Plaatsingslijst van het archief van Winterhulp. Provinciaal Comité West-Vlaanderen (1940-1946).

Archive

Name: Winterhulp West-Vlaanderen

Period: 1940-1947

Inventoried scope: 60,5 linear meters

Archive repository: State archives in Bruges

Heading : Interior

Inventory

Authors: /

Year of publication: /

Code of the inventory: M145

...

Archiefvormer

Naam

Provinciaal Comité en plaatselijke comités van Winterhulp West-Vlaanderen (1940-1945)
Rechtsopvolgers:
- Provinciaal Comité en plaatselijke comités van het Nationaal Hulpcomité West-Vlaanderen (1945)
- Provinciaal Comité en plaatselijke comités van het Nationaal Werk voor Hulpverlening West-Vlaanderen (1945-1947)

Geschiedenis

(1)Tijdens de Tweede Wereldoorlog installeerden de Duitsers een militaire bezettingsadministratie, de zogenaamde Militärverwaltung. Deze Militärverwaltung had als eerste doel om de orde en rust te laten weerkeren en zo de Belgische economie in de Duitse oorlogseconomie in te schakelen. Het bestrijden van werkloosheid en voedselschaarste waren belangrijke pijlers van het gevoerde beleid, want die konden voor sociale onrusten zorgen. Met de oprichting van Winterhulp, naar analogie van de Duitse "Winterhilfe", kon de Militärverwaltung eveneens de wirwar aan bestaande liefdadigheidsinitiatieven coördineren. Het Belgische Rode Kruis en het Vlaamse Kruis waren andere initiatiefnemers en gaven Winterhulp een meer neutraal imago. Op 29 oktober 1940 vaardigden de secretarissen-generaal het besluit uit tot de oprichting van het Belgische Winterhulp. In de meeste provincies kwam er een provinciaal comité en in haast alle gemeenten en steden werd een plaatselijk Winterhulpcomité boven de doopvont gehouden - enkele kleinere gemeenten konden samen een comité vormen. Een Centraal Uitvoerend Comité (CUC) in Brussel vormde het nationale overkoepelende orgaan voor alle provinciale en plaatselijke comités.
Halfweg september 1944 veranderde de naam Winterhulp in Nationaal Hulpcomité, om op die manier de connotatie met de bezettingsadministratie van zich af te gooien. De Belgische regering besloot op 12 oktober 1944 tot de ontmanteling van de organisatie en voorzag hiervoor twaalf maanden na de bevrijding van het volledige grondgebied. Tijdens deze periode, waarin een college van vereffenaars en een comité van voorlopig beheer de liquidatie van de dienst voorbereidden, wijzigde de naam alweer: voortaan ging de tijdelijke organisatie door het leven als Nationaal Werk van Hulpverlening, ressorterend onder het Ministerie van Volksgezondheid. Vanaf eind april 1945 maakte een commissie voor liquidatie werk van de stopzetting van de provinciale en de plaatselijke comités. Pas in 1947 was de vereffening ver genoeg gevorderd om schuldvorderingen te laten ontvangen: binnen het Ministerie van Financiën werd een vereffeningscomité opgericht, dat werkzaam was tot december 1967.

