waren de ouders van Eugène Mattelaer (1911-1999), arts en stomatoloog, Belgisch soldaat en tijdens de Tweede Wereldoorlog krijgsgevangene in Oflag IV-C. Na de oorlog was Eugène Mattelaer schepen (1946-1966) en burgemeester (1966-1973) van Knokke. (14) Hij was gehuwd met Godelieve De Beir (1911-2005). Paul Mattelaer (?-?) is hun zoon.

Piet Meuwissen (1909-1968) was landbouwingenieur en behaalde eveneens diploma's in de economie, wijsbegeerte, en politieke en sociale wetenschappen. Hij was gouwvoorzitter van het Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond (1930-1932) en Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (1932-1934). Meuwissen werd secretaris van Gustaaf Sap, minister van Landbouw (1936), en algemeen secretaris van Boerenfront (1937). Tijdens de bezetting was hij het hoofd van de Nationale Landbouw- en Voedingscorporatie (1940-1944). Meuwissen werd na de oorlog veroordeeld tot een gevangenisstraf en kreeg eerherstel in 1964. Hij werkte in zijn latere carrière als bedrijfsleider, directeur bij het Instituut voor Gemeentelijke Organisatie, Planning en Advies en redactiecoördinator van De Standaard. (15)

Ludmila Mouzafarova (1959), geboren in Jakoetsk, was leerkracht Frans, onder meer aan de staatsuniversiteit van de Republiek Sacha. Ze werkte voor het ministerie van onderwijs van Jakoetië, als hoofd van het departement Internationale Betrekkingen en als vertegenwoordiger bij Europa (1997-2006). Ze was leerkracht Frans en later bediende bij het OCMW van Gembloux (2006-2015). Daarnaast werkte Mouzafarova vanaf 2000 als beëdigd vertaler Russisch-Frans.

Louis Oehm (1894-?) was Belgisch oorlogsvrijwilliger in 1915. Hij was gehuwd met Hélène Caroline Geets. Jeannine Oehm (?) is hun dochter.

Aloysius Oelbrandt (1848-1918) en Julia Maria Herweyers (1859-?) waren de ouders van Jozef Jan Oelbrandt (1887-1940), die als Belgisch soldaat tijdens de Eerste Wereldoorlog diende in het 22ste Linieregiment.

Georges Ollinger (1948) is de zoon van Charles Ollinger (1911-1993) en Claire Paturiaux (1911-2007), die na de oorlog werden erkend als Rechtvaardigen onder de Volkeren. (16)

Marcel Pirlot (1900-1973) was oorlogsvrijwilliger (1916-1919) en daarna beroepsmilitair (1934-1956).

Lucien Provoost (1909-2003) was Belgisch soldaat en tijdens de Tweede Wereldoorlog krijgsgevangene in onder meer Oflag II-A, Oflag III-B en Oflag XVIII-A. Provoost was na de oorlog directeur bij de nv Carnoy-Vandensteen in Gent. Hij was verder onder meer secretaris van de Cercle Royal "Mars et Mercure". Provoost was gehuwd met Marguerite van Renterghem (1910-1975).

Frieda Auguste Elisabeth Raus (1904-1994) was Kinderschwester bij de Duitse familie von und zu Bodmann te Brussel (1930-1938).

Edmond Rommel (1887-1952) vocht tijdens beide wereldoorlogen in het Belgisch leger. Na de Bevrijding was hij onder meer Belgian Liaison Officer for Civil Affairs bij het 'G' Brussels Garrison. Hij was daarnaast vicevoorzitter van de Fraternelle des Projecteurs. Rommel was elektrisch ingenieur van opleiding. Hij werd directeur van de Union Minière du Haut Katanga, beheerder van de Société Générale Africaine d'Électricité "Sogélec" en secretaris van het directiecomité van Sogéfor. (17)

Albert Henri Rouard, beter gekend als François Rouard (1902-1976), was Belgisch soldaat en tijdens de Tweede Wereldoorlog krijgsgevangene in Stalag II-C. Hij was gehuwd met Henriette Marchal (?-?). François Rouard (?-?) is hun zoon.

Blanche Serpereau (1914-2004) was tijdens de Tweede Wereldoorlog samen met haar echtgenoot Jules Féron actief in het verzet (netwerk Turma Vengeance).

