Inventaris van het archief van het Ministerie van Openbare Werken. Bestuur der Gebouwen. Kaarten en plattegronden van rijksgebouwen, 1860-1982.

Archive

Name: Ministerie van Openbare Werken. Bestuur der Gebouwen. Kaarten en plattegronden van rijksgebouwen

Period: 1860 - 1982

Inventoried scope: 11,96 linear meters

Archive repository: National Archives of Belgium

Heading : Finance

Inventory

Authors: F. Strubbe — G. Leloup

Year of publication: 2010

Code of the inventory: I 495

...

Archiefvormer

Naam

Ministerie van Openbare Werken. Bestuur der Gebouwen.

Geschiedenis

Het Ministerie van Openbare Werken was vanaf de oprichting in 1837 tot de opheffing in 1990 verantwoordelijk voor de bouw, het onderhoud en het beheer van (bepaalde) burgerlijke rijksgebouwen. De interne administratieve organisatie en taakverdeling zijn echter doorheen de jaren sterk geëvolueerd en niet altijd makkelijk te achterhalen.

Het beheer van een aantal rijksgebouwen werd in 1831 toevertrouwd aan het Bestuur van Bruggen en Wegen. Deze administratie viel aanvankelijk onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken, maar werd in 1837 overgeheveld naar het nieuwe Ministerie van Openbare Werken. Zoals de naam aangaf, was het beheer van rijksgebouwen maar één van de vele opdrachten van het Bestuur van Bruggen en Wegen, dat ook belast was met de bouw, het beheer en het onderhoud van bruggen, wegen, waterwegen, haveninfrastructuur, enz. De rijksgebouwen kregen bijgevolg weinig of geen aandacht. Dit leidde met name tot problemen in Brussel en Brabant, waar logischerwijze de meeste gebouwen gesitueerd waren: het Koninklijk Paleis, het Paleis der Natie, de kantoren van de ministers en van hun diensten, de nationale musea en wetenschappelijke instellingen. Vandaar dat er in 1870 een Bijzondere Dienst der Burgerlijke Gebouwen van Brabant werd opgericht, die zich uitsluitend op deze opdracht zou concentreren. Vanaf midden jaren 1880 zou binnen het Bestuur van Bruggen en Wegen ook de centrale dienst voor burgerlijke gebouwen verder uitgebouwd worden.

Deze hybride organisatiestructuur van een hoofdbestuur met een meer gespecialiseerde buitendienst bleef bestaan tot 1946, het jaar waarin het beheer van de burgerlijke rijksgebouwen grondig gereorganiseerd werd en integraal bij het Ministerie van Openbare Werken ondergebracht werd. Een volwaardig en afzonderlijk Bestuur der Gebouwen zou op dat moment verantwoordelijk worden voor het beheer van alle rijksgebouwen in het land en zou voor elke provincie voortaan over eigen, gespecialiseerde buitendienst beschikken. De belangrijkste inspiratiebron voor deze reorganisatie was een rapport van Koninklijk Commissaris voor de Administratieve Hervorming Louis Camu uit 1939, waarin gewezen werd op het gebrek aan een gebouwenpolitiek, op de huur en aankoop van onaangepaste gebouwen evenals op de verspreide ligging en de erbarmelijke staat van de rijksgebouwen. (1) Het Bestuur der Gebouwen zou enkele belangrijke projecten realiseren, zoals de aankoop van de Residence Palace en de bouw van het Rijksadministratief Centrum.

Toch zou ook het nieuwe Bestuur der Gebouwen niet alle knelpunten kunnen oplossen. Het had te kampen met een gebrek aan financiële middelen, met een tekort aan personeel en met strenge boekhoudkundige beperkingen die bepaalden dat de ontvangsten van de verkoop of sloop van gebouwen voor de schatkist bestemd waren en niet op de begroting van de administratie ingeschreven konden worden (waardoor deze niet geneigd was gebouwen te verkopen en/of nieuwe gebouwen aan te kopen). (2) De Studiecommissie voor de Hervorming van de Rijksbesturen wijdde in 1954 in haar eindrapport een volledig hoofdstuk aan de slechte staat van de rijksgebouwen. (3) Het daaropvolgende decennium klaagde ook de Dienst voor Begrotingsenquêtes de toestand aan. (4) De wetgever zou met de Domaniale Wet van 2 juli 1969 bepalen dat de inkomsten uit verkoop en sloop van gebouwen voortaan op de begroting van het Bestuur der Gebouwen ingeschreven konden worden om het meer financiële armslag te geven, (5) maar dit leverde niet het verhoopte resultaat op. (6)

Dit alles verklaarde waarom in 1971 de Regie der Gebouwen werd opgericht, die als instelling van openbaar nut over een grotere autonomie beschikte en soepeler kon optreden. Deze nieuwe instelling zou steeds meer taken van het Bestuur der Gebouwen overnemen. Bovendien werden als gevolg van de staatshervormingen een groot aantal gebouwen en terreinen naar de gemeenschappen en gewesten overgeheveld. Het Bestuur der Gebouwen werd uiteindelijk op 1 januari 1990 helemaal opgeheven: de enkele overblijvende taken werden integraal aan de Regie der Gebouwen overgedragen.

