Inventaris van het archief van het Vredegerecht te Leuven 2de kanton. Overdracht 2009

Archiefbestand

Naam: Vredegerecht te Leuven 2. Overdracht 2009

Periode: 1904-1980

Omvang geïnventariseerd: 54,2 strekkende meters

Archiefbewaarplaats: Rijksarchief Leuven

Rubriek: Vredegerechten, politierechtbanken en Amtsgerichte

Inventaris

Auteurs: /

Jaar van publicatie: 2013

Code van de inventaris: 250/24

...

Archiefvormer

Naam

Vredegerecht te Leuven. Tweede kanton.

Geschiedenis

Het eerste en tweede kanton Leuven werden opgericht op 19 nivôse jaar X (9 januari 1802). Het eerste kanton bevatte de gemeenten Beisem, Erps-Kwerps, Everberg, Herent, Kessel-Lo, Kortenberg, Linden, Meerbeek, Pellenberg, Veltem, Wilsele en Winksele. Het tweede kanton bestond uit de gemeenten Bertem, Bierbeek, Blanden, Duisburg, Haasrode, Heverlee, Korbeek-Dijle, Korbeek-Overlo, Leefdaal, Loonbeek, Lovenjoel, Neerijse, Oud-Heverlee, Tervuren, Vaalbeek en Vossem. Op 1 januari 1823 (K.B. van 30 december 1822) werden hieraan de gemeenten Huldenberg, Ottenburg, Sint-Agatha-Rode en Sint-Joris-Weert toegevoegd (voordien Grez). Op 15 mei 1847 (Wet van 8 mei 1847) werden de twee kantons Leuven samengesmolten tot één kanton om op 4 juni 1896 (Wet van 2 juni 1896) terug te worden opgesplitst. Op 1 november 1970 (wet van 10 oktober 1967, houdende het Gerechtelijk Wetboek) werd Lubbeek naar Leuven 1 van het afgeschafte kanton Glabbeek overgeheveld. Bij wet van 25 maart 1999 werd een derde kanton opgericht. Sindsdien is de geografische opdeling van de Leuvense vredegerechten de volgende.
De gemeenten Herent, Kortenberg, en het gedeelte van het grondgebied van de stad Leuven gelegen ten noorden van de lijn die het verlengde vormt van de middellijn van de Diestsestraat, Diestsesteenweg tot de grens van de stad Leuven; van de middellijn van de Diestsestraat, Diestsesteenweg, een lijn die de verbinding vormt tussen de middellijn van de Diestsestraat, Diestsesteenweg tot de middellijn van de Grote Markt, de middellijnen van de Grote Markt, Brusselsestraat, Brusselsesteenweg tot de grens van de stad Leuven vormen het eerste gerechtelijk kanton Leuven.
De gemeenten Bierbeek, Lubbeek, Oud-Heverlee, en het gedeelte van het grondgebied van de stad Leuven gelegen ten zuiden van de lijn die het verlengde vormt van de middellijnen van de Diestsestraat, Diestsesteenweg tot de grens van de stad Leuven; van de middellijn van de Diestsestraat, Diestsesteenweg, een lijn die de verbinding vormt tussen de middellijn van de Diestsestraat, Diestsesteenweg tot de middellijn van de Grote Markt, Naamsestraat ten oosten van de Grote Markt, Naamsesteenweg tot de grens van de stad Leuven vormen het tweede gerechtelijk kanton Leuven.
De gemeenten Bertem, Huldenberg, Tervuren, en het gedeelte van het grondgebied van de stad Leuven gelegen ten zuiden van de lijn die de verbinding vormt van de lijn die het verlengde vormt van de middellijn van de Brusselsestraat, Brusselsesteenweg tot de grens van de stad Leuven ten westen van de middellijnen van de Naamsestraat, Naamsesteenweg en de middellijn van de Grote Markt tot aan de grens van de stad Leuven vormen het derde gerechtelijk kanton Leuven.
De vredegerechten waren aanvankelijk gevestigd in het Sint-Ivocollege. Ook dit gebouw werd in 1914 door de Duitse troepen in brand gestoken en zwaar beschadigd. In 1924 konden ze verhuizen naar het nieuwe gerechtsgebouw op het Smoldersplein. Na de vestiging van een Hof van Assisen in Leuven in 1996, moesten de vredegerechten hun tenten opslaan in twee gehuurde panden (Kortestraat, Sint-Barbarastraat) tot ze in 2002 samen met het nieuw opgerichte derde kanton naar het Villerscollege in de Vaartstraat konden verhuizen.