De Brit John W. Smith (1934) verbleef, na een diploma te hebben behaald aan de London School of Economics, in de jaren 1955-1956 aan de ULB om de Société Nationale des Chemins de Fer Vicinaux te bestuderen. Smith, die zijn carrière wijdde aan het doceren en beoefenen van accountancy, schrijft over België voor het tijdschrift Buses Worldwide en doet onderzoek naar de geschiedenis van Belgische busbedrijven.

Auguste Soffié (1908-1993) was beroepsmilitair. Hij was tijdens de Tweede Wereldoorlog actief als verzetsstrijder (inlichtingennetwerk Luc-Marc en Belgische Militaire Weerstandsorganisatie). Soffié was gehuwd met Juliette Masureel. Louise-Marie Soffié (1937) is hun dochter.

Jeanne Somers (1919-1985) was tijdens de Tweede Wereldoorlog verpleegster bij de Commissie van Openbare Onderstand te Antwerpen.

Edouard Sonck (?-?) was amateurhistoricus en een verzamelaar van archiefstukken, boeken en voorwerpen met betrekking tot Belgische verzets- en oud-strijdersverenigingen.

Aloïs Sury (1893-1968) was hoofdredacteur van de Gazette du Centre en secretaris van industrieel Louis Catala. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij actief in het verzet, bij de Gewapende Partizanen en als medeoprichter van het sluikblad L'Insoumis. Sury werd gearresteerd en als gijzelaar opgesloten in de gevangenis van Mons en de citadel van Huy (1943-1944). Hij was gehuwd met Marie-Thérèse Dotremont (1891-1974). Étienne Sury (1922-1995) was hun zoon. Dominique Samyn (1954) is een kleinzoon van Aloïs Sury en Marie-Thérèse Dotremont.

François-Joseph Tamigniau (1884-1954) was molenaar en tijdens de Tweede Wereldoorlog actief in het verzet (o.a. netwerk Carol en Geheim Leger, en clandestiene uitgaven La Libre Belgique-"Peter Pan" en L'Union belge). Hij was gehuwd met Aline Gobert. Tamigniau en Gobert waren de ouders van Raymond (1924-2009), Joseph en Robert Tamigniau (?-?).

René Tonnoir (1900-1986) was koloniaal ambtenaar in Belgisch Congo (1921-1952); hij beëindigde zijn carrière als (ere-)districtscommissaris. Tonnoir was daarnaast curator en later directeur van het Musée de la Vie indigène te Leopoldstad. Hij was eveneens romancier en auteur van etnografische werken.

Romul Ulrich Frédéric Uyttersprot, alias 'Fritz' of 'Freddy' Uyttersprot (1901-1977), was regent, leraar aan de middenschool in Huy en reserveofficier. Uyttersprot werd in de nazomer van 1940 actief in het Légion belge. Hij was onder schuilnaam 'colonel Beauduin' actief als commandant van het Geheim Leger, Zone IV C4, sector Huy-Waremme, in de periode 1940-1945.

Henri Van Boxmeer (1913-1966) was directeur-beheerder van de firma Acomal, opgericht door zijn vader. Van Boxmeer werd in 1945 door de Krijgsraad van Mechelen veroordeeld wegens economische collaboratie. Hij was gehuwd met Marguerite Thorelle (?-?).

Fernand Vandaele (1895-1949) was hoofd van de Section Historique van het Belgisch leger. (18)

Rosalie Vanden Eynden (1894-?) was tijdens de Eerste Wereldoorlog politiek gevangene in de gevangenis van Siegburg. Ze was gehuwd met drukker J. Degrève.

Paul Vandevenne (1917-1991) diende tijdens de campagne van mei 1940 in het 1ste Regiment Grenswielrijders. Hij werkte voor de Galeries et Grand Bazar du boulevard Anspach - aanvankelijk als inkoper van voeding, en tegen het einde van zijn carrière als hoofd beveiliging.

Lodewijk Van Hoof (1885-?) was gehuwd met Coleta Joanna Rombaut. Hun zoon Jules Van Hoof (1923-2003) was tijdens de bezetting lid van het VNV, de Vlaamse Fabriekswacht en de Dietse Militie-Zwarte Brigade. Hij werd in 1945 door de Krijgsraad van Antwerpen veroordeeld wegens politieke en militaire collaboratie. (19)

Frans Van Langendonck (1920-1982) was reporter voor Zender Brussel en werd in 1947 door de Krijgsraad van Brussel veroordeeld voor politieke collaboratie. In de jaren 1970 was hij directeur van de Beursschouwburg. Van Langendonck was gehuwd met Henriette Beckers. (20) Hun dochter Greta Van Langendonck (1944-2015) was actrice.

