Inventaris van het archief van de FOD Financiën. Algemene Administratie van de Thesaurie. Dienst Internationale en Europese Financiële Aangelegenheden, 1924-2015

Archiefbestand

Naam: FOD Financiën. Algemene Administratie van de Thesaurie. Dienst Internationale en Europese Financiële Aangelegenheden (Overdrachten 2018 en 2024) \ SPF Finances. Administration générale de la Trésorerie. Service Questions financières internationales et européennes (Versements 2018 et 2024)

Periode: 1924 - 2015

Omvang geïnventariseerd: 117 strekkende meters

Archiefbewaarplaats: Algemeen Rijksarchief

Rubriek: Financiën

Inventaris

Auteurs: C. Vroman — P. De Reu — V. Gheysens

Jaar van publicatie: 2026

Code van de inventaris: I 733

...

Archiefvormer

Naam

FOD Financiën. Algemene Administratie van de Thesaurie. Dienst Internationale en Europese Financiële Aangelegenheden (IEFA)

Geschiedenis

In de schaduw van Mount Washington kwamen in juli 1944 regeringsafgevaardigden en financiële experten van het geallieerde kamp bijeen. Ze legden er in het plaatsje Bretton Woods de bouwstenen voor het naoorlogse financieel-economische beleid en een wereldwijde financiële, monetaire en economische integratie. De Belgische minister van Financiën Camille Gutt, de gouverneur van de Nationale Bank van België Georges Theunis en regeringsadviseur-industrieel René Boël schoven mee aan de conferentietafel. De zogenaamde 'Bretton Woods-akkoorden' betekenden de geboorte van twee financiële instellingen die tot op heden de internationale monetaire en economische wereld domineren: het Internationaal Monetair Fonds en de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling (Wereldbank). Een jaar later volgde de oprichting van de Verenigde Naties en in 1947 kwam er het internationale handelsverdrag General Agreement on Tariffs and Trade (GATT). België behoorde tot de stichtende leden van al deze multilaterale samenwerkingsverbanden.
De toenemende internationalisering van de financiële en economische politiek dwong de directeur-generaal van de Belgische Administratie der Thesaurie en Staatsschuld Joseph Vanheurck ertoe om bij de minister van Financiën aan te dringen op de oprichting van een gespecialiseerde dienst. De medewerkers zouden het Ministerie van Financiën moeten vertegenwoordigen op bilaterale en internationale onderhandelingen in Brussel en het buitenland. Eind oktober 1947 gaf directeur-generaal Vanheurck een voorbeeld van de drukke internationale agenda van de vertegenwoordigers van de Thesaurie: directeur Williot was nog maar net terug van Parijs en was alweer vertrokken naar Oslo, directeur Raulier bevond zich in Berlijn en directeur Lomba stond op het punt om naar Moskou te vertrekken. Hun taken binnen de Thesaurie moesten noodgedwongen door andere medewerkers worden overgenomen. (1)
Reeds vóór de Tweede Wereldoorlog was de Administratie der Thesaurie en Staatsschuld betrokken bij internationale financiële kwesties. Medewerkers regelden sinds 1921 onder meer de monetaire kant van de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie, een douane- en muntunie tussen België en het Groothertogdom Luxemburg. De directeur-generaal van de Thesaurie en diens secretariaat verzorgden de internationale betrekkingen tijdens het interbellum. (2) Om België permanent bij de internationale financiële en monetaire instellingen te vertegenwoordigen, waren echter gespecialiseerde ambtenaren nodig. De minister beantwoordde de problematiek met het regentsbesluit van 5 mei 1948 waardoor de dienst 'Financiële betrekkingen met het buitenland' het levenslicht zag. (3) Die dienst had als doelstelling alle kwesties die het Ministerie van Financiën aanbelangden op het vlak van financiële en monetaire betrekkingen van België met het buitenland te bestuderen en op te volgen. Die betrekkingen speelden zich af op zowel het multilateraal vlak -onderhandelingen met o.a. de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds - als het bilateraal vlak - het afsluiten van betalingsakkoorden met andere landen. Louter fiscale kwesties - zoals de onderhandeling van dubbelbelastingverdragen - vielen daar buiten. (4)
De nieuwe dienst 'Financiële betrekkingen met het buitenland' hield zich aanvankelijk bezig met het beheer van de Marshallhulp (1948-1951), het afsluiten bilaterale betalingsovereenkomsten en bepaalde internationale financiële vraagstukken die het gevolg waren van de Tweede Wereldoorlog, zoals de omwisseling van Duitse rijksmarken. Vanaf 1954 verzorgde de dienst de afwikkeling van de dossiers opgesteld door de voormalige Dienst der Gulden van de Administratie der Thesaurie. (5) Die dienst moest Belgische onderdanen vergoeden die hun guldenbiljetten tussen 1944 en 1946 hadden ingeleverd in het kader van de Nederlandse muntsaneringsmaatregelen. Ten gevolge van de Europese integratie en de internationalisering van de financiële wereld groeide het belang van een bekwame dienst voor internationale relaties. De nationale belangen moesten steeds sterker worden verdedigd ten opzichte van nieuwe internationale spelers. Medewerkers van de Thesaurie stonden met alle uithoeken van de wereld in contact en vertegenwoordigers reisden de wereld rond. Bij het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank was er zelfs een permanente vertegenwoordiging van het Ministerie van Financiën, meestal medewerkers van de Administratie der Thesaurie die voor een termijn van twee tot zes jaar in de Verenigde Staten verbleven.
De financiële en monetaire crisis aan het begin van de jaren 1970 noodzaakte de Belgische overheid om intensiever in dialoog te gaan met haar trans-Atlantische en Europese partners. Daarom werd er bij koninklijk besluit van 18 mei 1976 een tweede dienst opgericht: de dienst Internationale monetaire aangelegenheden. De dienst bestond naast de eerder opgerichte dienst 'Financiële betrekkingen met het buitenland'. (6) Beide diensten gingen nauwer samenwerken omwille van verscheidene problemen op het vlak van internationale betalingen enerzijds en de kwesties inherent aan de financiering van ontwikkelingshulp in de derdewereldlanden anderzijds. Ook de sterkere samenwerking tussen de internationale instellingen zoals het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank, de donerende bilaterale landen, de commerciële banken en de kredietverzekeraars bracht beide diensten dichter bij elkaar. (7) De in 1976 opgerichte dienst werd tien jaar later alweer opgeheven en samengevoegd met de dienst Financiële betrekkingen met het buitenland. (8) Die rationalisering was het logische gevolg van de vele dossiers waarin beide diensten samenwerkten. De voormalige autonome diensten maakten voortaan als directies deel uit van de eengemaakte dienst 'Internationale financiële en monetaire betrekkingen'. (9)
Het einde van de Koude Oorlog vergrootte het belang van de multilaterale financiële organisaties: voormalige Sovjetstaten en Oostbloklanden sloten zich aan bij de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds. Onder druk van die grote multilaterale instellingen - aangestuurd door de Verenigde Staten - werden de oude communistische staten zo snel als mogelijk omgevormd tot markteconomieën naar westers model. Dat die omslag niet zonder slag of stoot gebeurde, was ook op het financieel gebied merkbaar. Naast grote investeringen van de Wereldbank deed ook België een duit in het zakje door meerdere staatsleningen te verstrekken, de export van Belgische bedrijven te verzekeren en deel te nemen aan verscheidene hulpinitiatieven, zoals aan de door burgeroorlogen verscheurde, voormalige Joegoslavische staten. De financiële en economische globalisering kwam in een stroomversnelling. Daarom kregen directies van de dienst in 1991 meer autonomie. De eerste directie 'Multilaterale financiële instellingen' volgde de activiteiten op van de multilaterale financiële instellingen en alle activiteiten omtrent de financiële multilaterale hulp aan ontwikkelingslanden. Daarbij kwam nog de oprichting van de Europese Unie door het Verdrag van Maastricht in 1992. De Belgische staat stond een deel van haar soevereiniteit af aan die nieuwe supranationale organisatie. Op monetair gebied vormde de gefaseerde oprichting van de Economische en Monetaire Unie - met als sluitstuk de invoering van de euro - een belangrijk studie- en adviesgebied van de dienst. De tweede directie 'Bilaterale financiële en commerciële transferts' stond in voor financiële bilaterale hulp aan ontwikkelingslanden en hield zich bezig met financiële hulp bij export. (10) In 2007 werden de twee directies wederom verenigd tot de dienst 'Internationale en Europese Financiële Aangelegenheden' bestaand uit verschillende afdelingen met een eigen, afgebakend takenpakket.