Bevoegdheden en activiteiten

De concrete opdrachten van Winterhulp werden beschreven in het oprichtingsbesluit van 29 oktober 1940. (2) De comités zamelden bijdragen in en deelden die weer uit, de instelling verleende materiële en morele steun aan de armen, en Winterhulp coördineerde liefdadigheidsacties van bestaande openbare instellingen en privé-organisaties.
De financiering van Winterhulp kwam grotendeels uit (fiscaal aftrekbare) giften van burgers en bedrijven, maar ook uit subsidies van de Belgische overheid en uit verplichte bijdragen opgelegd door de bezetter. Verbeurd verklaarde voedingswaren, brandstof en kledij werden aan plaatselijke comités geschonken. Ten voordele van Winterhulp werden verschillende fondsenwervingscampagnes gehouden, zoals het organiseren van loterijen.
Winterhulp bood hoofdzakelijk steun in natura aan: het gebruikte de ingezamelde middelen voor de aankoop van hulpgoederen die vervolgens via de plaatselijke comités werden verdeeld. De distributie van de goederen verliep via een netwerk van verdeelcentra. Mensen die in aanmerking kwamen voor hulp, meldden zich aan bij hun plaatselijk comité en kregen op basis van hun noden hulppakketten toegewezen. Deze pakketten bevatten meestal brood, zuivelproducten, peulvruchten, aardappelen, kleding en brandstof voor verwarming.
Vanaf eind 1940 werd hulp tot stand gebracht vanuit het neutrale Portugal: twee organisaties in Lissabon waren belast met de aankoop en het transport van voedingswaren, geneesmiddelen en vitaminen voor het bezette België. In België ontstond het Gemengd Comité voor Verdeling der Hulpverlening aan België (GCVB), met aan het hoofd de nationale voorzitter van Winterhulp, dat verantwoordelijk was voor de inzameling van de uit Portugal toegezonden waren. Nadien werden de hulpgoederen verdeeld door de provinciale en plaatselijke comités van Winterhulp. (3)
Aan (arme) kinderen deelde Winterhulp soep, warme cacao en maaltijden uit. Maar in principe was de steun niet gratis. Voor alle bedelingen vroeg Winterhulp een financiële bijdrage, berekend volgens de draagkracht van de hulpbehoevende. Steungerechtigden leverden ook rantsoenzegels af, zodat de verstrekte hulp het officieel rantsoen niet aanvulde. Plaatselijke comités deelden winterhulpsteunkaarten uit aan gezinshoofden die weliswaar niet in aanmerking kwamen voor steun van de lokale Commissie van Openbare Onderstand (COO), maar toch in een financieel precaire situatie zaten. Ook de Commissies van Openbare Onderstand verleende Winterhulpsteunkaarten aan haar steuntrekkende gezinshoofden. (4) Winterhulp werkte nauw samen met het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn (NWKW) en verdeelde ook fondsen aan andere werken van liefdadigheid, zoals genootschappen van Sint-Vincentius a Paulo, het Nationaal Werk voor Oorlogsinvaliden, of verstrekte hulp in natura aan geëvacueerde burgers en geteisterden door rampen.

Organisatie

Winterhulp kende een sterk hiërarchische structuur. De organisatiestructuur van de plaatselijke comités was niet anders dan die van het Provinciaal Comité. Aan het hoofd van een bestuurscomité stond een voorzitter: de provinciegouverneur van West-Vlaanderen, Michiel Bulckaert, was de voorzitter van het Provinciaal Comité en over de meeste plaatselijke Winterhulpkantoren had de burgemeester van de gemeente de leiding. (5) Het Provinciale Comité West-Vlaanderen telde twee ondervoorzitters, namelijk rechter H. Christiaen en geneesheer L. Verhaghe. (6) In tegenstelling tot bij de organisatie van de voedselbedeling tijdens de Eerste Wereldoorlog was er in Winterhulp geen overwicht van bestuursleden uit de financiële en de industriële wereld. Wellicht is dit te verklaren omdat Winterhulp een initiatief van overheidswege was (weliswaar was het een zelfstandige vereniging met rechtspersoonlijkheid) en niet een organisatie betrof die ontstond uit privé-initiatief.
Het Provinciaal Comité bestond uit een secretariaat en verschillende afdelingen (of departementen): Financiën (of Boekhouding), Inspectie en Controle, Sociale Dienst, Propaganda, Bevoorrading, Bedeling, Kleding. Het secretariaat stond in voor de briefwisseling en het economaat. De afdeling Financiën beheerde de boekhouding en stelde statistieken op. De afdelingen Inspectie en Controle en Sociale Dienst hadden een controlerende functie op de andere departementen. Inspectie en Controle stuurde dagelijks controleurs op pad naar de plaatselijke comités. De afdeling Propaganda organiseerde feesten, tentoonstellingen en collectes, en verkocht propagandamateriaal. De afdelingen Bevoorrading en Kleding beheerden de magazijnen en kochten goederen aan voor de comités. De afdeling Bedeling zorgde voor de bedeling van voedingspakketten en brandstof.

Archief

Geschiedenis

Zowel de plaatselijke comités als het Provinciaal Comité hebben een veelheid aan archieven aangemaakt. Na de opheffing van het Nationaal Werk voor Hulpverlening gaf het Centraal Uitvoerend Comité het Provinciaal Comité van West-Vlaanderen de opdracht om de archieven van de plaatselijke comités in te zamelen. De archieven werden in het najaar van 1947 in houten kisten en in manden verpakt. (7) De archieven van zowel het provinciale als het lokale niveau werden tot 1948 bewaard door de dienst vereffening bij het Provinciale Comité. (8) In mei 1948 werden de archieven overgebracht naar het ministerie van Financiën en bewaard in een centraal depot in de Waelhemstraat in Schaarbeek.