Arsène Van Ooteghem (1932-1979) diende bij de Zeemacht in Oostende. Hij werd in mei 1952 vrijwilliger bij het Korea-bataljon, waar hij de bijnaam 'de Matroos' kreeg. Van Ooteghem kwam in februari 1955 terug naar België. Aanvankelijk hernam hij zijn carrière bij de marine (Oostende, Fort van Merksem) maar in de jaren 1960 werkte hij bij Imperial, waar hij opklom tot productiedirecteur.

Gaston Verbaert (1906-?) was tijdens de bezetting actief in de Garde Wallonne (1942-1944). Hij werd in augustus 1945 door de Krijgsraad te Namur ter dood veroordeeld voor verklikking, politieke, economische en militaire collaboratie. Zijn straf werd in 1947 in beroep omgezet tot 20 jaar gevangenis. (21)

Raymond Verlinden (1905-1984) was onderwijzer in de gemeenteschool en bediende bij het gemeentebestuur van Boom, en erg actief binnen de plaatselijke afdeling van het Willemsfonds.

Emile Vermoortel (1900-1974) en Rachel Steelandt (1901-1998) waren de ouders van Maurits Vermoortel (1923-1981). Hij was verplicht tewerkgestelde in Sonneberg als kleermaker in het Bekleidungsamt van de Luftwaffe (1942-1943). In 1943 werd Vermoortel gearresteerd als verzetsstrijder (Geheim Leger, groep La Sarcelle) en gedeporteerd naar o.a. de concentratiekampen en gevangenissen van Buchenwald (buitenkamp Essen), Groß-Strehlitz, Groß-Rosen (buitenkamp Bautzen) en Nixdorf. Vermoortel was gehuwd met Gilberta De Clerck. Philip Vermoortel (1955) is hun zoon.

Willem Verougstraete (1908-2003) was advocaat (1932-1970), assessor bij de Raad van State (1965-1970) en voorzitter bij het arbeidshof te Brussel (1970-1978). Hij was eveneens hoogleraar arbeidsrecht en sociaal recht aan de ULB/VUB (1961-1978). Verougstraete was sinds de jaren 1930 actief binnen de vrijzinnige Vlaamse beweging in Brussel, onder meer bij het Vlaams Pleitgenootschap, als voorzitter van de Vereniging voor Nederlandstalig Vrijzinnig Hoger Onderwijs (1968-1974) en het Contact- en Cultuurcentrum Brussel (1973-1992). (22)

Albert Versporten (1906-1962) was drogist. Hij was Belgisch soldaat en tijdens de Tweede Wereldoorlog krijgsgevangene in Stalag XVII-B. Versporten was gehuwd met bediende Suzanne Speeckaert (1916-1995). Marthe Versporten-Velghe (1943) is hun dochter.

Claude Volral (1928-2020) was de jongste broer van de in Wolfenbüttel onthoofde verzetsstrijder Fernande Volral. Hij was gehuwd met Odette Seghers. Thierry Volral (?-?) is hun zoon.

Arthur Julien Wérion (1897-1973) en Marguerite Pieronnet (1897-1992) waren de ouders van Yvon Wérion (1920-1989), Belgisch soldaat en tijdens de Tweede Wereldoorlog krijgsgevangene in Stalag II-C. Gérard Wérion (1952) is de zoon van Yvon Wérion en Jeannine Dupont.

Maurice Wolf (1902-1942) was beeldhouwer. Tijdens de campagne van mei 1940 diende hij in het 2de Regiment Grenadiers. Hij verbleef als krijgsgevangene in Oflag VII-B (1940-1941). Na zijn terugkeer werd Wolf actief in het verzet, onder meer bij het Geheim Leger en als medeoprichter van La Voix des Belges. Wolf werd gearresteerd en doorliep de gevangenissen en kampen van Rheinbach, Siegburg, en Mauthausen, waar hij tenslotte omkwam. Hij was gehuwd met modestyliste Renée Catteau (?-1964). (23)

Van sommige stukken kon de archiefvormer niet worden achterhaald. In een handvol gevallen ging het om stukken overgemaakt samen met andere documenten van eenzelfde familie, maar waarvan de eigenlijke archiefvormer niet meer vast te stellen was (nrs. 34-35, 382, 413). Voor een tiental andere stukken ontbrak de nodige contextuele informatie zelfs volledig (nrs. 522-528).