Bevoegdheden en activiteiten

Al in de middeleeuwen kenden grote delen van West-Europa het fenomeen 'vrederechter'; zij werden bijvoorbeeld vredemaecker, peysmaecker, peisierder, paiseur of justice of the peace genoemd en werden ingezet voor de oplossing van weinig belangrijke geschillen. De organieke wet op de gerechtelijke organisatie van 16-24 augustus 1790 stelde in Frankrijk de juges de paix in. De rechtspleging in het vredegerecht werd vastgelegd in het Décret contenant réglement sur la procédure en la justice de paix van 14, 18-26 oktober 1790. Na de annexatie van de Zuidelijke Nederlanden door Frankrijk werden door het arrêté organique de l'ordre judiciaire en matière civile en Belgique van 2 frimaire IV (23 november 1795) de vrederechters ook hier geïnstalleerd.
De vrederechter kreeg drie belangrijke functies: een gerechtelijke, een verzoenende en een buiten-gerechtelijke functie. Vrederechters oordeelden in kleine geschillen en probeerden bovenal de partijen te verzoenen. Als politierechter waren ze bevoegd in strafzaken en als officier van de gerechtelijke politie spoorden ze misdrijven op, verzamelden ze bewijzen en leverden misdadigers over aan het gerecht. De vrederechter oordeelde niet alleen in burgerlijke zaken, maar had ook een ruime bevoegdheid in de willige rechtspraak (o.m. bijeenroepen en voorzitten van familieraden voor minderjarigen, ontvangen van verklaringen voor adoptie) en vervulde tal van administratieve taken.
Tot 1801 werd de vrederechter bijgestaan door twee assessoren. De tweede wet van 29 ventôse IX (20 maart 1801) bepaalde dat de vrederechter een alleensprekende rechter werd, met een plaatsvervanger. Aanvankelijk werden de vrederechters verkozen voor een in tijd beperkt mandaat door vertegenwoordigers van het volk. Pleitbezorgers werden bij het vredegerecht enkel in zeer uitzonderlijke gevallen toegelaten. Tijdens het Consulaat koos de eerste Consul de vrederechter uit een lijst van twee kandidaten, voorgedragen door l'assemblée du canton, waarin alle burgers van het kanton zetelden. Die stelde ook twee kandidaten voor de functie van plaatsvervanger voor. De vrederechter en zijn plaatsvervangers werden, in tegenstelling tot de rechters van andere rechtscolleges, benoemd voor tien jaar. Na de Belgische onafhankelijkheid werden de vrederechters door de Koning benoemd.
Het decreet van 6-27 maart 1791 voorzag dat de vrederechter een griffier kon benoemen en afzetten. Na een kort intermezzo waarin de Nationale Conventie het benoemingsrecht van de griffiers kreeg (mei 1794-november 1796), werd het opnieuw aan de vrederechter toegekend. Bij de wet op de organisatie van de rechtbanken van het jaar VIII (18 maart 1800) werd bepaald dat de Eerste Consul de griffiers van alle rechtscolleges benoemde en afzette, na de Belgische onafhankelijkheid werd dat de regering. De griffier (later: hoofdgriffier) verdeelt het werk en houdt toezicht op het griffiepersoneel. Als openbaar ambtenaar en lid van de gerechtelijke orde is hij gebonden aan de verplichtingen beschreven in omzendbrieven van ministers en procureurs-generaal. Hij is de rechterhand van de rechter, is rekenplichtig, huismeester en openbaar bewaarder van de minuten, registers, repertoria en van alle akten van het vredegerecht, van juridische documentatie en van wetten en rechtspraakverzamelingen.