Bevoegdheden en activiteiten

Algemene bevoegdheden

Bij de oprichting van de dienst 'Financiële betrekkingen met het buitenland' in 1948 behoorden de opvolging van het Amerikaanse Marshallplan, het afsluiten van bilaterale betalingsovereenkomsten met andere landen en de afhandeling van financiële en monetaire vraagstukken ten gevolge van de Tweede Wereldoorlog tot de kerntaken van de dienst. In de jaren 1950 kwam daar de deelname van België in de Europese Betalingsunie bij, evenals de opvolging van de overeenkomsten met verscheidene Oost-Europese landen voor de schadevergoedingen voor genationaliseerde Belgische goederen. Daarnaast groeide het belang van de Bretton Woods-instellingen (Wereldbank en Internationaal Monetair Fonds) waar permanente Belgische vertegenwoordigers werkten die continu rapporteerden aan het thuisfront. De dekolonisatie van het Afrikaanse continent betekende het begin van de financiële hulp aan ontwikkelingslanden onder de noemer van ontwikkelingssamenwerking. Op eigen initiatief of op vraag van de minister stelde de dienst ook nota's, voorstellen en studies op inzake internationale monetaire en financiële kwesties. (11) De bevoegdheden van de dienst Internationale en Europese Financiële Aangelegenheden kunnen worden samengevat in drie kerntaken:
1) beleidsvoorbereiding: de dienst verzorgt de uitwerking van de standpunten van de FOD Financiën inzake internationale financiële aangelegenheden en legt die voor aan de minister van Financiën;
2) implementatie: de dienst zet de beslissingen van de Belgische overheid om in praktische besluiten;
3) belangenbehartiging: de dienst verdedigt de beslissingen en/of houdingen van de regering door middel van de vertegenwoordigingen bij verscheidene internationale instellingen en door de deelname aan internationale en nationale vergaderingen. (12)

Activiteiten op nationaal niveau

De dienst Internationale en Europese Financiële Aangelegenheden (IEFA) en haar rechtsvoorgangers werk(t)en vaak samen met andere Belgische ministeries, Federale Overheidsdiensten en instellingen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte het secretariaat van de directeur-generaal samen met de dienst Openbaar Krediet voor de borgstellingen van buitenlandse kredieten voor de caritatieve eenheidsorganisatie Winterhulp. (13) De dienst stond voor alle financiële en monetaire kwesties tijdens de oorlog in nauw contact met de Nationale Bank van België. In de nasleep van de oorlog bleef de dienst nauw samenwerken met de Nationale Bank voor de teruggave van het geroofde Belgische goud tijdens de oorlog, onder meer door de verdediging van de Belgische belangen bij de Drieledige Commissie voor de teruggave van het monetaire goud. (14) Samen met de departementen Wederopbouw en Buitenlandse Zaken volgde ze de werking van het Intergeallieerd Agentschap voor de Herstelbetalingen op. (15) De dienst stond eveneens in contact met de diensten die belast waren met de vereffening van de Emissiebank en boog zich over de problemen die waren gerezen door het bestaan van die instelling en de praktijk van 'clearing' tijdens de oorlog. Daarnaast zetel(d)en vertegenwoordigers van de dienst als adviseurs in verschillende nationale instellingen die zich bezighouden met exportpromotie, zoals de Nationale Delcrederedienst (nu Credendo), de Belgische Maatschappij voor Internationale Investering, het Fonds voor Buitenlandse Handel, Co(tech)promex, en Creditexport (cf. infra 'Exportondersteuning'). De samenwerking met die instellingen vereiste vanzelfsprekend voorafgaande afstemming en coördinatie met andere ministeries en departementen.

Activiteiten op bilateraal niveau

Monetaire problemen na de Tweede Wereldoorlog en nationalisaties
In haar beginperiode tussen 1948 en 1960 hield de dienst zich voornamelijk bezig met de (her)onderhandelingen en de afsluiting van bilaterale betalingsakkoorden met het oog op het ontwikkelen van commerciële relaties met andere landen na de Tweede Wereldoorlog. Medewerkers van de Administratie der Thesaurie onderhandelden ook al vóór en tijdens de oorlog over dergelijke financiële overeenkomsten en handelsakkoorden. Met het Groothertogdom Luxemburg verliep dit grotendeels via de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie (BLEU) - een douane- en muntunie sinds 1921 - en het Belgisch-Luxemburgs Instituut voor de Wissel opgericht in 1944 dat toezicht hield op het betalingsverkeer van de BLEU. Met sommige landen werd over de financiële afhandeling van de Tweede Wereldoorlog onderhandeld (o.a. de clearing met Noorwegen en Denemarken of de deblokkering van Belgische tegoeden in o.m. Canada, India en Zuid-Afrika). Daarmee samenhangend onderhield de dienst contacten met de (diensten belast met de liquidatie van de) Emissiebank. Met Duitsland onderhandelde de dienst Financiële betrekkingen met het buitenland in de jaren 1940 en 1950 over de achterstallige salarissen van verplicht tewerkgestelden tijdens de oorlog en uit circulatie gehaalde rijksmarken die toebehoorden aan Belgen. De dienst boog zich over de problemen die waren gerezen nadat de Nederlandse overheid besliste om de guldenbiljetten uitgegeven voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog uit circulatie te halen. Om de uit de omloop gehaalde guldens van Belgische onderdanen te vergoeden, werd binnen de Administratie der Thesaurie de Dienst der Gulden opgericht als onderdeel van de Muntsaneringsdienst. Tussen 1950 en 1953 werden in samenwerking met de Nederlandse Bank en de Nationale Bank van België duizenden schadevergoedingen uitgekeerd in uitvoering van het protocol overeengekomen op het Benelux-overleg van Oostende van 29 tot 31 juli 1950. Toen de Dienst der Gulden in maart 1954 werd opgeheven, nam de dienst 'Financiële betrekkingen met het buitenland' de lopende dossiers over. Met Oost-Europese landen - alsook met Frankrijk, Marokko en Tunesië - zat de dienst aan tafel voor een regeling voor de genationaliseerde Belgische goederen. De dienst behandelde vervolgens de ingediende schadeloosstellingsdossiers en keerde de vergoedingen uit in samenwerking met de Nationale Bank van België.

Ontwikkelingssamenwerking, leningen van Staat tot Staat en schuldverlichting
De dienst Internationale en Europese Financiële Aangelegenheden (IEFA) is eveneens bevoegd voor de bilaterale financiële betrekkingen met het buitenland. Daarbij gaat het om de Belgische financiële hulp aan derde landen, met name ontwikkelingslanden, schuldverlichtingsonderhandelingen en vertegenwoordiging in instellingen die betrokken zijn bij exportfinanciering. Sinds de wet van 3 juni 1964 kunnen de minister van Financiën en de minister van Buitenlandse Handel gezamenlijk leningen aan vreemde staten toestaan binnen de daartoe voorziene kredieten in de begroting van het Ministerie van Financiën. Dit liet toe om projecten gedeeltelijk of volledig te financieren tegen vrij gunstige voorwaarden. De termijn van die kredieten was meestal op 30 jaar vastgesteld en de interesten bedroegen naargelang van de overeenkomst 0 of 2 procent. De wet van 10 augustus 1981 richtte een 'Fonds voor leningen aan vreemde staten' op, dat op 1 maart 1983 in werking trad. Kredieten voor leningen aan vreemde landen werden deels uit dit fonds gehaald. De financiering van de leningen was eind jaren 1980 in handen van een parastataal 'Fonds voor de Financiering van leningen aan Vreemde Staten', maar vanaf 1990 werd de financiering opnieuw volledig in de begroting opgenomen. De Belgische overheid voorziet soms ook gemengde kredieten, een combinatie van een staatslening en een commercieel krediet.
Afgevaardigden van de dienst IEFA nemen deel aan de bijeenkomsten van de Club van Parijs. België was medestichter van dit informele overlegplatform in 1956. Het groepeert de regeringen van de belangrijkste industrielanden met als doel schuldherschikking en -verlichting voor andere landen - meestal ontwikkelingslanden. De praktische uitvoering van de overeenkomsten gemaakt binnen de Club van Parijs gebeurt door middel van bilaterale overeenkomsten.

Exportondersteuning
Sinds de jaren 1970 is de dienst Internationale en Financiële Aangelegenheden betrokken in de ondersteuning van de export van Belgische producten, waarbij aan staatsleningen de aankoop van bepaalde Belgische goederen of de samenwerking met Belgische bedrijven is gekoppeld. Dat gebeurt in samenwerking met vertegenwoordigers van het departement Buitenlandse Handel. (16) De Nationale Delcrederedienst (ONDD) is een openbare instelling gemachtigd om investeringen in het buitenland of bepaalde export te verzekeren voor de rekening van de staat. Sinds de oprichting van de Delcrederedienst in 1964 vormde de dienst 'Financiële Betrekkingen met het buitenland' het verbindingsorgaan tussen die openbare instelling voor kredietverzekering en het departement Financiën. Ambtenaren van de dienst zetelen in de raad van beheer van de organisatie. Sinds 2017 gaat de ONDD door het leven als Credendo - export credit agency. Sinds 1976 zetelt een vertegenwoordiger van de Administratie der Thesaurie als raadgevend lid in de raad van beheer van de Vereniging voor de Coördinatie van de Financiering op halflange termijn van Belgische Uitvoer (Creditexport), het orgaan van de voormalige parastatale kredietinstellingen en private banken met het oog op de financiering van Belgische exportoperaties. Het werd opgericht in 1959 ter vervanging van het Adviescomité voor Coördinatie van de Exportfinanciering op Halflange Termijn (Cofinex). Het secretariaat van Creditexport wordt gehouden door het 'Instituut voor Herdiscontering en Waarborg'. De raad van beheer bestaat uit 12 leden, zowel vertegenwoordigers van de openbare als de private sector. De vertegenwoordigers van de Thesaurie en het departement Buitenlandse Handel zetelen met raadgevende stem.
Medewerkers van de dienst Internationale en Europese Financiële Aangelegenheden vertegenwoordigen de minister van Financiën in het Comité voor financiële steun aan de export (Copromex) (°1967), een adviesorgaan gelinkt aan het Ministerie voor Buitenlandse Handel dat via verschillende financieringsmechanismen staatssteun toekent aan Belgische exporteurs om hun kredieten te verlichten en concurrentie het hoofd te bieden. Het comité bestaat uit ministeriële vertegenwoordigers, evenals een vertegenwoordiger van de Nationale Delcrederedienst, Creditexport en de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel. Met name de exportoperaties op middellange termijn via Creditexport, het Instituut voor Herdiscontering en Waarborg en de Nationale Delcrederedienst komen in aanmerking voor interestbonificaties via Copromex. In 1972 werd nog een technisch comité voor de promotie van buitenlandse handel opgericht: Cotechpromex. Het is een adviesorgaan om de vragen om technische en administratieve ondersteuning voor de realisatie van exportprojecten te beantwoorden. Voor de eigenlijke financiële steun was een bijzonder fonds voorzien bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken (Fonds voor Buitenlandse Handel). Het comité bestond voornamelijk uit vertegenwoordigers van vijf ministeriële departementen (Buitenlandse Handel, Ontwikkelingssamenwerking, Financiën, Economische Zaken en Landbouw) evenals een vertegenwoordiger van de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel. De dienst IEFA stuurt een vertegenwoordiger naar de Cotechpromex-bijeenkomsten. (17)
Namens de minister van Financiën zetelde een medewerker van de dienst IEFA in de raad van beheer van de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel, sinds 2002 hetAgentschap voor Buitenlandse Handel. Die dienst spant zich in om via economische zendingen en informatieverspreiding de federale en gewestelijke overheden te ondersteunen in hun beleid om de buitenlandse handel te stimuleren.
In de beheersorganen van de Belgische Maatschappij voor Internationale Investeringen zijn IEFA-vertegenwoordigers present. De onderneming werd opgericht in 1971 en heeft als taak bij te springen in de financiering van ondernemingen in het buitenland door participaties of de toekenning van langetermijnleningen in het belang van de Belgische economie.
Het interministerieel Comité voor financiële steun aan de export (Finexpo) werkt nauw samen met het Development Assistance Committee - het ontwikkelingscomité van de OESO - en beslist over de financieringsvoorwaarden en types van kredieten aan derden voor de levering van goederen en diensten in het buitenland. De samenwerking met deze organen gebeurt bovendien steeds in overleg met de FOD Buitenlandse Zaken en het departement Buitenlandse Handel.