Archief

Geschiedenis

De meeste stukken in deze collectie werden overgemaakt door dichte of verre familieleden van de archiefvormers. We beschikken doorgaans over zeer weinig tot geen informatie betreffende de historiek van hun materiële bewaring of (her)ordening. We kunnen er evenwel vanuit gaan dat de meerderheid van de documenten bij particulieren thuis werd bewaard.
De zgn. aanwinstenfiches opgenomen in het Centraal Dossier van deze collectie (nr. 02749) bevatten, in sommige gevallen, relevante informatie meegedeeld op moment van de schenking. Indien gewenst kunnen deze fiches opgevraagd worden bij het CegeSoma.

Verwerving

De overgrote meerderheid van de stukken in deze verzameling zijn aan het Rijksarchief geschonken - formeel, of op basis van een handgift - in de periode september 2018 tot en met eind december 2023. In een aantal gevallen (cfr. Bijlage 1) gaat het om eerdere aanwinsten die in 2018-2023 'geregulariseerd' werden: ze werden retroactief ingeschreven in het nieuw gecreëerde acquisitieregister en formeel aanvaard door de Algemeen Rijksarchivaris.
Sinds oktober 2019 is het beleid van het CegeSoma om geen archiefstukken meer te aanvaarden zonder voorafgaand contact. Desondanks zijn toch enkele spontane giften - die bijvoorbeeld werden afgeleverd in de leeszaal - in deze collectie te vinden. De gebruiker wordt erop gewezen dat de broodnodige contextinformatie over deze documenten (bijvoorbeeld gegevens over de archiefvormer) dan ook doorgaans zeer beperkt is of zelfs volledig ontbreekt.

Inhoud

De collectie bestaat uitsluitend uit archiefstukken gevormd door individuele personen of families, en bevat dus geen documenten van openbare instellingen, verenigingen, bedrijven of andere organisaties.
Concreet gaat het grotendeels om briefwisseling, losse foto's en fotoalbums, dagboeken en memoires, en allerhande aantekeningen (vaak in de vorm van schriftjes). De wens om deze eerder opvallende documenttypes op duurzame wijze te bewaren, was in de meeste gevallen de reden waarom het Rijksarchief werd gecontacteerd. Het CegeSoma ontving bij de schenking daarnaast ook allerhande stukken die vandaag vooral een biografisch nut hebben: lidmaatschaps- en identiteitsbewijzen, getuigschriften in verband met naoorlogse erkenningsprocedures of eretekens, diploma's, afschriften uit de burgerlijke stand, documentatie, ... We noteren ten slotte nog een aantal archiefstukken die eerder uniek zijn omwille van hun vorm (vb. de door Maurice Wolf getekende muurkrant Le Mégot, het door Jeanne Somers geannoteerde stadsplan van Antwerpen) of drager (vb. de reeks 8mm-films van Roger Friart uit Belgisch Congo).

Taal en schrift van de documenten

De stukken zijn hoofdzakelijk opgesteld in het Frans en Nederlands, en in mindere mate in het Duits en Engels.

Selecties en vernietigingen

Na verwerving door het CegeSoma is in principe geen bijkomende selectie toegepast. In sommige gevallen zijn wel documenten vernietigd, weliswaar met de uitdrukkelijke toestemming van de schenker. Het ging dan bijvoorbeeld om archiefstukken in te slechte staat, allerhande documentatie, door derden gemaakte afschriften of fotokopies. Informatie met betrekking tot vernietigde stukken bevindt zich in het Centraal Dossier en kan desgewenst opgevraagd worden bij het CegeSoma.
Boeken, tijdschriften en andere uitgaves zijn overgebracht naar de bibliotheekcollectie van het CegeSoma, tenzij het ging om (min of meer uitvoerig) geannoteerde exemplaren. (24)
Af en toe zijn bij de geschonken documenten ook allerhande objecten aangetroffen. Aangezien het niet om archiefstukken gaat en omwille van redenen van materiële conservatie, werden ze overgebracht naar de 'Verzameling voorwerpen afkomstig uit archiefbestanden' (ref. 547-3165) van het CegeSoma. De overgebrachte voorwerpen staan niettemin beschreven in deze inventaris door middel van virtuele nummers ("---") zodat hun herkomst traceerbaar blijft.