Iedere vrederechter is in principe enkel bevoegd voor zijn gebied. Het decreet van 8 pluviôse IX (28 januari 1801) richtte 228 gerechtelijke kantons op in de negen Belgische departementen. Per gerechtelijk kanton was er één vredegerecht, dat in principe gevestigd in de hoofdplaats. Het decreet maakte het mogelijk om grote gemeenten over meerdere gerechtelijke kantons te verdelen. Aan de indeling in gerechtelijke kantons werd de afgelopen tweehonderd jaar herhaaldelijk gesleuteld: kantons werden gesplitst of samengevoegd, er werden er nieuwe opgericht of bestaande opgeheven. In 2016 telde België 187 vredegerechten met 229 zetels.
In burgerlijke zaken oefenden de vrederechters verschillende bevoegdheden uit: hij was zowel verzoener als rechter als openbaar ambtenaar. Het decreet van 16-24 augustus 1790 betreffende de gerechtelijke organisatie voorzag een voorafgaande verzoeningsprocedure voor alle zaken die buiten de bevoegdheid van de vrederechter lagen. Om de verzoeningsopdracht te doen slagen, werd een bureau de paix samengesteld, waarin de vrederechter samen met vier of zes assessoren zetelde. Wie naar de districtsrechtbank trok, had het bewijs nodig dat hij langs het bureau de paix was gepasseerd, anders werd zijn eis niet ontvankelijk verklaard. Vanaf 1801 stond de vrederechter alleen in voor de voorafgaande verzoeningsprocedure. De verplichte voorafgaande verzoening (met uitzondering voor o.m. vorderingen waarbij de Staat, de Domeinen, de gemeenten en minderjarigen betrokken waren, vorderingen inzake handelszaken en spoedeisende gevallen) hield stand tot de wet van 12 augustus 1911 (B.S. 19 augustus 1911). Het bureau van verzoeningen bij het vredegerecht werd afgeschaft op het moment dat de algemene en bijzondere bevoegdheden van de vrederechter aanzienlijk werden uitgebreid, om de procesgang efficiënter te laten verlopen. De wetgever bleef evenwel het principe van de voorafgaande verzoening promoten en maakte ze in een aantal welomschreven gevallen verplicht.
Als rechter is de vrederechter algemeen bevoegd voor burgerlijke zaken met een vordering tot een bepaald bedrag, dat uiteraard telkens door de wetgever wordt aangepast aan de reële prijzen: maximaal 100 pond in 1790, 300 BEF in 1876, en op dit moment 2500 euro. Het KB nr. 63 van 13 januari 1935 (B.S. 20 januari 1935) kende aan de vrederechter ook bevoegdheid toe in handelszaken (vooral inzake betwistingen omtrent daden van koophandel), voor bedragen tot 1000 BEF.
De bijzondere bevoegdheid van de vrederechter werd, vooral vanaf de tweede helft van de 19de eeuw, systematisch uitgebreid. We sommen hier enkel de belangrijkste bevoegdheden op. De vrederechter mag, ongeacht het bedrag van de vordering, oordelen over geschillen inzake huishuur, handelshuur- en pachtovereenkomsten, verkoop op afbetaling, arbeidsongevallen, kinderbijslagen en sociale bijslagen. Voorts is hij bevoegd inzake hoogdringende onteigening voor het algemeen belang, militaire opeisingen en ruilverkavelingen. Voorts heeft hij een beperkte bevoegdheid in handelszaken en een vrij ruime bevoegdheid inzake de toekenning van onderhoudsuitkeringen.
Vrederechters vervullen van bij het begin, naast hun opdracht als rechter, nogal wat administratieve taken. In het vakjargon heet dat de 'willige rechtsmacht' (la juridiction gracieuse, de oneigenlijke rechtspraak). Oorspronkelijk beperkte de willige rechtsmacht van de vrederechter zich tot het voorzitten van familieraden, de zegelleggingen en de ontzegelingen. Net als zijn bijzondere bevoegdheden, breidde zijn willige rechtsmacht zich in de loop van de 19de eeuw aanzienlijk uit. De wetgever liet de vrederechter onder meer tussenkomen inzake familierecht (onderhoudsgeld, adoptie, (pleeg)voogdij, familieraad voor huwelijkstoestemming), inzake 'geesteshygiëne' (voogdij, sekwestratie ten huize, voorlopige bewindvoering), inzake de notariële praktijk (openbare verkopingen, zegelleggingen, familieraad voor toestemming tot verkoop van onroerend goed) en inzake akten van bekendheid en beëdigingen.