Verwerving

Het vereffeningscomité te Brussel stopte zijn activiteiten in december 1967. Eerder had dit comité al contact opgenomen met het Algemeen Rijksarchief. Rijksarchivaris Desmed-Thielemans had een selectievoorstel gemaakt, op basis waarvan streng werd geselecteerd in de archieven van de plaatselijke comités. Op 27 mei 1967 verstuurde algemeen rijksarchivaris Etienne Sabbe de lijst naar de voorzitter van het vereffeningscomité met daarin de geselecteerde archiefreeksen die in aanmerking kwamen voor overbrenging naar het Rijksarchief. (9) De archieven van het Provinciaal Comité en van de plaatselijke comités van West-Vlaanderen werden overgebracht naar het Rijksarchief Beveren. In 2013 verhuisden deze archieven naar het Rijksarchief Brugge. (10) Tot dan waren de archiefstukken onaangeroerd gebleven in open houten kisten (voormalige kisten voor vervoer van voedings- en andere waren), in manden (met daarin de stukken met touw in pakken gebonden) en in grote kartonnen dozen. Bij nazicht van het archiefbestand bleek al gauw dat de archieven van het Provinciale Comité en de archieven van de plaatselijke comités helemaal waren vermengd geraakt.

Inhoud

Het archiefbestand bevat documenten over het Provinciaal Comité van West-Vlaanderen en van de vele plaatselijke comités in de provincie. Het bestand geeft een kleurrijk beeld van de organisatie van Winterhulp vanaf het ontstaan in 1940 tot en met de vereffening van de dienst in 1947. Hoewel de archieven niet volledig zijn bewaard gebleven, geven vele stukken een relevante inkijk in de bevoorradingsproblematiek en de invloed hiervan op het dagelijkse leven tijdens de bezettingsperiode.

Taal en schrift van de documenten

Nagenoeg alle bescheiden zijn opgesteld in het Nederlands.

Selecties en vernietigingen

Toen het vereffeningscomité in Brussel de archieven tussen 1948 en 1967 beheerde, moeten er verschillende archiefstukken opnieuw zijn geordend, wedersamengesteld of vernietigd. Zeker in de beginperiode van het Brusselse vereffeningscomité werden talrijke documenten uitgeleend, voornamelijk stukken met betrekking tot personeelsgegevens en van financiële aard. (11) Deze stukken zijn wellicht onherroepelijk verloren. Na 1967 werden geen selecties ter vernietiging meer uitgevoerd. Tijdens de huidige inventarisatie werden slechts enkele ongebruikte en dus blanco formulieren vernietigd.

Ordening

De archieven van het Provinciale Comité en van de plaatselijke comités werden tussen 1967 en 2013 (in het Rijksarchief Beveren) en vanaf 2013 (in het Rijksarchief Brugge) bewaard in originele open houten kisten en manden, of in de grote kartonnen dozen waarin ze werden overgedragen. Er bestond een heel beknopte getypte overdrachtslijst per kist, mand of doos onder de titel "Inventaris van de collis van West-Vlaanderen" (4 pagina's met 197 nummers). Er was ook een beknopte, losbladige beschrijving per pak in elke kist, mand of doos. De fysieke ordening bleek evenwel in zodanige mate verstoord, dat het moeilijk was om iets terug te vinden aan de hand van die toegangen. Gedeeltelijk in 2016 en gedeeltelijk in 2019 werden de stukken gereinigd en voor het eerst verpakt in zuurvrije mappen en dozen. Archivaris Marc Therry maakte een nieuwe, rudimentaire plaatsingslijst aan, met de hulp van enkele medewerkers. Voor het opstellen van de plaatsingslijst kon geen rekening worden gehouden met de volgorde van de stukken zoals beschreven in de oude toegangen.
De huidige ordening van de West-Vlaamse Winterhulpinstellingen is gebaseerd op de organisatiestructuur van het Provinciaal Comité. De archieven van de plaatselijke comités zijn alfabetisch op naam van de comités geplaatst. Veelal betreft het bewaard gebleven archief slechts kasboeken en registers van maandelijkse kasuittreksels, zoals rijksarchivaris Desmed-Thielemans reeds had geopperd in haar selectievoorstel van 1967. Enkel bij de grotere plaatselijke comités, waar stukken van diverse aard zijn bewaard, is een opdeling volgens functie gemaakt.

Voorwaarden voor de raadpleging

De archiefstukken zijn vrij raadpleegbaar, met uitzondering van de personeelsdossiers die pas na 100 jaar openbaar zijn.