Bevoegdheden en activiteiten

(7)Het koninklijk besluit van 29 augustus 1831 bepaalde dat het Bestuur van Bruggen en Wegen onder meer de leiding had van de openbare werken die in het Rijk voor rekening van de dienst der burgerlijke gebouwen uitgevoerd werden. Het toezicht op de gebouwen die aan andere administraties toebehoorden, maar desondanks een algemeen belang hadden, ressorteerde eveneens onder dit bestuur. (8) Het Bestuur van Bruggen en Wegen was dus verantwoordelijk voor het beheer van de burgerlijke rijksgebouwen, voor zover deze niet onder de bevoegdheid van andere ministeries vielen, zoals het Ministerie van Justitie (justitiepaleizen, gevangenissen, instellingen van zwakzinnigen), het Ministerie van Openbaar Onderwijs (schoolgebouwen en universiteiten) en het Ministerie van Verkeerswezen (stations, postgebouwen, enz.). Het beheer van de militaire gebouwen (versterkingen, kazernes, enz.) was dan weer een bevoegdheid van de genie. De provinciewet van 30 april 1836 bepaalde tot slot in artikel 70, 4° dat de staat verantwoordelijk was voor de huur en het onderhoud van de gebouwen waarin de provinciegouverneurs en hun diensten waren ondergebracht én voor het onderhoud en de vernieuwing van het meubilair: uit besprekingen van de begroting van het Ministerie van Openbare Werken omtrent het midden van de 19de eeuw blijkt dat deze taak eveneens aan het Bestuur van Bruggen en Wegen was toevertrouwd. (9)

Het beheer van rijksgebouwen was aanvankelijk maar één van de vele opdrachten van het Bestuur van Bruggen en Wegen. Tijdens de tweede helft van de 19de eeuw ontstonden er in de schoot van deze administratie geleidelijk aan gespecialiseerde diensten die zich uitsluitend zouden concentreren op de aankoop, de bouw, de verbouwing en het onderhoud van de burgerlijke rijksgebouwen. Volgens de Annuaire de l'Administration des Ponts et Chaussées van 1902 waren de dienstenvoor rijksgebouwen concreet belast met de volgende opdrachten: onderhoud en herstel van de paleizen, van het justitiepaleis van Brussel en van de monumenten en gebouwen van de staat; verbeterings-, uitbreidings- en restauratiewerken; aankoop van meubels; aanleg en onderhoud van parken en squares; aankoop van gebouwen en stukken voor publieke feesten en ceremoniën; bouw en onderhoud van rijksnormaalscholen. (10) Het justitiepaleis van Brussel en de rijksnormaalscholen vormden dus de uitzondering op de regel dat de gerechtsgebouwen en schoolgebouwen respectievelijk door het Ministerie van Justitie en het Ministerie van Onderwijs werden beheerd. Het koninklijk besluit van 18 maart 1913 zou ook de bevoegdheid inzake het beheer van de rijkswacht- en legerkazernes aan het Bestuur van Bruggen en Wegen toewijzen. (11)
Het koninklijk besluit van 23 oktober 1946 bepaalde dat het nieuwe Bestuur der Gebouwen voortaan verantwoordelijk was voor het beheer van alle rijksgebouwen en dat het in dat kader onder meer belast werd met: de studie en het (laten) opmaken van bouwontwerpen en met de leiding, het toezicht en de keuring van de desbetreffende werken; de studie en het (laten) opmaken van de ontwerpen tot uitbreiding of verbetering van bestaande gebouwen en de leiding, het toezicht en de keuring van dergelijke werken; het toezicht over de gebouwen en de uitvoering van onderhoudswerken en grote herstellingen; de studie en het opmaken van de ontwerpen voor centrale verwarmings- en luchtverversingsinstallaties én hun inrichting en onderhoud; de installatie, de controle en het onderhoud van elektrische installaties (verlichting, liften, interne telefonie, enz.). (12)

Enkele decennia later werd met de wet van 1 april 1971 de Regie der Gebouwen opgericht (13) en werd het beheer van een aantal terreinen en gebouwen met enkele koninklijke besluiten aan deze instelling van openbaar nut van categorie A overgedragen (14). Bovendien zou het Bestuur der Gebouwen ook als gevolg van de opeenvolgende staatshervormingen haar bevoegdheden steeds verder zien afbrokkelen. Vanaf 1983 was het bijvoorbeeld louter nog verantwoordelijk voor het Brussels Gewest. Bij de opheffing van het Bestuur der Gebouwen op 1 januari 1990 zouden de laatste resterende bevoegdheden aan de Regie overgedragen worden.