Nogal wat vrederechters traden ook op als politierechter. De Wet van 1 mei 1849 inzake de politierechtbanken breidde de bevoegdheden van de politierechter aanzienlijk uit, onder meer met een aantal eenvoudige wanbedrijven (landloperij, bedelarij, smaad; wanbedrijven tegen het Veldwetboek; overtredingen tegen de wetten en reglementen betreffende de grote wegenis, de verkeerspolitie, de vervoerdiensten, de posterijen en de barelen; overtredingen van besluiten inzake maten en gewichten; inbreuken tegen de provinciale reglementen en verordeningen). Voorts kregen ze zaken van de correctionele rechtbank toegewezen waarvan de rechter op grond van het rekwisitoor van het OM of van het verslag van de raadkamer oordeelde dat de correctionele straffen konden worden verlaagd tot het niveau van de politiestraffen (de zgn. contraventionalisering). De vrederechter kreeg tot slot de exclusieve bevoegdheid voor overtredingen tegen de wetten betreffende het beheer, de inrichting en het gebruik van de openbare ruimte. Met de invoering van het Belgisch Strafwetboek in 1867 werd de bevoegdheid van de politierechtbank nogmaals gewijzigd en uitgebreid. Tweede boek, titel X geeft een systematisch overzicht van alle feiten die door politiestraffen strafbaar worden gesteld. De politierechter neemt voortaan, naast de overtredingen opgesomd in het Strafwetboek, kennis van alle misdrijven die door bijzondere strafwetten met politiestraffen werden bestraft en van misdrijven die door de onderzoeksgerechten naar de politierechtbank worden verwezen door de invoering van het systeem van de verzachtende omstandigheden in de correctionele zaken. Voorts werd de politierechter exclusief bevoegd voor de bestraffing van misdrijven inzake ruraal recht (als diefstal van veldvruchten), boswetgeving, jacht, riviervisserij, openbare netheid, dierenbescherming en natuurbehoud. Na de invoering van de schoolplicht in 1921 kwamen daar nog de inbreuken tegen de wetgeving op de schoolplicht bij (gedeelde bevoegdheid met de kinderrechter). De maximumstraf die de politierechter kon uitspreken, werd verhoogd van vijf naar zeven dagen gevangenisstraf en van 15 naar 25 BEF boete.
Na de Tweede Wereldoorlog breidde de bevoegdheid van de politierechter verder uit. De gerechtelijke hervorming van 1967-1970 gaf de politierechtbank een volwaardig statuut. Met de invoering van het Gerechtelijk Wetboek werden twintig politierechtbanken opgericht, waar één of meer rechters uitsluitend fungeerden als politierechter. 124 vrederechters moesten hun strafrechtelijke bevoegdheid afstaan. In 99 gerechtelijke kantons (op 223) fungeerden de vrederechters verder beurtelings als politierechter.
De wet van 11 juli 1994 wijzigde het strafrecht en het strafprocesrecht ingrijpend. Ze breidde de bevoegdheden van de politierechtbank andermaal aanzienlijk uit met alle verkeersmisdrijven, ook die met dodelijke afloop. De burgerlijke en strafrechtelijke verkeerszaken werden onttrokken aan de bevoegdheid van de vredegerechten. Door de beslechting toe te vertrouwen aan gespecialiseerde magistraten wilde de wetgever de achterstand in de rechtsbedeling wegwerken. Het aantal politierechtbanken werd opgetrokken van 20 naar 32.