Voorwaarden voor de reproductie

Voor de reproductie gelden de regels van toepassing in het Rijksarchief.

Documenten met een verwante inhoud

Het Algemeen Rijksarchief bewaart de archieven van het Centraal Uitvoerend Comité (CUC) en van het vereffeningscomité. Er wordt ook een centraal bestand Winterhulp bewaard, voornamelijk van documentaire aard, afkomstig van archiefoverbrengingen van de afdeling Propaganda van het Centraal Uitvoerend Comité. De dienst Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (CEGESOMA) stelt digitale kopieën van gemicrofilmeerde "Tätigkeitsberichte" ter beschikking. Deze berichten van de Militärverwaltung en bevatten vele richtlijnen over de voedselbevoorrading en Winterhulp. Hier en daar zijn documenten te vinden die een licht werpen op de lokale organisatie. Het Rijksarchief Brugge bewaart bijvoorbeeld een fonds "Hoofdwaterschoutsambt Oostende". Nr. 185 bevat informatie over vissersboten die op zee visten voor het plaatselijk comité van Winterhulp Oostende (periode 1941-1944). Verschillende archiefbewaarplaatsen bewaren diverse persoonsarchieven van medewerkers of bestuurders van het provinciale of van lokale Winterhulpcomités. Deze archiefstukken verraden vaak heel persoonlijke ervaringen omtrent de Winterhulporganisatie.

Bibliografie

BERNARDO Y GARCIA L. A., DE MUNCK L., ELAUT G., VANDEWEYER L. en VRANCKEN L., Kleine helden, Grote missie. Het Belgische Rode Kruis tijdens de Tweede Wereldoorlog (Educatieve Dienst. Eerste Reeks, 24), Brussel, 2006.
BERNARDO Y GARCIA L. A., Le ventre des Belges. Une histoire alimentaire des temps d'occupation et de sortie de guerre (1914-1921 & 1939-1948)(Studies in Belgian History, 4), Brussel, 2017.
HENAU A. en VAN DEN WIJNGAERT M., België op de bon. Rantsoenering en voedselvoorziening onder Duitse bezetting 1940-1944, Leuven, 1986.
JACQUEMYNS H., Een bezet land (België in de Tweede Wereldoorlog, 2), Kapellen, 1984.
VANDEWEYER L., Oorlogsinstellingen liquideren. De vereffeningsadministratie na september 1944 en de archiefvorming. Een verkennend onderzoek, in: LACH. Liber Amicorum Coppens Herman (Studia 115), Brussel, 2007, p. 451-484.
VAN DONGEN H., Winterhulp 1940-1944. Aspekten van de voedselvoorziening en de hulpverlening in de bezettingstijd, Gent, 1983 (Rijksuniversiteit Gent, Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, Departement Geschiedenis, onuitgegeven licentiaatsverhandeling).
VAN DONGEN H., Armoede en hulpverlening tijdens de Tweede Wereldoorlog, in: 1940-1945. Het dagelijkse leven in België, Brussel, 1984, p. 136-153.
VERDOODT Th., Secours d'hiver. Secours d'Hitler. Een analyse van de hulporganisatie Winterhulp en de receptie door de Belgische bevolking tijdens de Tweede Wereldoorlog, Gent, 2014 (Universiteit Gent, Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, Vakgroep Geschiedenis, onuitgegeven masterproef).
WOUTERS N., De Führerstaat. Overheid en collaboratie in België (1940-1944), Tielt, 2006.

Beschrijvingsbeheer

De rudimentaire plaatsingslijst van archivaris Marc Therry vormde de basis van de beschrijvingen. Het voorbereidend onderzoek, de analyse en beschrijving van de archiefbestanddelen en de definitieve ordening werden in de zomer van 2024 uitgevoerd door archivaris Pieter De Reu. Er werd dankbaar inspiratie gehaald uit reeds gepubliceerde inventarissen van Winterhulpinstellingen van andere provincies. De beschrijving gebeurde op basis van de "Richtlijnen voor de inhoud en vormgeving van een archiefinventaris (augustus 2014)" van Herman Coppens met aanvullingen en aanpassingen door Eddy Put en Laurent Honnoré.

 1Provinciaal Comité.1 omslag
 2Plaatselijke comités beginnend met de letter A-J.1 pak
 3Plaatselijke comités beginnend met de letter K-R.1 pak
 4Plaatselijke comités beginnend met de letter S-Z.1 omslag