Toekomstige aangroei/aanvullingen

De collectie is afgesloten. Soortgelijke fragmentaire aanwinsten van beperkte omvang, geschonken in de periode 2024-2029, zullen worden opgenomen in een nieuwe verzameling 'CegeSoma. Verzameling archiefstukken van particulieren. Aanwinsten 2024-2029'.

Ordening

De keuze om deze veelheid aan stukken van verschillende herkomst niet als aparte 'archiefblokken' te beheren - elk met een eigen inventaris - maar in één collectie onder te brengen is beslist een arbitraire keuze. Ze is echter ingegeven door pragmatiek en efficiëntie. Op deze manier is het mogelijk om in een aanvaardbare termijn de documenten te ontsluiten en aan het publiek beschikbaar te stellen.
De archiefstukken in voorliggende collectie vertoonden doorgaans geen echte ordening: het gaat immers om in omvang beperkte gehelen aan stukken van bovenal persoonlijke en administratieve aard. Bij sommige geschonken archiefjes was wel een ordening waar te nemen, doorgevoerd door de archiefvormer zelf of achteraf door nabestaanden. Een aantal schenkers hadden de moeite genomen om de documenten op een of andere manier te klasseren vooraleer ze aan het CegeSoma werden overgemaakt.
Voor de definitieve ordening en beschrijving is dan ook pragmatisch gewerkt. De archiefstukken in deze verzameling zijn gegroepeerd volgens archiefvormer. (25) Waar een reële 'oude orde' bestond, is deze gerespecteerd of waar mogelijk gereconstrueerd. Ingrepen gedaan door nabestaanden of de schenkers zijn kritisch geëvalueerd. Er is met name nagegaan hoe zinvol zo'n achteraf opgelegde (her)ordeningen waren en hoe sterk ze de correcte interpretatie van de stukken bevorderden dan wel verhinderden.
De archiefstukken gevormd door eenzelfde persoon zijn vervolgens chronologisch geordend. Omwille van het beperkte aantal stukken per archiefvormer was het immers niet zinvol om bijkomende onderverdelingen te maken. Documentatie, publicaties en voorwerpen bevinden zich steeds achteraan het betreffende onderdeel.
Een laatste opmerking is op zijn plaats in verband met de identificatie van gehuwde vrouwen. In de periode waaruit het merendeel van de stukken dateren namen zij doorgaans - al dan niet formeel, en al dan niet systematisch - de familienaam over van hun echtgenoot, en/of werden ze op die manier aangeschreven of benoemd. Zonder evenwel uitspraken te doen over de zelfidentificatie van deze vrouwen, hebben we ervoor gekozen om deze archiefvormers onder hun meisjesnaam te vermelden: dit helpt de gebruiker om de biografische en familiale geschiedenis van een archiefvormer te reconstrueren en dus de stukken correct te kunnen kaderen.

Voorwaarden voor de raadpleging

Alle stukken zijn vrij raadpleegbaar. De door het CegeSoma bewaarde originelen van gedigitaliseerde stukken kunnen echter niet meer geraadpleegd worden.

Voorwaarden voor de reproductie

Voor de reproductie van archiefstukken gelden de voorwaarden en tarieven van toepassing in het Rijksarchief. (26)
De schenkers hebben doorgaans de hen toebehorende, nog op de stukken rustende auteursrechten uitdrukkelijk aan het Rijksarchief overgedragen. Voor de meeste stukken is het echter niet bekend of er überhaupt nog auteurs- en/of naburige rechten op rusten, laat staan wie vandaag de rechthebbenden zijn. De gebruiker wordt er daarom uitdrukkelijk op gewezen dat op de documenten nog steeds auteurs- en/of naburige rechten kunnen gelden - in het bijzonder bij periodieken, brochures, foto's gemaakt door derden, ... Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker om eventuele rechthebbenden te contacteren en hun toestemming te verkrijgen voor reproductie en hergebruik. Het CegeSoma kan desgewenst gecontacteerd worden voor meer informatie over de schenkingsvoorwaarden en contactgegevens van de schenker.