Activiteiten op multilateraal niveau

Wereldbank, Internationaal Monetair Fonds en Verenigde Naties
De dienst IEFA dankt haar ontstaan grotendeels aan de toename van het belang van de monetaire betrekkingen op multilateraal niveau. In de eerste plaats door de vertegenwoordiging van België bij de Bretton Woods-instellingen: de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (beide opgericht in 1944 en operationeel vanaf respectievelijk 1946 en 1947). (18) Aanvankelijk bestond de Wereldbank slechts uit de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling (IBRD), die leningen verstrekt voor ontwikkelingsprojecten in verscheidene landen. De Internationale Financieringsmaatschappij (IFC) werd in 1956 opgericht als tak van de Wereldbankgroep om leningen te kunnen verstrekken aan de particuliere investeerders in commerciële projecten voor armoedebestrijding. In 1960 volgde de oprichting van de Internationale Ontwikkelingsassociatie (IDA) binnen de Wereldbankgroep, die leningen verstrekt aan ontwikkelingslanden. De IBRD en de IDA vormen sindsdien gezamenlijk 'de Wereldbank', de tak van de Wereldbankgroep die leningen verstrekt aan staten. (19) Op initiatief van de IBRD kwam er een in 1966 het Internationaal Centrum voor de Beslechting van Investeringsgeschillen (ICSID), dat investeringsgeschillen tussen staten en particulieren moest behandelen. In 1988 kwam er een vijfde filiaal dat directe investeringen in ontwikkelingslanden wilde stimuleren door middel van investeringsgaranties: het Multilaterale Agentschap voor Investeringsgaranties (MIGA). België behoorde telkens tot de oprichters van de filialen van de Wereldbankgroep, al kon de officiële ratificatie van de toetredingsverdragen soms enkele jaren aanslepen. De lidstaten van de filialen van de Wereldbankgroep hebben beslissingsmacht a rato van hun aandeel in de fondsen van de Wereldbank. Om hun belangen te verdedigen, hebben verscheidene landen zich verenigd in zogenaamde 'constituencies' of kiesgroepen. (20) De Wereldbankgroep wordt bestuurd door de raad van gouverneurs. België vaardigt de minister van Financiën af als gouverneur, diens plaatsvervanger is de minister van Ontwikkelingssamenwerking. De dienst IEFA ondersteunt de Belgische bestuurder bij de Wereldbank en bereidt de dossiers voor in naam van de minister van Financiën in zijn hoedanigheid als gouverneur bij de Wereldbankgroep. De dienst leidt eveneens de onderhandelingen over de driejaarlijkse aanvulling van de middelen van de Internationale Ontwikkelingsassociatie.
België was in 1944 één van de stichtende leden van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Het IMF wil de internationale monetaire samenwerking bevorderen, wisselkoersstabiliteit garanderen en toezien op ordelijke wisselkoersmechanismen. Daarnaast speelt het IMF een belangrijke rol in het leveren van beleidsadviezen, financiële steun en technische bijstand aan noodlijdende lidstaten. Het Belgische aandeel in de fondsen van het IMF bepaalt het aantal stemmen in de raad van gouverneurs. België heeft zich hier net zoals in de Wereldbankgroep verenigd met andere landen in één kiesgroep. De gouverneur van de Nationale Bank van België zetelt als de Belgische vertegenwoordiger in de raad van gouverneurs. De minister van Financiën vertegenwoordigt België in het Internationaal Monetair en Financieel Comité (IMFC), het politieke beleidsorgaan van het IMF sinds 2000, in opvolging van het Interim Committee(1974-1999). De dienst IEFA ondersteunt de minister (of diens vertegenwoordiger uit de Belgische kiesgroep) in de rol als lid van het IMFC met analyses van de financiële en economische ontwikkelingen die op IMF-vergaderingen aan bod komen en de voorbereiding van de Belgische standpunten. De dienst verzorgt eveneens het Belgische standpunt voor de vergaderingen van het Ontwikkelingscomité, het gezamenlijk ministerieel forum van de Wereldbankgroep en het Internationaal Monetair Fonds, waarin de Belgische minister van Financiën of de daartoe uitgekozen vertegenwoordiger van de Belgische kiesgroep zetelt.
Medewerkers van de dienst IEFA volgen de activiteiten op van de Verenigde Naties die een economische of financiële weerslag kunnen hebben. Over het algemeen behoren de VN-vergaderingen tot het domein van de minister van Buitenlandse Zaken, maar soms wordt de dienst om advies gevraagd. Vanaf 1964 zijn er vierjaarlijkse bijeenkomsten van de VN-Conferentie inzake Handel en Ontwikkeling (UNCTAD). UNCTAD is een intergouvernementele organisatie van de Verenigde Naties en stelt zich tot doel ontwikkelingslanden te helpen zich te integreren in de wereldeconomie. In de Belgische delegatie zit telkens een afgevaardigde van de dienst IEFA.

Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling
In het verleden was de dienst IEFA betrokken bij de akkoorden van de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking (OEES) (1947-1961), met name de Europese Betalingsunie (1950-1958) en het Europees Monetair Akkoord (1955/1958-1972). België was stichtend lid van de OEES - oorspronkelijk opgericht voor de verdeling van de Marshallhulp in Europa - en bleef dat ook na de omvorming tot de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in 1961. Namens België is de dienst IEFA nauw betrokken bij de Export Control Group, een werkgroep die het exportbeleid tussen OESO-landen coördineert. Daarnaast stuurt de dienst een afgevaardigde naar het Development Assistance Committee (DAC), een overlegorgaan dat ontwikkelingssamenwerking en duurzame ontwikkelingen stimuleert op basis van bilaterale donorgemeenschappen.

Regionale ontwikkelingsbanken
De Belgische vertegenwoordiging bij verscheidene multilaterale, regionale ontwikkelingsbanken behoort eveneens tot de bevoegdheden van de dienst IEFA. (21) Deze banken zijn opgericht om de economische en sociale ontwikkeling van de lidstaten in bepaalde regio's te bevorderen. Landen die niet in de regio's liggen, stellen door hun lidmaatschap kapitaal ter beschikking. De organisatiestructuur is gebaseerd op die van de Wereldbank, waarbij het aandeel geïnvesteerd kapitaal ook het aantal stemmen in het bestuur van de bank bepaalt. De dienst ondersteunt de Belgische beheerders (of de afgevaardigde van de kiesgroep) bij de regionale banken met instructies. Daarnaast vormt de dienst de brug tussen de minister van Financiën en de banken. Daarvoor neemt de dienst deel aan jaarvergaderingen en vergaderingen over de wedersamenstellingen van de middelen. België is in vijf ontwikkelingsbanken vertegenwoordigd.
De Afrikaanse Ontwikkelingsbank werd opgericht in 1964. België trad toe tot het Afrikaans Ontwikkelingsfonds (gesticht in 1972 als onderdeel van de bank) in 1974 en tot de bank in 1983. De bank financiert zowel Afrikaanse landen als particuliere bedrijven die investeren op het Afrikaanse continent. België is sinds de oprichting van de Aziatische Ontwikkelingsbank in 1966 een niet-regionaal lid en sloot zich in 1975 aan bij het Aziatisch Ontwikkelingsfonds van de bank. Het ondersteunt projecten in Azië met leningen, aandelenkapitaal en kennis. België is sinds 1976 lid van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank, die projecten in Latijns-Amerika en de Caraïben financiert met haar Fonds voor Bijzondere Verrichtingen. Als lidstaat van de Europese Unie was België in 1990 één van de stichtende leden van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling. Oorspronkelijk doel van de bank was de uitbouw van markteconomieën in de voormalige communistische landen in Oost-Europa. Intussen financiert de bank ook projecten in Afrika en Azië. De dienst IEFA coördineert eveneens de relaties tussen het departement Financiën en de (Belgische vertegenwoordiger bij de) Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa, waarvan België een stichtend lid was in 1956.