Organisatie

(15)Het koninklijk besluit van 29 augustus 1831 richtte het Bestuur van Bruggen en Wegen op bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. (16) Deze dienst werd in 1837 naar het Ministerie van Openbare Werken overgeheveld, waarbinnen het de 1ste afdeling Wegen vormde. Bij een reorganisatie van het ministerie in 1850 werd deze afdeling samengevoegd met de afdeling Mijnen tot het Bestuur der Bruggen en Wegen en van de Mijnen, met twee eronder ressorterende bureaus: het 1ste Bureau was in deze nieuwe organisatiestructuur verantwoordelijk voor het onderhoud van de wegen, de verkeerspolitie, de tollen, de aanplantingen, de subsidies voor de aanleg van wegen én voor de bouw en het onderhoud van rijksgebouwen. Dit Bureau werd vervolgens op zijn beurt in 1862 omgevormd tot het Bestuur der Wegen en der Burgerlijke Gebouwen. Deze beginjaren werden overigens gekarakteriseerd door een verregaande decentralisatie en door de polyvalentie van het personeel. Er was niet echt sprake van een volwaardig centraal bestuur, aangezien de meeste openbare werken gerealiseerd worden door de provinciale diensten. De ingenieurs en architecten waren ook verantwoordelijk voor de meest diverse openbare werken, waarbij de rijksgebouwen geen prioriteit vormden. Zoals reeds in een vorig onderdeel is gesignaleerd, leidde dit vooral in Brussel en Brabant tot problemen. (17)
Het koninklijk besluit van 9 april 1870 richtte bij het hoofdbestuur van Bruggen en Wegen een Bijzondere Dienst der Burgerlijke Gebouwen van Brabant op, die het beheer van de burgerlijke rijksgebouwen overnam van de Brabantse buitendienst. (18) De personeelsformatie van deze dienst werd vastgelegd met het koninklijk besluit 8 juni 1870 (19) en werd de daaropvolgende jaren steeds verder uitgebreid. (20) Het ministerieel besluit van 28 juni 1884 had ondertussen bepaald dat deze dienst de bouwontwerpen aan de hogere autoriteiten moesten voorleggen, evenals de algemene zaken. Het bevatte een bijlage met een lijst van al de burgerlijke rijksgebouwen die door de dienst beheerd werden. (21) Het beheer van de weinige rijksgebouwen in de andere provincies bleef onder de andere, algemene buitendiensten van het bestuur ressorteren.

Niet veel later werd ook de centrale, coördinerende dienst voor burgerlijke gebouwen verder uitgebouwd. Vanaf 1886 was het 1ste Bestuur der Wegen en der Burgerlijke Gebouwen onderverdeeld in een 1ste afdeling der Wegen en een 2de afdeling der Burgerlijke Gebouwen. Het feit dat het koninklijk besluit van 2 september 1881 voordien een vierde ambt van inspecteur-generaal had ingesteld voor het toezicht op de gebouwen was ook een bewijs van het groeiende takenpakket. (22) De in 1886 voor het hoofdbestuur ingevoerde organisatiestructuur bleef uiteindelijk in grote lijnen van kracht tot 1919, toen een Algemeen Bestuur der Wegen, Burgerlijke Gebouwen, Kazernering van de Rijkswacht werd opgericht, met daarbinnen een 1ste Bestuur der Wegen en Toepassingen der Elektriciteit, een 2de Bestuur der Burgerlijke Gebouwen, een 2de Bestuur der Bestuurlijke Gebouwen en een 3de Bestuur der Gebouwen en Kazernering van de Rijkswacht. Deze organisatiestructuur werd in de loop van de jaren 1920 en 1930 vereenvoudigd en vanaf 1927 was er binnen het Bestuur van Bruggen en Wegen één enkel Bestuur der Gebouwen actief (met een intermezzo in de periode 1930-1936).

Voorts mag niet uit het oog verloren worden dat het Ministerie van Openbare Werken verschillende malen betrokken was bij grootschalige hergroeperingen van de verschillende ministeries. Zo werd het Bestuur der Bruggen en Wegen met het koninklijk besluit van 4 augustus 1882 overgeheveld naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken, maar zou het met het koninklijk besluit van 16 juni 1884 opnieuw bij een gereorganiseerd Ministerie van Landbouw, Industrie en Openbare Werken ingedeeld worden. De diensten voor openbare werken werden in 1899 bij het Ministerie van Financiën ondergebracht, maar vormden vanaf 1907 opnieuw een afzonderlijk Ministerie van Openbare Werken.

Na de Tweede Wereldoorlog zou een gespecialiseerde gebouwenadministratie het licht zien. Vanaf 1946 werden alle bevoegdheden inzake de rijksgebouwen bij het Ministerie van Openbare Werken ondergebracht en werd er een Bestuur der Gebouwen opgericht, dat op dezelfde hoogte stond als het Bestuur der Bruggen en Wegen. (23) Het gebouwenbeheer was dus voor de eerste maal in de geschiedenis volledig losgekoppeld van het beheer van de wegen. Naast de centrale diensten van het nieuwe Bestuur der Gebouwen waren er negen provinciale directies, maar later zou het aantal buitendiensten nog verder toenemen. (24) De Bijzondere Dienst der Burgerlijke Gebouwen van Brabant werd op dat moment afgeschaft en opgevolgd door de Directie der Gebouwen van Brussel. (25)

De oprichting van de Regie der Gebouwen in 1971 bracht belangrijke organisatorische veranderingen met zich mee. Het koninklijk besluit van 30 augustus 1972 reorganiseerde de diensten van het Bestuur der Gebouwen en paste hun ambtsgebieden aan. (26) Vanaf 1983 was het Bestuur der Gebouwen enkel nog verantwoordelijk voor het beheer en het onderhoud van de gebouwen in het Brussels Gewest. Het Bestuur zou uiteindelijk in uitvoering van de programmawet van 22 december 1989 op 1 januari 1990 definitief opgeheven worden. (27)