Fysieke kenmerken en technische vereisten

Sommige stukken van deze collectie, in het bijzonder een aantal films, kunnen slechts geraadpleegd worden met behulp van bijkomende technische hulpmiddelen (zoals projectoren). Deze documenten zullen op termijn gedigitaliseerd worden, zodat ze als digitale kopie kunnen worden geconsulteerd in de leeszaal.
In tussentijd worden gebruikers aangeraden tijdig contact op te nemen met het CegeSoma om de beschikbaarheid van de vereiste afspeelapparatuur na te gaan.

Toegangen

Deze inventaris vervangt de plaatsingslijsten die telkens werden opgemaakt naar aanleiding van de schenking van de stukken.

Documenten met een verwante inhoud

Aangezien de hier beschreven collectie louter bestaat uit archiefstukken van individuen en families, zijn er logischerwijs overlappingen met andere bestanden beheerd door zowel het CegeSoma als de overige afdelingen van het Rijksarchief.
In de eerste plaats vermelden we de persoons- en familiearchiefjes bewaard door het CegeSoma en er voordien bekend onder hun referentie met prefix 'AA'. Deze vroegere 'AA'-bestanden bevatten doorgaans hetzelfde soort stukken die ook in voorliggende collectie te vinden zijn. De Verzameling 'Dagboeken en manuscripten' krijgt een bijzondere vermelding: daarin bevinden zich immers de dagboeken, memoires, allerlei geschriften en andere losse archiefstukken van particulieren die tot 2018 het prefix 'AB' droegen en als een apart geheel werden beheerd. (27)
De andere bewaarplaatsen van het Rijksarchief herbergen eveneens ettelijke strekkende kilometer aan persoons- en familiearchieven. Daarnaast beheren ze vaak nog relevante ad-hoc verzamelingen van losse archiefstukken met titels als Algemeen Familiefonds, Verzameling 'Familiearchief' of Collection de manuscrits et imprimés divers.
Via de zoekrobot AGATHA kunnen de geïnventariseerde archieven bewaard door alle afdelingen van het Rijksarchief worden doorzocht. De zoekrobot maakt het daarbij mogelijk om specifiek te zoeken op alle bestanden in de rubriek 'Families en particuliere personen'. (28) Overigens komt het om allerlei redenen voor dat de archieven van één persoon op verschillende momenten en niet noodzakelijk aan dezelfde afdeling van het Rijksarchief zijn overgemaakt. AGATHA laat toe om via het veld 'Archiefvormer' in de inventaris na te gaan of het Rijksarchief nog andere bestanden gevormd door een bepaalde persoon of familie bewaart. (29)
Ten slotte zijn persoonsarchieven vanzelfsprekend te raadplegen in de vele publiek- en privaatrechtelijke archiefinstellingen in België. ODIS en de databankvan Archiefpunt vormen eerste logische haltes in het zoekproces, of toch voor wat betreft de instellingen met privaatrechtelijke archiefcollecties langs Nederlandstalige zijde. (30) Werkinstrumenten zoals Bronnen voor de Studie van het Hedendaagse België blijven uiteraard essentieel. (31)

Bibliografie

s.n., Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, https://encyclopedievlaamsebeweging.be (laatst geraadpleegd op 23 september 2025)
ACADÉMIE ROYALE DES SCIENCES D'OUTRE-MER, Biographie Belge d'Outre-Mer, Bruxelles, Académie Royale des Sciences d'Outre-Mer, 1968.
COMMISSION DE LA BIOGRAPHIE NATIONALE, Nouvelle Biographie Nationale, Bruxelles, Académie royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique, 1974-.
DE BRUYNE E., Le corps des officiers belges de la Légion Wallonie, de la Brigade d'assaut & de la Division Wallonie, La Roche-en-Ardenne, Editions du Cercle Segnia, 2022.
HOUYOUX J. (eds.), Le nouveau dictionnaire des belges. De 1830 à nos jours, Bruxelles, Le Cri, 1998.
LAPIOWER A., Libres Enfants du Ghetto, Bruxelles, Points Critiques - Rue des Usines, 1989.
OVERDIJK F., Adriana en Johanna Bleuland van Oordt: Kunstzinnige zusters op een Voorburgse buitenplaats, Voorburg, Swaensteyn Museum, 2018.
SCHREIBER J.-P. (ed.), Dictionnaire biographique des Juifs de Belgique. Figures du judaïsme belge. XIXe-XXe siècles, Bruxelles, De Boeck, 2002.