Europese instellingen
In het proces van Europese economische, monetaire en politieke eenmaking speelde België een belangrijke rol. (22) Met name de steeds nauwere samenwerking tussen de lidstaten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) vanaf 1951, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) vanaf 1957 en de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) in 1958 noodzaakten het Ministerie van Financiën om permanente contacten met buitenlandse ministeries te onderhouden. De drie instellingen vormden de fundamenten waarop in 1992-1993 de Europese Unie werd gevestigd. De contacten verliepen via de dienst Financiële betrekkingen met het buitenland van de Administratie der Thesaurie. De dienst Internationale en Europese Financiële Aangelegenheden was en is actief betrokken bij verscheidene Europese commissies, raden en overlegorganen.
Het Monetair Comité werd opgericht in 1958 en vormde het overlegorgaan voor monetaire aangelegenheden. In het comité werd de monetaire en financiële situatie van België jaarlijks doorgelicht door een andere lidstaat. Het belang van het Monetair Comité was door de oprichting van de Europese Centrale Bank in 1998 en de invoering van de euro sterk verminderd. Haar taken werden overgenomen door het Economisch en Financieel Comité. (23)
Het voorbereidende werk voor Europese besluitvorming in economische en financiële aangelegenheden is in handen van het Economisch en Financieel Comité (EFC), een adviserend orgaan van de Europese Raad en Europese Commissie. Daarin zetelen de hoge vertegenwoordigers van de nationale administraties en de nationale banken van de Europese lidstaten. Hetzelfde comité komt eveneens bijeen voor kwesties aangaande de eurozone onder de naam Eurogroepwerkgroep (EWG). De minister van Financiën vertegenwoordigt België in het comité en wordt daarbij ondersteund door de dienst IEFA. Het EFC-EWG-comité kent verscheidene subcomités zoals de plaatsvervangers van het EFC ('EFC Alternates'), het Eurocoin Subcommittee (ECSC) en het EFC Subcommittee on IMF related issues (SCIMF). Medewerkers van de dienst IEFA nemen deel aan een aantal subcomités (o.a. EFC Alternates en SCIMF).
Het EFC-EWG-comité (en daarvoor het Monetair Comité) bepalen mee de agenda van de Raad voor Economische en Financiële Zaken (Ecofin), een formatie van de Europese Raad bestaande uit de Europese ministers van Economische Zaken en van Financiën. De dienst IEFA helpt mee bij het bepalen van het Belgische standpunt en informeert de minister van Financiën voor en na de vergadering.
De dienst IEFA is het officiële communicatiekanaal tussen de Belgische regering en de Europese Investeringsbank (EIB) (°1958), de financiële instelling van de Europese Unie belast met de financiering van projecten ter bevordering van de Europese integratie. De EIB vormt samen met het Europees Investeringsfonds (°1994), dat leningen verstrekt aan KMO's, de Europese Investeringsbankgroep. Tot slot levert de dienst IEFA financiële adviezen aan de permanente vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie.
De Euro-Arabische Dialoog ontstond eind 1973 tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Arabische Liga na de eerste oliecrisis en de Jom Kippoeroorlog. Ze bestaat uit verscheidene werkgroepen met Europese vertegenwoordigers. Een aantal comités hebben veeleer een politiek doel. Het Ministerie van Financiën wordt er vertegenwoordigd door de dienst IEFA sinds augustus 1975 in de 'Groupe pour la coopération financière', een werkgroep met focus op financiële samenwerking. De Euro-Arabische Dialoog opereert onder de auspiciën van de Europese Commissie.

Consultatieve overlegplatforms
De dienst Internationale en Europese Financiële Aangelegenheden vormt de Belgische gesprekspartner bij verscheidene internationale, consultatieve overlegplatforms. Daarin wordt overleg gepleegd tussen één of meerdere betrokken landen en de internationale donorgemeenschap. De consultatieve groepen opereren niet zelden onder de vlag van de Wereldbank(groep), de Verenigde Naties, het Internationaal Monetair Fonds of onder de bescherming van meerdere van deze instellingen. Voorbeelden zijn de 'Steungroep voor Bangladesh' in de jaren 1980 (Wereldbank) en het 'Steunfonds voor Bosnië-Herzegovina' in de jaren 1990 (Wereldbank, EU en Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling). De meeste consultatieve overlegplatforms die voor langere tijd werden opgericht, staan bekend als 'G-groepen'. Ze zouden efficiënter zijn dan de bureaucratische organen van het IMF en de Wereldbank en kunnen zo sneller dringende problemen aanpakken.
De Groep van Vier (G-4) vormt sinds eind jaren 1990 een informeel samenwerkingsverband tussen de Belgische, Nederlandse, Zweedse en Zwitserse ministeries van Financiën en nationale banken. De dienst IEFA vertegenwoordigt België tijdens de vergaderingen en levert voorbereidend werk voor de ministeriële G4-vergaderingen.
De Groep van Zeven (G-7) vormt het informele overlegplatform voor de leiders van de zeven industrielanden (Canada, Duitsland, Frankrijk, Italië, Japan, Verenigd Koninkrijk en Verenigde Staten) en de Europese Unie. De voorzitter van de Europese Commissie en voorzitter van de Europese Raad vertegenwoordigen de Unie op de G-7-bijeenkomsten. De dienst IEFA zorgt voor een analyse van de besproken - financiële en monetaire - onderwerpen en helpt mee bij het bepalen van de Belgische standpunten.
België is sinds de oprichting in 1962 lid van de Groep van Tien (G-10), een samenwerkingsverband van elf industrielanden die het 'General Arrangements to Borrow' (GAB) van het IMF hebben ondertekend. Het omvat onderlinge financiële bijstand en financiële hulp aan derde landen in het geval de middelen van het IMF ontoereikend zijn.
De intergouvernementele Groep van Vierentwintig (G-24) vormt een overlegplatform voor de ministers van Financiën van ontwikkelingslanden over internationale monetaire kwesties. De G-24 ontstond in 1972 ten gevolge van het einde van het zogenaamde Bretton Woods-systeem, een stelsel van vaste wisselkoersen waarbij enkel de Amerikaanse dollar gekoppeld was aan een vaste hoeveelheid goud. Hoewel de Verenigde Staten en westerse landen dominant bleven, kon de G-24 monetaire maatregelen voorstellen waardoor het IMF ook leningen op langere termijn beschikbaar stelde voor ontwikkelingslanden, die daarvoor eerder op de Wereldbank en bilaterale ontwikkelingshulp waren aangewezen. (24)
De Groep van Drieëndertig (G-33) was een kortstondig samenwerkingsverband tussen verscheidene industrielanden in 1999 om het internationale financiële bestel te coördineren. Het was de opvolger van de Groep van Tweeëntwintig (G-22) en werd datzelfde jaar al vervangen door de Groep van Twintig (G-20), een intergouvernementeel forum voor financiële kwesties bestaande uit 19 landen, de Europese Unie en de Afrikaanse Unie. De G-20 wordt gevormd door de ministers van Financiën van alle lidstaten, de centrale banken van de G-7-landen, de meeste EU-lidstaten en de voorzitter van de Europese Commissie.
De Club van Parijs vormt een bijzonder overlegplatform aangezien de akkoorden steeds op bilateraal niveau worden gemaakt (cf. supra).

Organisatie

De dienst 'Financiële Betrekkingen met het buitenland' werd opgericht door het regentsbesluit van 5 mei 1948 als de 3de dienst binnen de Administratie der Thesaurie en Staatsschuld. Het personeelskader bestond uit een adviseur, een adjunct-adviseur, twee bestuurssecretarissen, een opsteller, een klerk en een stenotypiste. (25) Daarvoor waren de bevoegdheden verspreid over verscheidene diensten van de Administratie der Thesaurie, zoals de contacten met de Nationale Delcrederedienst die het tweede bureau van de eerste directie van de administratie onderhield. Het effectieve personeelskader van de 3de directie viel begin jaren 1960 terug op vijf personen. (26) Het koninklijk besluit van 18 mei 1976 richtte binnen de Administratie der Thesaurie een nieuwe dienst 'Internationale Monetaire Aangelegenheden' op, die zich met de monetaire problemen en samenwerking op het Europese en internationale niveau moest bezighouden. De dienst 'Internationale Financiële betrekkingen' was bevoegd voor de zuiver financiële zaken. De twee aparte diensten hadden vanaf dat moment elk een inspecteur-generaal aan het hoofd met daaronder twee adviseurs, een aantal adjunct-adviseurs en een aantal bestuurssecretarissen. (27)
Bij de reorganisatie van de Administratie der Thesaurie door het koninklijk besluit van 11 juni 1986 werden beide diensten samengevoegd tot de 1ste dienst van de Administratie der Thesaurie. Daarbinnen vormden zij twee directies: de 1ste directie 'Internationale monetaire aangelegenheden' en de 2de directie 'Financiële betrekkingen met het buitenland'. De diensten behielden in grote mate hun oude personeelskader. Amper vijf jaar later onderging het organogram van de Thesaurie opnieuw veranderingen. Er kwam een nieuwe 1ste dienst 'Internationale Betrekkingen', die de bevoegdheden van de voormalige 2de directie overnam. De nieuwe dienst Internationale Betrekkingen bestond uit twee directies: de 1ste directie 'Multilaterale financiële instellingen' en de 2de directie 'Bilaterale financiële en commerciële transfers'. Er kwam eveneens een nieuwe 2de dienst genaamd 'Monetaire en financiële Europese en internationale aangelegenheden'. Die dienst bestond eveneens uit twee directies: de 3de directie 'Europese en internationale monetaire aangelegenheden' en de 4de directie 'Europese, internationale en algemene financiële aangelegenheden'. De directies hadden elk een adviseur als leidinggevende en de diensten stonden onder het gezag van een inspecteur-generaal. Elke dienst had verder een adjunct-adviseur en een aantal bestuurssecretarissen in dienst. (28) Het oprichtingsbesluit van de Federale Overheidsdienst Financiën uit 2002 riep de functie van 'Administrateur Internationale en Europese Financiële Aangelegenheden' in het leven. De twee bestaande diensten werden onder diens gezag geplaatst en functioneerden vanaf 2007 als één dienst 'Internationale en Europese Financiële Aangelegenheden'. Die dienst werd in 2024 hernoemd tot 'International' en onderdeel van de pas opgerichte Administratie Operationele Expertise en Ondersteuning van de Algemene Administratie van de Thesaurie.
Samengevat werden de diensten doorheen de tijd als volgt georganiseerd binnen de FOD Financiën (tot 2003 Ministerie van Financiën):
1948-1955: Administratie der Thesaurie en Staatsschuld. 2de dienst - Thesaurie en Openbaar Krediet. Financiële betrekkingen met het buitenland;
1955-1961: Administratie der Thesaurie en Staatsschuld. 2de dienst - Thesaurie. 2de directie - Financiële betrekkingen met het buitenland;
1961-1964: Administratie der Thesaurie en Staatsschuld. 1ste dienst - Thesaurie. 3de directie - Financiële betrekkingen met het buitenland;
1964-1971: Administratie der Thesaurie en Staatsschuld. 3de directie - Financiële betrekkingen met het buitenland;
1971-1972: Administratie der Thesaurie. 3de directie - Financiële betrekkingen met het buitenland;
1972-1978: Administratie der Thesaurie. 2de dienst - Financiële betrekkingen met het buitenland;
1978-1986: Administratie der Thesaurie.
2de dienst - Internationale monetaire aangelegenheden;
3de dienst - Financiële betrekkingen met het buitenland;
1986-1991: Administratie der Thesaurie. 1ste dienst - Internationale financiële en monetaire betrekkingen.
1ste directie - Internationale monetaire aangelegenheden;
2de directie - Financiële betrekkingen met het buitenland;
1991-1994: Administratie der Thesaurie.
1ste dienst - Internationale betrekkingen.
1ste directie - Multilaterale financiële instellingen;
2de directie - Bilaterale financiële en commerciële transferten;
2de dienst - Europese en internationale financiële en monetaire aangelegenheden.
3de directie - Europese en internationale monetaire aangelegenheden;
4de directie - Europese, internationale en algemene financiële aangelegenheden;
1995-2006: Administratie der Thesaurie. Algemene dienst.
1ste dienst - Internationale betrekkingen.
1ste directie - Multilaterale financiële instellingen
2de directie - Bilaterale financiële transferten;
2de dienst - Economische, monetaire en financiële aangelegenheden;
3de directie - Europese en internationale economische en monetaire aangelegenheden;
4de directie - Financiële aangelegenheden;
2007-2024: Algemene Administratie van de Thesaurie. Internationale en Europese Financiële Aangelegenheden; (29)
2024-heden: Algemene Administratie van de Thesaurie. Operationele Expertise en Ondersteuning. International. (30)