Archief

Geschiedenis

De kaarten en plattegronden van de rijksgebouwen werden oorspronkelijk bewaard in de kantoren van het Bestuur van Bruggen en Wegen, van het latere Bestuur der Gebouwen en van de huidige Regie der Gebouwen. Wegens hun afwijkend formaat werden deze niet samen met de overige archiefbescheiden bewaard, maar afzonderlijk opgeborgen. Het Bestuur van Bruggen en Wegen en de Bijzondere Dienst der Burgerlijke Gebouwen van Brabant waren aanvankelijk gevestigd in een gebouw aan de Leuvenseweg in het centrum van Brussel, (28) waar speciale kasten voor de kaarten en plattegronden waren geïnstalleerd (zie onderdeel VII.A. met illustraties). De centrale diensten van het pas opgerichte Bestuur der Gebouwen verhuisden rond 1949 samen met andere diensten van het Ministerie van Openbare Werken naar het Residence Palace-complex aan de Wetstraat. (29) De Brusselse buitendiensten waren midden jaren 1960 ondergebracht in een nabijgelegen gebouw aan de Wetstraat, verhuisden vervolgens begin jaren 1970 naar kantoren in de Koningsstraat en vestigden zich uiteindelijk begin jaren 1980 in een gebouw aan de Troonstraat, waar de plannen blijkbaar in een kleine kelderruimte werden bewaard. Nog andere medewerkers waren ter plaatse in de belangrijkste gebouwencomplexen ondergebracht, zoals het Rijksadministratief Centrum of het Muntcentrum. Uiteindelijk zouden zowel de centrale diensten als de Brusselse buitendiensten van de Regie der Gebouwen bij de aanvang van de 21ste eeuw naar een kantoorcomplex aan de Gulden Vlieslaan verhuizen.

Het is niet duidelijk of de kaarten en plattegronden uit de periode vóór de Tweede Wereldoorlog afkomstig zijn uit het archief van de centrale dienst voor rijksgebouwen of uit dat van de Brabantse buitendienst. Vele dragen het opschrift "Bijzondere Dienst der Burgerlijke Gebouwen van Brabant" en het bewaard gebleven ontwerp van de archiefkasten geeft aan dat het hoofd van deze buitendienst grote aantallen kaarten en plattegronden beheerde. Daartegenover staat dat zowel uit het eerder aangehaalde ministerieel besluit van 28 juni 1884 als uit het bewaard gebleven archief blijkt dat de buitendienst de kaarten en plattegronden voor verdere opvolging naar het hoofdbestuur opstuurde en dat de aangebrachte codes identiek zijn aan deze van de dossiers van het hoofdbestuur. Het zou ook de aanwezigheid verklaren van kaarten en plattegronden van gebouwen in andere provincies.

De oorspronkelijke ordening van de kaarten en plattegronden blijft ook een raadsel: ze zijn tot de jaren 1930 voor elk gebouwencomplex voorzien van een code met één letter en een volgnummer (bijvoorbeeld: A3, B17, C50, enz.), maar deze codes vertonen geen enkele logica. Een in een ander archief van het Bestuur der Bruggen en Wegen aangetroffen register met een classement des plans geeft wel enkele aanwijzingen (zie onderdeel VII.A met illustraties). (30) Dit ordeningsplan dateert uit de periode vóór 1885 en hanteert een andere codering, maar de codes verwijzen blijkbaar naar de classeurs waarin de kaarten en plattegronden waren opgeborgen: het is aannemelijk dat dit systeem ook na 1885 (in gewijzigde vorm) is toegepast. Diezelfde codes werden overigens ook gehanteerd om de dossiers te identificeren en te ordenen (zie onderdelen IV.E. en V.A.).

Verwerving

Vrijwel alle kaarten en plattegronden zijn in 2004 door de Brusselse buitendiensten van de Directie Brussel II van de Regie der Gebouwen aan het Algemeen Rijksarchief overgedragen in uitvoering van de bepalingen van de Archiefwet en naar aanleiding van de nakende verhuis van de desbetreffende diensten van de Troonstraat naar de Gulden Vlieslaan. De plannen van het Paleis te Laken met code C45 zouden volgens het overbrengingsdossier overgebracht worden naar het Beheer der Paleizen.

Een deel van de kaarten en plattegronden van het voormalige gebouw van het Rekenhof aan het Koningsplein in Brussel (inventarisnummer 139) zijn echter pas op 8 juni 2009 door twee medewerkers van de Regie der Gebouwen overgedragen aan het Algemeen Rijksarchief: deze waren even voordien aangetroffen in een ontruimd bureau in het kantoorgebouw van de Regie aan de Gulden Vlieslaan en bezaten geen enkel administratief nut meer.