Beschrijvingsbeheer

De stukken werden, in het kader van de schenkingsprocedure, voorlopig beschreven door Gertjan Desmet (Nederlandstalige schenkers, 2018-2023; Franstalige schenkers, 2019-2023) en Fabrice Maerten (Franstalige schenkers, 2018-2019).
De definitieve ordening, beschrijving (incl. algemene beschrijving van het archief) en verpakking van deze verzameling werd uitgevoerd door Gertjan Desmet in de loop van de periode januari 2024 - januari 2025.
Deze inventaris is conform de ISAD(G)-beschrijvingsstandaard.

Verwervingsinformatie

Verwervingsinformatie

1Aantekeningen genomen tijdens zijn krijgsgevangenschap in Oflag VII-B, voornamelijk afschriften van uitgaande brieven. [1907-1919?] 1940-1943.1 katern
Bertrand, Edmond Bleuland van Oordt, Adriana Brasch, Paul Blumin, Lola Houbrechts, Arnoldine Buttiëns, Gustaaf Buttiëns, Walter-Herman Coenen, Paul Coenen, Paulette Comer, Felix Coutelier, Joseph Englebert, Marie Duthoy, Frans-Willem Friart, Frantz Friart, Roger Tondreau, Christiane Tondreau, Paul Gabriel, Lucie Gendarme, Claudine Blase, Léa Genicq, Raymond Gérard, Jean Charlier, Emilia Gondry, Roger Goris, Jan Lens, Anna Maria Griner, Léon Guérisse, Albert-Marie Haeghens, Willy Hanotieau, Placide Lemarchand, Rosalie-Marine Hanotieau, Fernand Couteau, Gabrielle Hein, Gustave Lefèvre, Jeanne Hostie, Désiré Huppez, Hélène Klein, Pierre Janlet, Anne-Marie Ladrière, Maurice Lagache, Albert Lauwens, Jean Baptiste Mainil, Hector Leroy, Jeanne Mainil, Jean Paillet, Frieda Paillet, Nelly Paillet, Ernest Martin, Roger Peeters, Suze Meuwissen, Piet Provoost, Lucien van Renterghem, Marguerite Raus, Frieda Auguste Elisabeth Rommel, Edmond Rouard, Albert Henri Marchal, Henriette Rouard, François Serpereau, Blanche Smith, John W. De Bruyne, Elza Dehalu, Maurice Devaux, Victor Wolf, Maurice Lonnoy, Simone Ollinger, Georges Soffié, Auguste Soffié, Louise-Marie Somers, Jeanne Sury, Aloïs Dotremont, Marie-Thérèse Sury, Étienne Samyn, Dominique Catteau, Renée Pieronnet, Marguerite Wérion, Arthur Julien Wérion, Yvon Wérion, Gérard Versporten, Albert Speeckaert, Suzanne Versporten-Velghe, Marthe Verougstraete, Willem Vermoortel, Emile Steelandt, Rachel Vermoortel, Maurits Vermoortel, Philip Van Ooteghem, Arsène Claeys, Robert Boone, Marie-Thérèse Claeys, Jacques Delos, Honoré Verbanck, Celestina Delos, Victor Carlier, Léonie Donner, Léon-Joseph Copain, Elisa Donner, Raphaël Jodogne, Joseph Sonck, Edouard Tonnoir, René Uyttersprot, Romul Ulrich Frédéric Van Boxmeer, Henri Thorelle, Marguerite Vandaele, Fernand Vanden Eynden, Rosalie Vandevenne, Paul Van Hoof, Lodewijk Van Hoof, Jules Van Langendonck, Frans Van Langendonck, Greta De Sobri, François Grégoire, Mathieu Loncin, François Lejeune, Joséphine Loncin, Joseph Grégoire, Marie Loncin, Antoine Pirlot, Marcel Lebeau, Jean Dom, Madeleine Jonniaux, Fernand Wildschietz, Hélène Jonniaux, André Maca, Henri Maca, Maria Masclef, Mathilde Mattelaer, Pierre Briers, Philomène Mattelaer, Eugène De Beir, Godelieve Mattelaer, Paul Mouzafarova, Ludmila Oehm, Louis Oehm, Jeannine Oelbrandt, Aloysius Herweyers, Julia Maria Oelbrandt, Jozef Jan Tamigniau, François-Joseph Tamigniau, Raymond Tamigniau, Robert Verbaert, Gaston Verlinden, Raymond Volral, Claude Volral, Thierry