Archief

Geschiedenis

De oudste documenten in het archief van de dienst IEFA zijn ouder dan de dienst zelf. De 1ste directie van de Administratie der Thesaurie en Staatsschuld en het secretariaat van de directeur-generaal behandelden de internationale aangelegenheden tijdens het interbellum en de Tweede Wereldoorlog. De meeste dossiers werden in 1948 overgemaakt aan de nieuwe dienst Financiële betrekkingen met het buitenland. In 1954 deed de Administratie der Thesaurie en Staatsschuld op vraag van het Algemeen Secretariaat van het Ministerie van Financiën een rondvraag bij haar diensten naar het volume bewaarde archieven. De omvang van de archieven van de jonge dienst Financiële betrekkingen met het buitenland bedroeg amper 3 m³ en bestond voornamelijk uit documenten en briefwisseling over de voorbereiding en uitvoering van internationale akkoorden. Op korte termijn kon wel 1 m³ archief worden vernietigd. (31) Het volumineuze archief dat de Dienst der Gulden ondertussen had opgebouwd, zou pas een jaar later door de dienst Financiële betrekkingen met het buitenland worden geërfd.
In 1971 organiseerde de Administratie der Thesaurie een archiefenquête op vraag van het Algemeen Rijksarchief. De bewaartermijn van alle reeksen werd daarbij op 50 jaar vastgesteld. Bestuurssecretaris Jean-Pierre Arnoldi van de dienst Financiële betrekkingen met het buitenland kende daarbij codes toe aan bepaalde archiefreeksen en hield een overzicht bij. (32) Vijf jaar later stelde de Administratie der Thesaurie een overzicht op van alle principedossiers bewaard door haar diensten. Alle dossiers in dit archiefbestand lijken in die lijst voor te komen met uitzondering van de dossiers inzake de nationalisering van Belgische goederen in Zaïre. (33) De splitsing van de dienst in 1978 zorgde ervoor dat het ordeningssysteem met rubrieken niet meer consequent werd gevolgd.
In een antwoord op een dienstnota van de dienst Organisatie van de Administratie der Thesaurie in 1990 gaf de dienst Internationale financiële en monetaire betrekkingen een beknopt overzicht van haar dossiers. Er waren twee personen bevoegd voor het archiefbeheer en het bijhouden van een archievenoverzicht. Principedossiers werden periodiek naar de archiefkelders gebracht. Daarnaast werd geselecteerd in de dossiers op basis van "de noodzaak tot behoud en latere raadpleging van de dokumenten, het nut voor verdere opvolging of re-activatie van de betrokken dossiers, de mogelijkheid tot raadpleging en opvraging van de archieven van de betrokken organisaties, instellingen of diensten." De dienst onderhield geen contact met het Algemeen Rijksarchief. (34)
In 1994 antwoordde de dienst Internationale Monetaire Kwesties (2de dienst - 3de directie) op de archiefenquête van het Algemeen Rijksarchief: "Sauf erreur de ma part, notre service ne conserve aucun document pouvant répondre à la définition d'archives. Nos dossiers sont constitués de documentations se rapportant pour l'essentiel aux trois dernières années." De dienst Internationale Betrekkingen gaf een uitgebreider antwoord met een opsomming van de verschillende rubrieken en reeksen. De cijfercodes en bijhorende rubrieken werden telkens retroactief aangebracht op de dossiers. In totaal beheerde de dienst zo'n 350 strekkende meter archief, waarvan de helft op de bureaus en de rest in de kelders. (35)
Tussen 1992 en 2002 werden ordeningsschema's opgesteld voor enkele deelreeksen (o.a. voor de regionale ontwikkelingsbanken) die op de kantoorverdiepingen werden bewaard. Van 2006 tot 2010 klasseerde de dienst een grote hoeveelheid dossiers die zich op de verdiepingen bevonden. Zij werden in dozen gestopt, voorzien van een etiket en vervolgens naar de grote archiefkelder - voormalige bankkluis - van het Thesauriegebouw aan de Kunstlaan gebracht. Het MS Access-bestand waarmee de etiketten werden gemaakt, fungeerde tegelijkertijd als nadere toegang op de recente archieven (vanaf ca. 1985). Tot 2017 werd eveneens werk gemaakt van een inventaris (MS Word-bestand) voor het 'oude' archief in de kelder op basis van de oude rubriekcodes.

Verwerving

In februari 2002 contacteerde de dienst 'Internationale betrekkingen' het Algemeen Rijksarchief. Na een inspectie ter plaatse werd een kleine hoeveelheid archief overgedragen. (36) Vanaf 2016 werkte de SATURN-archiefploeg in de kelders van de Thesauriegebouwen aan de Handelsstraat en Kunstlaan om het archief van de dienst Internationale en Europese Financiële Aangelegenheden te selecteren, beschrijven en verpakken. In december 2018 vond de overdracht plaats van meer dan 120 strekkende meter archief. In de zomer van 2022 stelde de archiefploeg vast dat een deel van het archief nog in de kelders was achtergebleven op een andere locatie, die ook de diensten onbekend was. Van september 2022 tot juli 2024 werden de resterende stukken verwerkt. Vervolgens werden beide overdrachten samengevoegd in het Algemeen Rijksarchief.