Inhoud

Het archiefbestand bevat voor bijna alle in de toegang opgesomde gebouwen (met uitzondering van deze met de code A3 voor allerlei) grote aantallen kaarten, plattegronden, doorsneden en opstanden. Voor een aantal van deze gebouwen zijn er ook ontwerpen terug te vinden van de interieurdecoratie en van het meubilair. Sommige zijn in zwart-wit uitgevoerd, andere in kleur. Het bestand bevat tot slot ook een beperkt aantal blauwdrukken.

Taal en schrift van de documenten
Vrijwel alle teksten en aantekeningen op de kaarten en plattegronden uit de tweede helft van de 19de eeuw en de eerste helft van de 20ste eeuw zijn in het Frans opgesteld. De kaarten en plattegronden die na de na de Tweede Wereldoorlog zijn vervaardigd, dragen Franse of Nederlandse opschriften.

Selecties en vernietigingen

Bij de inventarisatie van het archiefbestand is er geen nadere selectie doorgevoerd: enerzijds omwille van de ouderdom en historische waarde van de kaarten en plattegronden, anderzijds wegens het gebrek aan tijd om de eventueel minder interessante stukken af te zonderen en te vernietigen.

Toekomstige aangroei/aanvullingen

De diensten van de Regie der Gebouwen bezitten zonder twijfel nog grote aantallen kaarten en plattegronden: deze met een historische waarde zullen in principe in uitvoering van de Archiefwet van 24 juni 1955 aan het Rijksarchief overgedragen worden eens ze hun administratief nut verloren hebben.

Ordening

Daar de oorspronkelijke ordening (zie onderdeel B.1.) weinig logica vertoont, is er tijdens de inventarisatie voor gekozen om de kaarten en plattegronden te herordenen op basis van geografische criteria: per provincie, vervolgens per stad of gemeente en tot slot per gebouw. Deze ordening is dezelfde als deze die in de jaren 1930 bij de inventarisatie van de dossiers is toegepast (zie onderdelen IV.E. en V.A.). De twee in het archiefbestand aangetroffen pakken met kenmerk A3, die kaarten en plattegronden bevatten van verschillende gebouwen uit diverse provincies en gemeenten, werden volgens dit ordeningssysteem opgesplitst en herordend om een volledig logische ordening te bekomen. De oorspronkelijke codes worden in de toegang vermeld, omdat deze toelaten om de oorspronkelijke ordening te achterhalen en om de link te leggen met de dossiers. De documentatie is tot slot achteraan in de toegang opgenomen, met inbegrip van enkele plattegronden van een evangelische kerk in het Franse Roubaix.

Voorwaarden voor de raadpleging

De raadpleging van dit archief is onderworpen aan de bepalingen van de Archiefwet van 24 juni 1955 (zoals gewijzigd door de Wet van 6 mei 2009), de Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonlijke gegevens en de Wet van 11 april 1994 inzake de openbaarheid van bestuur. Concreet betekent dit dat voor de raadpleging en eventuele reproductie van archiefbescheiden jonger dan 30 jaar de uitdrukkelijke toestemming van de Regie der Gebouwen vereist is. Voor archiefbescheiden ouder dan 30 jaar is een dergelijke toestemming niet vereist.

Voorwaarden voor de reproductie

Voor de reproductie van archiefstukken gelden de voorwaarden en tarieven van toepassing in het Rijksarchief. Wanneer een stuk niet mag worden gereproduceerd, dan wordt dit meegedeeld bij het aanvragen van het archiefnummer aan het scherm.

Toegangen

Jammer genoeg zijn er in het archief van het Bestuur der Bruggen en Wegen of van het Bestuur der Gebouwen geen lijsten of overzichten aangetroffen, die het mogelijk zouden maken om snel en eenvoudig één welbepaalde kaart of één specifieke plattegrond terug te vinden. Bovendien beschikten de auteurs van de voorliggende toegang niet over de tijd om een inventaris op stukniveau op te stellen. Voor de gebruiker zit er dus voorlopig niets anders op dan voor elk gebouw(encomplex) alles door te nemen.

Aanwijzingen voor het gebruik

De gebruiker dient er zich bewust van te zijn dat dit bestand één geheel vormt met de eveneens in het Algemeen Rijksarchief bewaarde, maar afzonderlijk geïnventariseerde dossiers van het Bestuur der Bruggen en Wegen met betrekking tot rijksgebouwen uit de periode 1832-1927: deze dossiers kunnen met behulp van een gepubliceerde toegang opgezocht en opgevraagd worden. (31) Deze toegang dateert uit 1939 en is dus verouderd, maar al bij al is het perfect mogelijk om de bijhorende dossiers snel en eenvoudig terug te vinden. De kaarten en plattegronden vormen samen met de dossiers een primordiale bron voor de studie van de ligging, indeling en architecturale stijl van de nationale overheidsgebouwen in de tweede helft van de 19de eeuw en de eerste helft van de 20ste eeuw. Bovendien kan aan de hand van de omgevingsplannen ook hun inplanting en hun impact op het stedelijk weefsel nader bestudeerd worden. Tot slot kunnen ze ook van groot nut zijn voor restauratieprojecten. Uiteraard moet de gebruiker er rekening mee houden dat niet alle ontwerpen effectief gerealiseerd zijn.