Archief

In tegenstelling met het archief van eerste kanton overleefde het archief blijkbaar wel de eerste wereldoorlog. Rollen, akten en minuten beginnen allen in 1896. Het archief werd geïnspecteerd op 30 oktober 1987 en een eerste blok werd op 27 augustus 1996 overgedragen aan het Rijksarchief Beveren. Een register van vonnissen in strafzaken werd in 2001 via de Leuvense politierechtbank overgedragen. Dit register vormde een apart blok en werd ontsloten door een aparte inventaris. Om de zaken vereenvoudigen werd in 2016 dit blok opgeheven en werd het register als nr. 315 aan het eerste blok (000) toegevoegd. In 2010 werd een nieuw blok overgedragen, nu rechtstreeks aan het Rijksarchief Leuven. In 2011 verhuisde het overige archief van Leuven 2 van Beveren naar het Rijksarchief Leuven.

Inhoud


I. Stukken van algemene en administratieve aard

-kopieboeken (met minuten van uitgaande briefwisseling, chronologisch ingeschreven)
-statistische documenten
-rondzendbrieven van de procureur des Konings.
II. Stukken in verband met de rechtspleging

-rollen (helaas zijn bij heel wat vredegerechten de 19de-eeuwse algemene rollen geheel of gedeeltelijk verloren gegaan)
-de minuten van vonnissen en akten in burgerlijke zaken (vormen in het ene vredegerecht twee afzonderlijke reeksen, terwijl ze in het andere in één doorlopende chronologische reeks zijn verzameld)
-de minuten van vonnissen in strafzaken
-de algemene zittingsbladen (werden door sommige griffiers samen met de minuten van de vonnissen in chronologische volgorde gebundeld)
-repertoria (helaas zijn bij heel wat vredegerechten de 19de-eeuwse repertoria geheel of gedeeltelijk verloren gegaan;
-alfabetische indices op naam van de partijen
-Specifiek voor de verzoeningsprocedure: het register van de verzoeningen en de processen-verbaal van verzoening en van niet-verzoening. Na de invoering van het Gerechtelijk Wetboek (1 november 1970) komt daar nog het register van de verzoekschriften bij (chronologisch genoteerde verzoeken inzake aanstelling van een deskundige, aanwijzing van een voorlopig bewindvoerder voor geesteszieken, machtiging tot hypothecaire inschrijving voor de ontvanger van registratie en domeinen...)
-registers van vrijwillige verschijning en de registers van verschijning na dagvaarding (ingevoerd in 1844 en tot begin 20ste eeuw als basis gebruikt voor het opstellen van gerechtelijke statistieken)
III. Stukken in verband met de willige rechtsmacht

-verklaringen van arbeidsongevallen (al dan niet in een register) en processen-verbaal van overeenkomst (allebei ingevoerd in het kader van de uitvoering van de arbeidsongevallenwet van 1903)
-kiezerslijsten (voor 1919);
-voogdijregisters of voogdijstaten met aangehechte stukken (jaarlijks ingebonden afschriften van de processen-verbaal van familieraden, ontsloten via de minuten van vonnissen en akten in burgerlijke zaken). Na de invoering van het Gerechtelijk Wetboek worden de voogdijregisters aangevuld met dossiers van familieraden en, in verband met de bescherming geesteszieken, de dossiers en het register van voorlopige bewindvoering.

Taal en schrift van de documenten
De stukken zijn in het Nederlands en het Frans.

Selecties en vernietigingen

Er werd met toestemming van het Rijksarchief stukken vernietigd in 2005, 2012 en 2013.

Toekomstige aangroei/aanvullingen

Toekomstige aangroei is voorzien.

Voorwaarden voor de raadpleging

Stukken ouder dan 30 jaar en niet-privacygevoelig zijn vrij raadpleegbaar. Stukken ouder dan 30 jaar en privacygevoelig zijn enkel in te kijken na toestemming van de Algemeen Rijksarchivaris of zijn gemachtigde. Indien de vraagsteller geen betrokken partij is of rechtzoekend burger moet die ook een onderzoeksverklaring invullen. De raadpleging en/of reproductie is voor privacygevoelige stukken is enkel toegelaten voor:
•de betrokken partijen
•in het kader van een proces of een betwisting: de verwanten in rechtstreekse lijn - ascendenten of descendenten - van één van de partijen, de gemandateerde advocaten of notarissen, de ministeriële ambtenaren en ieder persoon die door de wet hiertoe gemachtigd is
•onderzoekers die het wetenschappelijk karakter van hun opzoekingen kunnen aantonen (studenten hebben een brief van hun promotor nodig)
Stukken jonger dan 30 jaar zijn enkel in te kijken met toestemming van de hoofdgriffier van de rechtbank
De (algemene) rol van de hoven en rechtbanken zetelend in burgerlijke zaken is openbaar (Gerechtelijk Wetboek, art. 719).
Stukken betreffende strafzaken zijn vrij raadpleegbaar na 100 jaar. Stukken jonger dan 100 jaar kunnen enkel ingekeken na toestemming van de procureur-generaal.

Voorwaarden voor de reproductie

Voor de reproductie gelden de voorwaarden in tarieven van toepassing in het Rijksarchief.

Documenten met een verwante inhoud

Het archief van het vredegerecht van Leuven, Tweede kanton, bestaat uit twee blokken:
- inv. 250/22: VG Leuven 2 (0000)
- inv. 250/24: VG Leuven 2 (2009)

Bibliografie

DANIELS A, MAERTENS S. en DECONINCK K., Drie Vredegerechten in Leuven, in Het Villerscollege te Leuven. Geschiedenis, restauratie, bestemming, Brussel, 2002, p. 65-68.
VELLE, K. Het vredegerecht en de politierechtbank (1795-1995). Organisatie, bevoegdheden en archiefvorming (Miscellanea Archivistica. Studia 76) Brussel, 1995.