Inhoud

Het archief van de dienst IEFA en zijn rechtsvoorgangers omvat in de eerste plaats stukken met betrekking tot de organisatie en werking van de dienst (afdeling 'Organisatie van de dienst'). Daarvan zijn briefwisseling, stukken met betrekking tot het personeel en de boekhouding van de dienst weerhouden. Voor wat betreft de opvolging van de internationale betrekkingen op financieel en monetair vlak - de voornaamste taak van de dienst - zijn heel wat archiefdocumenten gevormd. Een selectie van die archieven vindt u terug in dit archiefbestand. Er zijn documenten aanwezig van 1924 tot 2015. Het gros van de stukken dateert echter van na de Tweede Wereldoorlog. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste reeksen.
De afdeling 'Uitvoering van de bevoegdheden en taken' behandelt in de eerste plaats de activiteiten op nationaal niveau die vaak een internationale weerslag kennen, zoals de samenwerking met de Nationale Delcrederedienst. Daarvan zijn bepaalde (principe)dossiers weerhouden over de onderhandelingen en opvolging van staatswaarborgen, waarbij de dienst IEFA een adviserende rol had. Interessant zijn ook de dossiers van afgewezen staatswaarborgen, die de geopolitieke situatie van die tijd weerspiegelen.
In het archief van de bilaterale samenwerkingen zijn er vooreerst de dossiers over financiële en monetaire akkoorden met andere staten. Die vormen de basis voor de naoorlogse financiële en commerciële relaties van België met het buitenland. De oudste dossiers klimmen op tot het interbellum (bv. Duitsland). Enkele dossiers hebben eveneens betrekking op de clearing na de Tweede Wereldoorlog (bv. Denemarken en Noorwegen). Interessant zijn de dossiers over de voormalige Belgische kolonies Congo, Rwanda en Burundi. Daaruit blijkt de grote financiële afhankelijkheid van België na hun onafhankelijkheid, onder meer door de aanwezigheid van Belgische investeringsgroepen en bedrijven. Dat komt eveneens terug in de dossiers van leningen van staat tot staat, waarin telkens de voorwaarden en interne beraadslagingen voorafgaand aan de verstrekking van de lening zijn opgenomen, evenals de opvolging van de naleving van de voorwaarden. Voor wijzigingen aan de leningen van staat tot staat werden nieuwe dossiers geopend. Ten slotte zijn er de dossiers met betrekking tot de nationalisaties van bedrijven in het buitenland waarvan Belgische onderdanen aandelen bezaten. De dossiers behandelen de regeling van een vergoeding voor effecten aan toonder (aandelen) in handen van Belgen van genationaliseerde bedrijven. Voor de nationalisaties in Tsjechoslowakije zijn een aantal ingediende effecten teruggevonden, waarvan een selectie is bewaard.
Bij het archief van de multilaterale samenwerkingen springen vooral de stukken van de Wereldbankgroep, de Europese instellingen en het Internationaal Monetair Fonds in het oog. De omvang van de oorspronkelijke dossierreeksen was zeer groot door de aanwezigheid van talloze vergaderdocumenten en -verslagen die niet door de dienst zelf zijn geproduceerd. In regel zijn enkel de stukken bewaard die een onmiddellijke impact hadden op het Belgische beleid of die een Belgisch standpunt weergeven. Wanneer zij essentieel zijn voor het begrip van het dossier, zijn de stukken logischerwijze behouden. Zo goed als alle vergaderdocumenten zijn bovendien elders terug te vinden. Van de Wereldbankgroep, het IMF en hun deelinstellingen zijn stukken terug te vinden over de Belgische vertegenwoordiging, samenvattingen van de Belgische vergaderstandpunten, voorbereidende dossiers over voorgenomen hervormingen, de toetreding van nieuwe lidstaten... De dossiers over de vertegenwoordiging in de Europese instellingen geven de verscheidene stappen in het Europese eenmakingsproces weer. Het gaat over verslagen van het Monetair Comité en andere vergader- en overlegplatforms, de invoering van de ECU, de organisatie van de eengemaakte markt en de financiële en monetaire voorwaarden voor de toetreding tot de Europese Unie. De stukken van de regionale ontwikkelingsbanken bevatten de dossiers over de Belgische financiële participatie en de standpunten over de financiering van bepaalde projecten. De dossiers van verscheidene consultatieve overlegplatforms (G-10 en aanverwante groepen) geven de Belgische standpunten op de vergaderingen van deze organen weer.
Een bijzonder deelbestand vormt het archief van de voormalige Dienst der Gulden, die de vergoedingen aan Belgen berekende voor de ontwaarde Nederlandse gulden na de Tweede Wereldoorlog. Belgen leverden hun guldenbiljetten in bij een bankinstelling en zouden vervolgens compensatie krijgen van De Nederlandsche Bank. In totaal leverden Belgen voor bijna 45 miljoen gulden in. De Nederlandse beoordeling van de schadeclaims was echter zeer streng en slechts twintig procent van de dossiers werd ontvankelijk verklaard. De vergoedingen lieten lang op zich wachten, zodat de Belgische overheid uiteindelijk zelf de touwtjes in handen nam. Dankzij het protocol afgesloten op het Benelux-overleg te Oostende van 29 tot 31 juli 1950 verkreeg de Belgische overheid een bedrag van 9 miljoen gulden van Nederland, dat zij zelf moest verdelen over de bijna 15.000 niet-afgehandelde dossiers. Uiteindelijk konden ruim 10.000 gedupeerden hun bedrag volledig of gedeeltelijk recupereren. De moeilijke onderhandelingen met Nederland omtrent de uitbetaling, de definitieve regeling en de opmaak van een verdeelsleutel voor de 9 miljoen gulden zijn te reconstrueren aan de hand van de aanwezige dossiers. (37) De eigenlijke dossiers bevatten meestal de aangifteformulieren met informatie over de manier waarop en waarom de guldens in hun bezit waren gekomen. Sommigen hadden zich guldens aangeschaft omdat zij handel dreven met Nederland, maar anderen verkregen de biljetten tijdens de oorlog van verzetslieden, Duitse of geallieerde soldaten.
Ten slotte bevat dit archiefbestand deelarchieven van twee hooggeplaatste ambtenaren die in het kader van de uitvoering van hun taken dossiers en documentatie bijhielden. In de eerste plaats stukken van Maurice Williot, die in 1955 directeur-generaal van de Thesaurie werd. Daarvoor had hij ook al verscheidene mandaten in de beheerraden van onder meer de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie, het Belgisch-Luxemburgs Instituut voor de Wissel en het Rentenfonds. (38) De stukken van auditeur-generaal Bruno Guiot hebben eveneens betrekking op het Belgisch-Luxemburgs Instituut voor de Wissel, evenals zijn functie als regeringscommissaris bij de Federale Investerings- en Participatiemaatschappij vanaf 1999.

Taal en schrift van de documenten

De stukken werden opgesteld in het Frans of het Nederlands, afhankelijk van de taalrol van de betrokken ambtenaar. Soms zijn er ook nota's en verslagen in het Engels opgesteld. De teksten zijn doorgaans in een goed leesbaar handschrift opgesteld of getypt en vergen geen bijzondere paleografische kennis.

Selecties en vernietigingen

Voor de stukken overgedragen in 2018 is een selectie doorgevoerd op basis van de archiefselectielijst uit 2009 en de adviezen van de medewerkers. (39) Archieven afkomstig van nationale en internationale instellingen die op andere niveaus zijn bewaard en die de dienst louter ter informatie bijhield, werden vernietigd. Dit geldt ook voor vergaderstukken van organen van nationale en internationale instellingen en voor documentatie afkomstig van die instellingen. In regel zijn enkel de stukken die een Belgisch standpunt weergeven bewaard, zoals verslagen van verscheidene nationale en internationale vergaderingen opgemaakt voor de minister van Financiën door Belgische ambtenaren. Indien archief niet bewaard is op andere niveaus, werden de exemplaren van de dienst zelf weerhouden. Daarom zijn onder meer de minuten van de notulen van het Fonds voor Buitenlandse Handel, enkele jaarverslagen van de Nationale Delcrederedienst en de minuten van de verslagen van Belgische ambassades in het buitenland toch overgebracht en bewaard.
Voor de archiefdocumenten overgedragen in 2024 is een selectie doorgevoerd op basis van de herziene selectielijst. (40) In de vernieuwde selectielijst was de administratieve bewaartermijn voor veel reeksen teruggeschroefd van dertig naar tien jaar. Waar de selectielijst geen richtlijnen gaf, werd een selectie grotendeels uitgevoerd op basis van de bestaande archieftoegang in samenspraak met de dienst. (41) De stukken die in de lijst ontbraken zijn manueel geselecteerd op basis van de selectielijst en na overleg met collega-archivarissen. Ook daar geldt de algemene regel dat stukken die een Belgisch standpunt weergaven worden weerhouden, in zoverre zij niet bij andere diensten worden bewaard. In de praktijk bleven dus meestal de nota's en verslagen van de dienst IEFA aan de minister van Financiën bewaard, evenals specifieke dossiers met betrekking tot de taken van de dienst.

Toekomstige aangroei/aanvullingen

Bepaalde documenten worden vanwege hun administratief nut nog bewaard door de archiefvormer. Enkele reeksen (bv. de reeks Finexpo vanaf 1997) waren nog te recent om te worden geselecteerd. Zodra de administratieve bewaartermijn is verstreken, zal dit archief worden geselecteerd en aan het Algemeen Rijksarchief worden overgedragen.

Ordening

Er is in deze inventaris gekozen voor een functionele ordening op basis van de taken en functies van de dienst. De beschrijvingen van de dossiers vermelden de verschillende codes die de dienst bijhield in haar toenmalige klassementen. De oorspronkelijke codes verwijzen naar een oud ordeningsplan dat niet werd teruggevonden en dat al gedurende lange tijd niet meer werd gebruikt. De oude codes verwijzen naar het ordeningsplan van de hele dienst. Voor bepaalde dossiers werden ordeningscodes aangebracht die verwezen naar het ordeningsplan van de instelling. Bij de ordening van dit archiefbestand werd besloten om de ordening van de codes niet te volgen omdat de indeling niet logisch was en omdat niet alle diensten over een eigen ordeningsplan beschikten. De voormalige ordeningsplannen zijn waar mogelijk toegevoegd aan het begin van elke rubriek van deze inventaris.
De inventaris bestaat uit vier delen:
1) het archief van de dienst Internationale en Europese Financiële Aangelegenheden;
2) het archief van de voormalige Dienst der Gulden;
3) de stukken van directeur-generaal Maurice Williot met betrekking tot zijn activiteiten bij het Belgisch-Luxemburgs Instituut van de Wissel;
4) de stukken van auditeur-generaal Bruno Guiot met betrekking tot zijn activiteiten bij de Federale Investerings- en Participatiemaatschappij en het Belgisch-Luxemburgs Instituut van de Wissel.
Het archief van de dienst IEFA is onderverdeeld in drie rubrieken. De eerste rubriek 'Organisatie van de dienst' bevat stukken met betrekking tot de organisatie, werking, bevoegdheden, personeel en financiën van de dienst. Er zijn eveneens enkele stukken van algemene aard opgenomen zoals de ordeningsplannen voor de dossiers en de minuten van de uitgaande briefwisseling. De tweede rubriek 'Uitvoering van de bevoegdheden en taken' bevat alle dossiers die voortkwamen uit de voornaamste taken van de dienst, met name op het domein van de internationale financiële en monetaire betrekkingen. Een derde rubriek 'Documentatie' bevat studies opgesteld door het Ministerie van Financiën en de Nationale School van Fiscaliteit en Financiën die betrekking hebben op de bevoegdheden en activiteiten van de dienst. In regel worden de stukken op het allerlaagste niveau telkens chronologisch geordend.
De rubriek 'Uitvoering van de bevoegdheden en taken' vormt de kern van dit archiefbestand en is opgedeeld volgens het domein waarop de activiteiten plaatsvonden: het nationale, bilaterale of multilaterale domein. Binnen de dienst waren deze bevoegdheden ook bij verschillende directies of bureaus ondergebracht. Voor de betrekkingen op nationaal vlak zijn de stukken alfabetisch geordend op basis van de naam van de organisatie of instelling waarmee de dienst in contact stond of waar hij verslag over uitbracht. Daarbinnen zijn soms bijkomende onderverdelingen gemaakt. De grote betrokkenheid van de dienst bij de Nationale Delcrederedienst wordt weerspiegeld door een grote hoeveelheid aan verslagen en dossiers. De onderverdeling daarvan is gebaseerd op het ordeningsplan voor deze dossiers. (42)
De bilaterale activiteiten zijn op een functionele manier geordend naar analogie met de ordening van de dienst zelf. Een eerste deelrubriek omvat de economische, financiële en monetaire bilaterale relaties. Na enkele algemene stukken - met name de overzichtsdossiers - volgen de eigenlijke dossiers van elk land in alfabetische volgorde. Voor het Groothertogdom Luxemburg werden nog drie subcategorieën aangebracht: de algemene dossiers, de dossiers met betrekking tot de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de dossiers met betrekking tot het Belgisch-Luxemburgs Instituut voor de Wissel. Een tweede deelrubriek omvat de stukken met betrekking tot de toekenning en uitgifte van staatsleningen. Na enkele algemene dossiers, de contacten met het Fonds voor Leningen aan Vreemde Staten en dossiers van multilaterale en bilaterale vergaderingen, volgen de eigenlijke dossiers van de leningen per land in alfabetische volgorde. De dossiers en reeksen over de nationalisaties worden in de derde en laatste deelrubriek samengebracht en zijn alfabetisch geordend op naam van de betrokken landen.
De stukken met betrekking tot de multilaterale betrekkingen zijn geordend op basis van de naam van de betrokken Europese of internationale instellingen. Daarbinnen zijn zij geordend naargelang de bevoegdheden en/of organisatie van de multilaterale organisaties.
Het deelarchief van de voormalige Dienst der Gulden is onderverdeeld in enerzijds de algemene dossiers met betrekking tot de organisatie van de dienst en de opmaak van instructies voor de werking van de dienst en anderzijds de individuele vergoedingsdossiers. Die laatste dossiers waren in verschillende reeksen ondergebracht volgens de behandeling van de dossiers en de classificatie door de dienst.
De stukken opgesteld en ontvangen door Maurice Williot en Bruno Guiot zijn chronologisch geordend. De stukken van het Belgisch-Luxemburgs Instituut van de Wissel werden functioneel gegroepeerd.