Documenten met een verwante inhoud

(32)De Zuidelijke Nederlanden vormden bij de aanvang van de hedendaagse periode achtereenvolgens onderdeel van Frankrijk (1796-1815) en van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830). De gebruiker moet voor deze vroegste periode dus over de grenzen kijken. De Archives Nationales in Parijs bewaren in de Série N Pays étrangers een aantal kaarten en plattegronden van rijksgebouwen in ons land. (33) De Série F13 Bâtiments civils lijkt daarentegen geen stukken te bevatten met betrekking tot gebouwen in het latere België. Daarnaast zijn er de archiefbescheiden met betrekking tot de rijksgebouwen uit het tijdperk van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830), (34) die bewaard worden door het Nationaal Archief in Den Haag en via verschillende inventarissen opgezocht en geraadpleegd kunnen worden. (35)

De oudere kaarten en plattegronden van de rijksgebouwen uit de eerste decennia na de Belgische onafhankelijkheid zijn voorlopig spoorloos: de collectie kaarten en plattegronden van het Algemeen Rijksarchief te Brussel (waarin in het verleden kaartmateriaal uit verschillende archiefbestanden werd opgenomen) bevat enkele door de Bijzondere Dienst der Burgerlijke Gebouwen van Brabant opgestelde kaarten en plattegronden van gebouwen van het Algemeen Rijksarchief uit de jaren 1920, maar deze zijn vermoedelijk afkomstig uit het eigen instellingsarchief van het Rijksarchief. (36) Voorts werden er in mei 2010 ca. 800 kaarten en plattegronden van het Brusselse justitiepaleis naar het Algemeen Rijksarchief overgebracht: deze zullen op stukniveau geïnventariseerd worden. De meer recente kaarten en plattegronden worden dan weer bewaard bij de Regie der Gebouwen of bij de gebouwenadministraties van de gemeenschappen en gewesten. Het Algemeen Rijksarchief bewaart daarnaast nog tal van andere archiefbestanden van het Bestuur van Bruggen en Wegen, van het latere Bestuur der Gebouwen en van de huidige Regie der Gebouwen. Eerst en vooral zijn er de reeds in het vorige onderdeel IV.F. gesignaleerde dossiers van het Bestuur der Bruggen en Wegen met betrekking tot rijksgebouwen. Sommige van deze dossiers dragen dezelfde codes als de kaarten en plattegronden. Het Algemeen Rijksarchief bewaart ook meer recente dossiers met betrekking tot Brabantse staatsgebouwen uit de periode 1959-1970, maar dit bestand is jammer genoeg nog niet ontsloten. Een in 2005 in het kader van een noodoperatie overgebracht archief van de Directie Brussel II van de Regie der Gebouwen heeft een omvang van ca. 150 strekkende meter en wordt momenteel geïnventariseerd. (37) Het archief dateert uit de laatste decennia van de 20ste eeuw en bevat heel wat dossiers inzake werken aan belangrijke gebouwen (Sint-Michielskathedraal, Jubelpark, Muntcentrum, Paleis voor Schone Kunsten, enz.) én een belangrijke reeks dossiers en plannen met betrekking tot het Rijksadministratief Centrum. Voorts zijn er de volledige reeksen originele koninklijke en ministeriële besluiten van het Bestuur der Bruggen en Wegen uit de periode 1882-1984, waarin tot de jaren 1940 ook besluiten met betrekking tot de burgerlijke rijksgebouwen terug te vinden zijn. Beide reeksen kunnen met behulp van een inventaris geraadpleegd worden. (38) Nog een andere archiefreeks zijn de dossiers inzake de opmaak van de gewone en de buitengewone begroting van het Bestuur van Bruggen en Wegen uit de periode 1895-1926. (39) Daarenboven zijn er ook verschillende reeksen agenda's van de briefwisseling en een aantal grootboeken bewaard gebleven. (40) Tot slot nog signaleren dat diegenen met interesse voor kerkgebouwen in de toekomst ook het archief van de Dienst Erediensten en Vrijzinnigheid van het Ministerie van Justitie zullen kunnen raadplegen. Dit archief wordt momenteel geïnventariseerd, dateert uit de periode 1830-2001 en bevat voor vrijwel elk kerkgebouw in ons land één of meerdere dossiers inzake bouw-, aanpassings- en/of restauratiewerken. Sommige dossiers bevatten daarenboven ook kaarten, plattegronden en/of foto's. (41)

De bibliotheek van het Algemeen Rijksarchief bezit dan weer een volledige collectie van de Annales des Travaux Publics uit de periode 1843-1985, maar daarin zijn vrijwel geen bijdragen met betrekking tot de rijksgebouwen verschenen. Nog andere interessante publicaties zijn de Annuaire du Ministère des Travaux Publics uit de periode 1880-1884 en de Annuaire de l'Administration des Ponts et Chaussées uit de periode 1890-1905 met opsommingen van de verschillende diensten en met personeelslijsten.