Beschrijvingsbeheer

De overdracht van 2009 was vergezeld van een gedetailleerde overdrachtslijst die als basis diende voor deze inventaris. De tekst over bevoegdheden en activiteiten en over de inhoud werd overgenomen uit Marij Preneel, Overzicht van de archieven in het Rijksarchief te Beveren. Archiefvormers van het ressort Vlaanderen, Brussel, 2006, p. 175-190. De retroconversie van de inventaris gebeurde door Ilse Geudens; Marc Carnier zorgde voor een laatste redactie.

 11940 (nrs. 1-509).1 band
 21940 (nrs. 510-1040).1 band
 31941 (nrs. 1-860).1 band
 41942 (nrs. 1-858).1 band
 51943 (nrs. 1-839).1 band
 61944 (nrs. 1-693).1 band
 71945 (nrs. 1-756).1 band
 81946 (nrs. 1-905).1 band
 91947 (nrs. 1-920).1 band
 101948 (nrs. 1-936).1 band
 111949 (nrs. 1-1187).1 band
 121950 (nrs. 1-733).1 band
 131950 (nrs. 734-1512).1 band
 141951 (nrs. 1-499).1 band
 151951 (nrs. 500-1000).1 band
 161951 (nrs. 1001-1529).1 band
 171952 (nrs. 1-730).1 band
 181952 (nrs. 731-1462).1 band
 191953 (nrs. 1-770).1 band
 201953 (nrs. 771-1508).1 band
 211954 (nrs. 1-585).1 band
 221954 (nrs. 586-1170).1 band
 231955 (nrs. 1-650).1 band
 241955 (nrs. 651-1363).1 band
 251956 (nrs. 1-620).1 band
 261956 (nrs. 621-1245).1 band
 271957 (nrs. 1-710).1 band
 281957 (nrs. 711-1430).1 band
 291958 (nrs. 1-520).1 band
 301958 (nrs. 521-1046).1 band
 311959 (nrs. 1-693).1 band
 321959 (nrs. 694-1386).1 band
 331960 (nrs. 1-630).1 band
 341960 (nrs. 631-1263).1 band
 351961 (nrs. 1-530).1 band
 361961 (nrs. 531-1059).1 band
 371962 (nrs. 1-450).1 band
 381962 (nrs. 451-900).1 band
 391962 (nrs. 901-1338).1 band
 401963 (nrs. 1-615).1 band
 411963 (nrs. 616-1230).1 band
 421964 (nrs. 1-590).1 band
 431964 (nrs. 591-1170).1 band
 441964 (nrs. 1171-1778).1 band
 451965 (nrs. 1-500).1 band
 461965 (nrs. 501-1000).1 band
 471965 (nrs. 1001-1505).1 band
 481966 (nrs. 1-500).1 band
 491966 (nrs. 501-1000).1 band
 501966 (nrs. 1001-1593).1 band
 511967 (nrs. 1-450).1 band
 521967 (nrs. 451-900).1 band
 531967 (nrs. 901-1286).1 band
 541968 (nrs. 1-500).1 band
 551968 (nrs. 501-1000).1 band
 561968 (nrs. 1001-1639).1 band
 571969 (nrs. 1-1535).1 band
 581969 (nrs. 1536-3816).1 band
 591970 (nrs. 56-1487).1 band
 601970 (nrs. 1577-4258).1 band
 611971 (nrs. 1-1029).1 band
 621971 (nrs. 1030-2772).1 band
 631972 (nrs. 64-1310).1 band
 641972 (nrs. 1311-2895).1 band
 651973 (nrs. 50-2477).1 band
 661973 (nrs. 2478-3592).1 band
 671974 (nrs. 6-2417).1 band
 681974 (nrs. 2419-3424).1 band
 691975 (nrs. 96-2351).1 band
 701975 (nrs. 2352-3460).1 band
 711976 (nrs. 73-2116).1 band
 721976 (nrs. 2117-4160).1 band
 731977 (nrs. 53-1350).1 band
 741977 (nrs. 1351-2750).1 band
 751977 (nrs. 2751-3873).1 band
 761978 (nrs. 35-2447).1 band
 771978 (nrs. 2523-3846).1 band
 781979 (nrs. 27-2000).1 band
 791979 (nrs. 2001-3146).1 band
 801979 (nrs. 3225-4209).1 band
 81"Repertoire du registre des Conciliations". 1901-1905.1 deel
 82"Repertoire du registre des Conciliations". 1910-1912.1 deel
 7221940.1 deel
 831952-1959.1 deel
 841960-1964.1 deel
 851965-1967.1 deel
 861968-1972.1 deel
 871973-1979.1 deel