Voorwaarden voor de raadpleging

De stukken in dit archiefbestand die ouder zijn dan dertig jaar, zijn vrij raadpleegbaar. Sommige stukken zijn onderhevig aan de wettelijke bepalingen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De actuele raadplegingsmodaliteiten zijn terug te vinden op de website van het Rijksarchief.

Voorwaarden voor de reproductie

Voor de reproductie van archiefstukken gelden de voorwaarden en tarieven van toepassing in het Rijksarchief.

Fysieke kenmerken en technische vereisten

Het archief bevat enkel papieren stukken, die daarenboven doorgaans in goede staat zijn. Om de materiële conservatie van de stukken te garanderen, zijn paperclips, nietjes en andere schadelijke materialen waar mogelijk verwijderd. De gebruiker wordt verzocht om de bestaande volgorde van de ongebonden stukken te respecteren.

Toegangen

Deze inventaris vervangt de overdrachtslijsten uit 2017 en 2024. De dienst IEFA beschikte slechts over enkele toegangen op bepaalde deelreeksen. Die oorspronkelijke toegangen zijn waar mogelijk opgenomen bij de betreffende reeksen in deze inventaris. De dienst beschikte niet over een volledig archievenoverzicht. Voor de dossiers van de Dienst der Gulden is het oorspronkelijke steekkaartensysteem verloren gegaan.

Aanwijzingen voor het gebruik

Het archief van de dienst IEFA bevat zowel beleidsdossiers als uitvoeringsdossiers. De dossiers kunnen zowel gaan over de interpretatie en toepassing van wetgeving en handelsakkoorden als over de communicatie en onderhandelingen met (inter)nationale instellingen en de uitvoering van de genomen beslissingen. Dit archief biedt ons inzicht in de deelname, standpunten en houding van België ten aanzien van het financiële en monetaire beleid en betrekkingen met (inter)nationale instellingen en andere landen. Zo kunnen zowel de Belgische financiële relaties met andere landen als het proces van Europese eenmaking aan de hand van dit archiefbestand worden onderzocht. Hieronder volgen nog enkele mogelijke onderzoekspistes.
Na de Tweede Wereldoorlog lag zo goed als gans Europa in puin. Voor de heropbouw was geld nodig, maar het oorlogseinde was ook het begin van een financiële en monetaire crisis. Om die crisis af te wenden waren reeds voor het einde van de oorlog de Internationale Bank voor Wederopbouw en Herstel (Wereldbank) en het Internationaal Monetair Fonds opgericht. Beide instellingen en de latere Bretton Woods-filialen zijn goed vertegenwoordigd in dit archiefbestand. In de maanden na het einde van de Tweede Wereldoorlog speelde België een belangrijke rol op het West-Europese monetaire en financiële toneel. De combinatie van goed onderhandelde bilaterale betalingsakkoorden en snelle heropstart van de Belgische industrie legden het land geen windeieren. De bilaterale betalingsakkoorden met Nederland en Frankrijk stimuleerden de export van Belgische goederen en deden de Belgische goudvoorraad groeien - door de bepalingen in het geval van ongelijke betalingsbalans. Van 1943 tot 1947 kon België niet minder dan 24 dergelijke akkoorden sluiten. (43)
Na de dekolonisatiegolf van de jaren 1950 en 1960 kwam een systeem van ontwikkelingshulp op gang. Daarbij werden aan 'ontwikkelingslanden' leningen verstrekt. België verstrekte echter niet zomaar leningen met lage rentevoeten of met een uitgestelde terugbetalingstermijn. Er werden strikte voorwaarden opgelegd. In de meeste gevallen dienden die landen voor bepaalde projecten een beroep te doen op Belgische bedrijven - ontwikkelingshulp vormde dus ook een onderdeel van de exportondersteuning - of versterkten de leningen de positie van België op het internationale geopolitieke toneel. Het ging meestal om 'leningen van staat tot staat' (bilateraal), maar België had ook inspraak in de leningspolitiek van de multilaterale financiële instellingen, zoals de Wereldbank en verscheidene regionale ontwikkelingsbanken.
De dossiers van de dienst 'Financiële betrekkingen met het buitenland' getuigen van de turbulente monetaire crisis eind jaren 1960 die culmineerden in het einde van het Bretton Woods-systeem. In 1971 kwamen België en Nederland tot een akkoord om de wisselkoersschommelingen tussen Belgische frank en Nederlandse gulden te beperken tot een vast percentage. Het zogenaamde 'slang-systeem' was daarmee geboren en werd door het akkoord van Bazel van 10 april 1972 uitgebreid naar andere West-Europese landen. (44) Het systeem stond echter continu onder druk door de oliecrisis van 1973, de devaluatie van het Britse pond sterling in 1976 en de crisis van de Italiaanse lire en Franse frank in 1978. In 1979 werd het systeem vervangen door de Europese Muntunie die uitging van een Europese korfmunt: de Europese rekeneenheid, beter bekend als de ECU (European Currency Unit). De crisisperiode komt voornamelijk aan bod in de dossiers met betrekking tot het Internationaal Monetair Fonds en het Monetair Comité van de Europese Economische Gemeenschap.
Het archief van de voormalige Dienst der Gulden is interessant voor de studie van de Tweede Wereldoorlog. De dossiers zijn onderverdeeld in drie categorieën: de ingediende guldenbiljetten werden niet, deels of volledig werden terugbetaald. In de regel behandelde de dienst de dossiers in alfabetische volgorde, aangezien zij die ook zo ontving van De Nederlandsche Bank. De overdracht van de dossiers uit Nederland gebeurde echter in meerdere keren, waardoor het alfabetisch klassement grotendeels verloren ging. Latere wijzigingen aan de beoordelingscriteria voor de toewijzing van de vergoedingen zorgden eveneens voor onregelmatigheden in de alfabetische orde. Een alfabetisch overzicht of lijst van de dossiernummers ontbreekt. Een zoektocht op familienaam is bijgevolg bijzonder lastig.

Bestaan en bewaarplaats van originelen

De oorspronkelijke archieven van (inter)nationale instellingen en Belgische ambassades in het buitenland worden door die instellingen zelf bewaard. De dienst hield enkel exemplaren bij ter informatie. Het archief van enkele nationale instellingen zoals de Nationale Bank van België, de Nationale Delcrederedienst, het Belgische Rode Kruis en het Intergeallieerd Agentschap voor de Herstelbetalingen worden in het Algemeen Rijksarchief bewaard.

Bestaan en bewaarplaats van kopieën

Aangezien de dienst IEFA met veel (inter)nationale instellingen in contact stond en staat, zijn verslagen en correspondentie in veel andere archiefbestanden terug te vinden. Er is voor internationale financiële kwesties een intense samenwerking met de FOD's Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Documenten met een verwante inhoud

In de oude archiefbestanden van het Ministerie van Financiën in het Algemeen Rijksarchief worden stukken bewaard die verband houden met de internationale betrekkingen, voornamelijk afkomstig van het Algemeen Secretariaat en de Thesaurie. (45) Het personeelsarchief van de Administratie der Thesaurie en de logistieke diensten van deze administratie zijn interessant voor wie meer wil weten over de organisatie van de diensten en personeelsleden. (46) Archief van de Delcrederedienst wordt eveneens in het Algemeen Rijksarchief bewaard, evenals stukken met betrekking tot de postkoloniale financiële relaties met Congo, Rwanda en Burundi. (47) Stukken betreffende de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie worden grotendeels bewaard door de centrale diensten van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen. Inzake monetaire aangelegenheden vormt het archief van de Koninklijke Munt van België in het Algemeen Rijksarchief een complementaire bron. (48) De collecties bewaart door de afdeling Diplomatiek archief van de FOD Buitenlandse Zaken vormen een logische aanvulling op het archief van de dienst Internationale en Europese Financiële Aangelegenheden.

Bibliografie

Administratieve bronnen

Annuaire administratif et judiciaire de Belgique - Administratief en gerechtelijk jaarboek voor België, 1995-2014.
Belgisch Staatsblad, 1831-.