Het Algemeen Rijksarchief is uiteraard niet de enige mogelijke vindplaats voor documenten met een verwante inhoud. Eén alternatief zijn de archieven van de overheidsdiensten die in de bewuste gebouwen ondergebracht (geweest) zijn. Ook de verschillende Commissies voor Monumenten en Landschappen kunnen archief en documentatie met betrekking tot de beschermde gebouwen en stadsgezichten bewaren. De gebruiker kan zich voorts wenden tot de stads- en gemeentearchieven, waar normaliter de bouwaanvragen worden bewaard. Tot slot zijn er ook private architectuurarchieven van architecten en bedrijven: organisaties zoals het Centrum voor Vlaamse Architectuurarchieven (CVAa), (42) de Archives d'Architecture Moderne (AAM) (43) en het Sint-Lukasarchief (44) kunnen de gebruiker hierbij ongetwijfeld op weg helpen.

Bibliografie


Annales des Travaux Publics
, Brussel, 1843-1985.
Annuaire du Ministère des Travaux Publics
, Brussel, 1880-1884.
Annuaire de l'Administration des Ponts et Chaussées
, Brussel, 1890-1905.
CAMU L., Deuxième rapport sur la réforme administrative. Rapport sur les bâtiments des administrations centrales de l'Etat, Brussel, 1937.
COSEMANS A. en LAVALLEYE J., Inventaire des archives de l'Administration du Waterstaat (1814-1830), d'archives du Ministère des Travaux publics (administration des Ponts et Chaussées) et des fonds Concessions de chemins de fer (etc.) et Chemins de fer vicinaux. Inventaris van het archief "Waterstaat" (1814-1830), van het archief van het Ministerie van Openbare Werken (Beheer van Bruggen en Wegen) en van de fondsen Concessies van Spoorwegen (enz.) en Buurtspoorwegen, Brussel, 1975.
De Regie der Gebouwen en haar historisch, wetenschappelijk en cultureel patrimonium. La Régie des Bâtiments et son patrimoine historique, scientifique et culturel
, Brussel, 1991.
De Regie der Gebouwen gisteren, vandaag, morgen...
, Brussel, 1978.
VELLE K., Het Ministerie van Openbare Werken (1837-1990). I. Organisatie,Brussel, 1993.
VELLE K., Het Ministerie van Openbare Werken (1837-1990). II. Bevoegdheden,Brussel, 1993.

Beschrijvingsbeheer

Naar aanleiding van de overdracht van de kaarten en plattegronden van het voormalige gebouw van het Rekenhof aan het Koningsplein in Brussel door medewerkers van de Regie der Gebouwen op 8 juni 2009 ontdekten de auteurs dat de eerder overgebrachte collectie kaarten en plattegronden onverpakt en ongeïnventariseerd in de magazijnen van het Algemeen Rijksarchief waren opgeslagen. Omdat deze kaarten en plattegronden een grote historische waarde bezitten, zonder twijfel op een grote belangstelling van historici en andere geïnteresseerden kunnen rekenen én één geheel vormen met de eerder overgedragen en reeds geïnventariseerde dossiers, namen zij de beslissing om deze door middel van een nadere toegang te ontsluiten. De opmaak van deze toegang heeft met inbegrip van de redactie van de inleiding slechts een week in beslag genomen en kon reeds eind juni 2009 afgerond worden. Vervolgens werd aangepast verpakkingsmateriaal aangekocht en werd het archiefbestand in de loop van april 2010 herverpakt en geëtiketteerd door de auteurs. Tijdens deze verpakking werden de dikke pakken opgesplitst om deze te kunnen opbergen in de dozen: de oorspronkelijke ordening werd daarbij uiteraard wel gerespecteerd.


 1Eerste deel.1 pak
 2Tweede deel.1 pak
 3Derde deel.1 pak
 4Vierde deel.1 pak
 5Vijfde deel.1 pak
6Belgisch Staatsblad (Leuvenseweg 20-42). 1909-1954.1 omslag
 7Eerste deel.1 pak
 8Tweede deel.1 pak
 9Derde deel.1 pak
 10Vierde deel.1 pak
 11Vijfde deel.1 rol
12Brugmann-huis (Regentlaan). 1902.1 bouwtekening
13Centraal station (Koningsstraat). 1889.1 kaart
14Centraal wapenmagazijn van de Burgerwacht (Waterloolaan). 1881.2 plattegronden
15Gevangenis (Miniemenstraat). [einde 19de eeuw].1 plattegrond
 16Eerste deel.1 pak
 17Tweede deel.1 pak
 18Derde deel.1 pak
 19Vierde deel.1 pak
 20Vijfde deel.1 pak
 21Zesde deel.1 pak
 22Zevende deel.1 pak
 23Achtste deel.1 pak
24Huis (Tribunestraat 10). [eerste helft 20ste eeuw].1 plattegrond
25Huis (Verenigingsstraat 5). [eerste helft 20ste eeuw].1 plattegrond
26Huis van weduwe Koene (Kernstraat 15). 1887.1 omslag
 27Eerste deel.1 pak
 28Tweede deel.1 pak
 29Derde deel.1 pak
 30Vierde deel.1 pak
 31Vijfde deel.1 pak
 32Zesde deel.1 pak
 33Zevende deel.1 pak
 34Achtste deel.1 pak
 35Negende deel.1 pak
 36Tiende deel.1 pak
 37Elfde deel.1 pak
 38Twaalfde deel.1 pak
 39Dertiende deel.1 pak
 40Veertiende deel.1 pak
41Justitiepaleis (Poelaertplein 1). 1893-1902.1 pak
42Kantoor van Hypotheek- en zegelrechten (Asstraat 9-11-13-15-17). [eerste helft 20ste eeuw].2 plattegronden
43Kleine Zavel. 1908.1 omslag
44Koninklijk Museum voor Oudheden en Wapenuitrustingen (Hallepoort). 1913.1 omslag
 45Eerste deel.1 pak
 46Tweede deel.1 pak
 47Derde deel.1 pak
 48Vierde deel.1 pak
 49Vijfde deel.1 pak
 50Zesde deel.1 pak
 51Zevende deel.1 pak
 52Achtste deel.1 pak
 53Eerste deel.1 rol
 54Tweede deel.1 rol
 55Derde deel.1 rol
 56Vierde deel.1 rol
 57Vijfde deel.1 rol
 58Zesde deel.1 rol
 59Zevende deel.1 rol
 60Achtste deel.1 rol
 61Negende deel.1 rol
 62Tiende deel.1 rol
 63Elfde deel.1 rol
 64Twaalfde deel.1 rol
 65Dertiende deel.1 rol
 66Veertiende deel.1 rol
 67Vijftiende deel.1 rol
 68Zestiende deel.1 rol
 69Zeventiende deel.1 rol
 70Achttiende deel.1 rol
 71Negentiende deel.1 rol
 72Twintigste deel.1 pak
 73Eenentwintigste deel.1 pak
 74Tweeëntwintigste deel.1 pak
75Koninklijk Paleis (Paleizenplein). 1905-1906.1 pak
 76Eerste deel.1 pak
 77Tweede deel.1 pak
 78Derde deel.1 pak
79Koninklijke stallingen (Naamsestraat). 1876.1 pak
80Middenschool van hoefsmederij (Léon Delacroixstraat). 1931.1 omslag
81Ministerie van Arbeid (Wetstraat 19-21). 1902-1904.1 pak
82Ministerie van Binnenlandse Zaken en Openbaar Onderwijs (Leuvenseweg). 1901-1907.1 pak
83Ministerie van Buitenlandse Zaken (Wetstraat en Leuvenseweg). 1881-1930.1 pak
 84Eerste deel.1 pak
 85Tweede deel.1 pak
 86Eerste deel.1 pak
 87Tweede deel.1 pak
88Ministerie van Justitie (Poelaertplein 3). 1959.1 omslag
89Ministerie van Koloniën (Wetstraat 65). 1909.1 pak
 90Eerste deel.1 rol
 91Tweede deel.1 rol
 92Derde deel.1 rol
 93Vierde deel.1 rol
 94Vijfde deel.1 rol
 95Zesde deel.1 rol
 96Zevende deel.1 rol
 97Achtste deel.1 rol
 98Negende deel.1 rol
 99Tiende deel.1 rol
 100Elfde deel.1 rol
 101Twaalfde deel.1 rol
 102Dertiende deel.1 rol
 103Veertiende deel.1 rol
 104Vijftiende deel.1 rol
 105Zestiende deel.1 rol
 106Zeventiende deel.1 rol
 107Achttiende deel.1 rol
 108Negentiende deel.1 rol
 109Twintigste deel.1 rol
 110Eerste deel1 pak
 111Tweede deel.1 pak
 112Derde deel.1 pak
 113Vierde deel.1 pak
114Ministerie van Oorlog (Wetstraat 2 en Koningsstraat 5). 1903-1911.1 pak.
115Ministerie van Openbare Werken - Bestuur van Bruggen en Wegen (Leuvenseweg 33). 1895-1901.1 pak
116Ministerie van Spoorwegen, Posterijen en Telegrafie (Leuvenseweg). 1888.1 pak
117Muziekconservatorium - demonteerbare scène concertzaal (Regentschapsstraat). [eerste helft 20ste eeuw].1 omslag
118Nijverheidsmuseum (Augustijnenstraat). 1881.1 omslag
119Paleis der Academiën (Hertogstraat). 1860-1908.1 omslag
 120Eerste deel.1 pak
 121Tweede deel.1 pak
 122Derde deel.1 pak
 123Vierde deel.1 pak
 124Vijfde deel.1 pak
 125Zesde deel.1 pak
 126Zevende deel.1 pak
 127Eerste deel.1 pak
 128Tweede deel.1 pak
 129Derde deel.1 pak
 130Vierde deel.1 pak
 131Vijfde deel.1 pak
 132Zesde deel.1 pak
 133Zevende deel.1 pak
134Protestantse tempel (Regentschapsstraat). 1884.1 omslag
 135Eerste deel.1 pak
 136Tweede deel.1 pak
 137Derde deel.1 pak
138Rekenhof - archiefmagazijn (Karmelietenstraat). 1888.2 plannen
 139Eerste deel.1 pak
 140Tweede deel.1 pak
 141Derde deel.1 pak
 142Eerste deel.1 pak
 143Tweede deel.1 pak
 144Eerste exemplaar.1 band
 145Tweede exemplaar.1 band
146Rijkswachtkazerne De Witte De Haelen (Generaal Jacqueslaan). [20ste eeuw].1 band
147Wiertzmuseum (Wiertzstraat). 1865.1 plattegrond