Secundaire literatuur

BAKKER, A., The liberalization of capital movements in Europe. The Monetary Committee and financial integration, 1958-1994, Dordrecht, 1996.
BORDO, M.D en EICHENGREEN, B., A Retrospective on the Bretton Woods System. Lessons for International Monetary Reform, Chicago, 1993.
BOUGHTON, J.M., Celebrating 100 G-24 Ministerial Meetings, Bali, 2018.
BOURGEOIS, P., Le ministère des finances (1830-1994). III. Aperçu des compétences (Miscellanea Archivistica. Studia, 88), Brussel, 1996.
BOURGEOIS, P., Le ministère des finances. Étude de l'administration centrale et répertoires des services publics et commissions. Deuxième partie : 1946-1994 (Miscellanea Archivistica. Studia, 75), Brussel, 1995.
BRION, R. en MOREAU, J.-L., La Banque nationale de Belgique 1939-1971. Volume 2 : La politique monétaire belge dans une Europe en reconstruction (1944-1958), Brussel, 2005.
CARPREAU, J., Le Ministère des Finances et ses administrations: historique, missions, organisation, attributions et fonctionnement, in Bulletin de Documentation, 1990, nr. 5, p. 235-237.
JANSSENS, V., Le franc belge. Un siècle et demi d'histoire monétaire, Brussel, 1975.
MAES, G., Archief van de Administratie van de Thesaurie van de FOD Financiën en van de Koninklijke Munt van België. Archiefselectielijst (December 2009) (Archiefbeheersplannen en selectielijsten, 42), Brussel, 2010.
MAES, I., Half a century of European financial integration. From the Rome Treaty to the 21st century, Brussel, 2007.
MASON, E.S. en ASHER, R.E., The World Bank since Bretton Woods, Washington, 1973.
TOUSSAINT, E., Banque mondiale : une histoire critique, Parijs, 2022.
UNGERER, H., A concise history of European monetary integration, Westport, 1997.
VERSCHUEREN, A.M., Studie betreffende enkele aspecten van de "Algemene Directie van de Thesaurie", Brussel, 1979.

Beschrijvingsbeheer

In 2018 werd een groot deel archief van de dienst IEFA geselecteerd, geïnventariseerd en verpakt door Valerie Gheysens in het kader van het SATURN-project. De verpakking en plaatsing in het depot werden uitgevoerd door Kenzo Lannoo. In de zomer van 2022 bewerkte Pieter De Reu de voorlopige inventaris en begon met de selectie van een achtergebleven deel archief in de kelders van de Thesaurie. In november 2022 nam Ciel Vroman de selectie en inventarisatie over van het achtergelaten gedeelte. In de zomer van 2024 was dit volledig afgerond en in september 2024 vond de tweede overdracht plaats. Beide overbrengingen werden door Ciel Vroman samengevoegd in de huidige inventaris en van een inleiding voorzien tussen september 2024 en mei 2025. Jonathan Van Damme stond in voor de verpakking van de tweede overbrenging. Samen met Eli Merlier zorgde hij eveneens voor het schonen, de (her)verpakking, de hernummering en de etikettering van het volledige archiefbestand van augustus 2025 tot februari 2026.

Lijst van afkortingen

ACS: Landen in Afrika, het Caraïbisch gebied en de Stille Oceaan
AID: Association internationale de développement
AIR: Agence interalliée des réparations
AM(G)I: Agence multilatérale de garantie des investissements
AMI: Accord multilatérale d'investissement
AMSCO: African Management Services Company
ASEM: Asia-Europe Meeting
ASLK: Algemene Spaar- en Lijfrentekas
BCCI: Bank of Credit and Commerce International
BCE: Banque centrale européenne
BDBH: Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel
BEE: Banque éuropéenne d'exportation
BEI: Banque européenne d'investissement
BERD: Banque européenne pour la reconstruction et le développement
BIO: Belgische Maatschappij voor Investering in Ontwikkelingslanden
BIRD: Banque internationale pour la reconstruction et le développement
BLEU: Belgisch-Luxemburgse Economische Unie
BMI: Belgische Maatschappij voor Internationale Investering
BTAGF: Belgische Technische Assistentie Bijdrage Fonds (Aziatische Ontwikkelingsbank)
btw: belasting over de toegevoegde waarde
CCEI: Conférence sur la coopération économique internationale
CECA: Communauté européenne du charbon et de l'acier
CEE: Communauté économique européenne
CEEA: Communauté européenne de l'énergie atomique (Euratom)
CFMK: Chemins de fer Matadi-Kinshasa
CIRDI: Centre international pour le règlement des différends relatifs aux investissements
CNUCED: Conférence des Nations unies sur le commerce et le développement
COBAC: Compagnie belge d'Assurance Crédit
Cofinex: Adviescomité voor Coördinatie van de Exportfinanciering op Halflange Termijn
Copromex: Comité voor de Promotie van Belgische Exportgoederen
Cotechpromex: Technisch Comité voor de promotie van Buitenlandse Handel
DAC: Development Assistance Committee
DINAC: Développement de l'Industrie, l'Agriculture et la Construction Outre Mer
EBRD: European Bank for Reconstruction and Development
EBWO: Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling
ECB: Europese Centrale Bank
ECG: Expert Control Group (OESO)
Ecofin: Raad voor Economische en Financiële Zaken
ECOSOC: Economische en Sociale Raad (Wereldbank)
ECSC: Euro Coin Sub-Committee
ECU: European Currency Unit
EDFI: European Development Finance Institutions
EEG: Europese Economische Gemeenschap
EFC: Economisch en Financieel Comité
EG: Europese Gemeenschap(pen)
EGA: Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom)
EGKS: Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal
EIB: Europese Investeringsbank
EIF: Europees Investeringsfonds
EMS: Europees Monetair Stelsel
EMU: Europese Munteenheid
ESCB: Europees Stelsel van Centrale Banken
EU: Europese Unie
Eurocontrol: Europese Organisatie voor de Veiligheid van de Luchtvaart
EWG: Eurogroepwerkgroep
FAO: Food and Agriculture Organization of the United Nations
FMI: Fonds monétaire international
FOD: Federale Overheidsdienst
GAB: General Agreements to Borrow
GATT: General Agreement on Tariffs and Trade
GCFCG: Golf Crisis Financial Coordination Group
Gécamines: La générale des carrières et des mines
GEF: Global Environment Facility
GRIP: Guaranteed Recovery of Investment Principal
HIPC: Highly Indebted Poor Countries
IAH: Intergeallieerd Agentschap voor de Herstelbetalingen
IBRD: International Bank for Reconstruction and Development
ICSID: International Centre for Settlement of Investment Disputes
IDA: International Development Association
IEFA: Internationale en Europese Financiële Aangelegenheden
IFC: International Finance Corporation
IGGI: Intergouvernementele Groep over Indonesië
IIIA: International Investment Insurance Agency
IMF: Internationaal Monetair Fonds
KMO: kleine-middelgrote onderneming
LGO: landen en gebieden overzee
MCSEC: Ministerieel Comité voor Sociale en Economische Coördinatie
MIA: Multilateraal Investeringsakkoord
MIGA: Multilateral Investment Guarantee Agency
MIO: Multilaterale Investeringsovereenkomst
NAVO: Noord-Atlantische Verdragsorganisatie
NBB: Nationale Bank van België
NIC: Nieuw Gemeenschapsinstrument
NMKN: Nationale Maatschappij voor Krediet aan de Nijverheid
OBCE: Office belge du Commerce extérieur
OCDE: Organisation de coopération et de développement économiques
OEES: Organisatie voor Europese Economische Samenwerking
OESO: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling
OMC: Organisation mondiale du commerce
ONDD: Nationale Delcrederedienst - Office national du Ducroire
ONU: Organisation des Nations Unies
OPEC: Organization of the Petroleum Exporting Countries
QFIE: Question Financières Internationales et Européennes
SAMA: Saudi Arabian Monetary Agency
SBI: Société Belge d'Investissement International
SCIMF: Sub-Committee on IMF and related issues
SFAC: Société française d'Assurance Crédit
SFI: Société financière internationale
SME: Système monétaire européen
SNCZ: Société nationale des chemins de fer du Zaïre
SNEL: Société nationale d'électricité
SOFIDE: Société de Financement du Développement
Somuki: Société minière de Muhinga et Kigali
Sonatrad: Société nationale de trading
SPA: Special Program of Assistance
SPF: Service Public Fédéral
TASF: Speciaal Fonds voor Technische Assistentie (Aziatische Ontwikkelingsbank)
UE: Union européenne
UEBL: Union économique belgo-luxembourgeoise
UNCTAD: United Nations Conference on Trade and Development
UNESCO: United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization
VN: Verenigde Naties
WHO: Wereldhandelsorganisatie
WTO: World Trade Organization

 12005.1 deel
 22007.1 deel
 3[2010-2016].1 pak
 41970-1982.1 pak
 51982-1989.1 pak
 62 okt. 1992 - 12 jan. 1993.1 pak
 713 sep. 1993 - 20 jan. 1994.1 pak
 821 jan. 1994 - 10 mei 1994.1 pak
 910 mei 1994 - 31 aug. 1994.1 pak
 101 sep. 1994 - 17 nov. 1994.1 pak
 1122 mei 1995 - 25 apr. 1995.1 pak
 1227 apr. 1995 - 1 aug. 1995.1 pak
 131 aug. 1995 - 29 dec. 1995.1 pak
 143 jan. 1996 - 22 apr. 1996.1 pak
 1524 apr. 1996 - 3 okt. 1996.1 pak
 163 okt. 1996 - 14 feb. 1997.1 pak
 1717 feb. 1997 - 26 mei 1997.1 pak
 1826 mei 1997 - 19 sep. 1997.1 pak
 1919 sep. 1997 - 6 jan. 1998.1 pak
 206 jan. 1998 - 2 jul. 1998.1 pak
 212 jul. 1997 - 24 dec. 1998.1 pak
 225 jan. 1999 - 26 jul. 1999.1 pak
 2326 jul. 1999 - 24 dec. 1999.1 pak