Inventaris van het archief van het Vredegerecht Halle. Overdracht 1999

Fonds d'archives

Nom : Vredegerecht te Halle 1. Overdracht 1999

Période : 1920-1970

Ampleur : 27,89 mètres linéaires

Dépôt d'archives : Archives de l'État à Louvain

Rubrique : Justices de paix, tribunaux de police et Amtsgerichte

Inventaire

Auteurs : /

Année de publication : 2016

Code de l'inventaire : 250/13

...

Archiefvormer

Naam

Vredegerecht te Halle

Geschiedenis

Het kanton Halle werd opgericht op 19 nivôse jaar X (9 januari 1802) en omvatte de gemeenten Beert, Bellingen, Beringen, Bogarden, Buizingen, Dworp, Eisingen, Halle, Huizingen, Kester, Leerbeek, Lembeek, Lot, Pepingen en Sint-Pieters-Leeuw. Op 1 januari 1823 werden de gemeenten Bierk (Bierghes) en Sint-Renelde (Saintes) van het kanton Herne overgeheveld naar het kanton Halle en op 1 september 1963 (Wet van 9 augustus 1963) werden deze gemeenten overgeheveld naar het kanton Nijvel. Op hetzelfde moment werden de gemeenten Beersel, Bever, Sint-Pieters-Kapelle en Ruisbroek overgeheveld naar het kanton Halle. Het vredegerecht Halle werd op 1 september 1963 gesplitst (Wet van 9 augustus 1963): kanton Halle 1 omvatte de gemeenten Bellingen, Bogaarden, Elingen, Kester, Leerbeek, Ruisbroek en Sint-Pieters-Kapelle, het kanton Halle 2 de gemeenten Beersel, Bever, Buizingen, Dworp, Eisingen en Huizingen. Op 1 november 1970 (Wet van 10 oktober 1967, houdende het Gerechtelijk Wetboek) werden de gemeenten Beringen, Sint-Pieters-Kapelle en Kester overgeheveld naar het kanton Herne en de gemeenten Elingen en Leerbeek werden toegevoegd aan het kanton Sint-Kwintens-Lennik. Het kanton Halle 2 werd toen ook afgeschaft.

Bevoegdheden en activiteiten

Al in de middeleeuwen kenden grote delen van West-Europa het fenomeen 'vrederechter'; zij werden bijvoorbeeld vredemaecker, peysmaecker, peisierder, paiseur of justice of the peace genoemd en werden ingezet voor de oplossing van weinig belangrijke geschillen. De organieke wet op de gerechtelijke organisatie van 16-24 augustus 1790 stelde in Frankrijk de juges de paix in. De rechtspleging in het vredegerecht werd vastgelegd in het Décret contenant réglement sur la procédure en la justice de paix van 14, 18-26 oktober 1790. Na de annexatie van de Zuidelijke Nederlanden door Frankrijk werden door het arrêté organique de l'ordre judiciaire en matière civile en Belgique van 2 frimaire IV (23 november 1795) de vrederechters ook hier geïnstalleerd.
De vrederechter kreeg drie belangrijke functies: een gerechtelijke, een verzoenende en een buitengerechtelijke functie. Vrederechters oordeelden in kleine geschillen en probeerden bovenal de partijen te verzoenen. Als politierechter waren ze bevoegd in strafzaken en als officier van de gerechtelijke politie spoorden ze misdrijven op, verzamelden ze bewijzen en leverden misdadigers over aan het gerecht. De vrederechter oordeelde niet alleen in burgerlijke zaken, maar had ook een ruime bevoegdheid in de willige rechtspraak (o.m. bijeenroepen en voorzitten van familieraden voor minderjarigen, ontvangen van verklaringen voor adoptie) en vervulde tal van administratieve taken.
Tot 1801 werd de vrederechter bijgestaan door twee assessoren. De tweede wet van 29 ventôse IX (20 maart 1801) bepaalde dat de vrederechter een alleensprekende rechter werd, met een plaatsvervanger. Aanvankelijk werden de vrederechters verkozen voor een in tijd beperkt mandaat door vertegenwoordigers van het volk. Pleitbezorgers werden bij het vredegerecht enkel in zeer uitzonderlijke gevallen toegelaten. Tijdens het Consulaat koos de eerste Consul de vrederechter uit een lijst van twee kandidaten, voorgedragen door l'assemblée du canton, waarin alle burgers van het kanton zetelden. Die stelde ook twee kandidaten voor de functie van plaatsvervanger voor. De vrederechter en zijn plaatsvervangers werden, in tegenstelling tot de rechters van andere rechtscolleges, benoemd voor tien jaar. Na de Belgische onafhankelijkheid werden de vrederechters door de Koning benoemd.
Het decreet van 6-27 maart 1791 voorzag dat de vrederechter een griffier kon benoemen en afzetten. Na een kort intermezzo waarin de Nationale Conventie het benoemingsrecht van de griffiers kreeg (mei 1794-november 1796), werd het opnieuw aan de vrederechter toegekend. Bij de wet op de organisatie van de rechtbanken van het jaar VIII (18 maart 1800) werd bepaald dat de Eerste Consul de griffiers van alle rechtscolleges benoemde en afzette, na de Belgische onafhankelijkheid werd dat de regering. De griffier (later: hoofdgriffier) verdeelt het werk en houdt toezicht op het griffiepersoneel. Als openbaar ambtenaar en lid van de gerechtelijke orde is hij gebonden aan de verplichtingen beschreven in omzendbrieven van ministers en procureurs-generaal. Hij is de rechterhand van de rechter, is rekenplichtig, huismeester en openbaar bewaarder van de minuten, registers, repertoria en van alle akten van het vredegerecht, van juridische documentatie en van wetten en rechtspraakverzamelingen.
Iedere vrederechter is in principe enkel bevoegd voor zijn gebied. Het decreet van 8 pluviôse IX (28 januari 1801) richtte 228 gerechtelijke kantons op in de negen Belgische departementen. Per gerechtelijk kanton was er één vredegerecht, dat in principe gevestigd in de hoofdplaats. Het decreet maakte het mogelijk om grote gemeenten over meerdere gerechtelijke kantons te verdelen. Aan de indeling in gerechtelijke kantons werd de afgelopen tweehonderd jaar herhaaldelijk gesleuteld: kantons werden gesplitst of samengevoegd, er werden er nieuwe opgericht of bestaande opgeheven. In 2016 telde België 187 vredegerechten met 229 zetels.
In burgerlijke zaken oefenden de vrederechters verschillende bevoegdheden uit: hij was zowel verzoener als rechter als openbaar ambtenaar. Het decreet van 16-24 augustus 1790 betreffende de gerechtelijke organisatie voorzag een voorafgaande verzoeningsprocedure voor alle zaken die buiten de bevoegdheid van de vrederechter lagen. Om de verzoeningsopdracht te doen slagen, werd een bureau de paix samengesteld, waarin de vrederechter samen met vier of zes assessoren zetelde. Wie naar de districtsrechtbank trok, had het bewijs nodig dat hij langs het bureau de paix was gepasseerd, anders werd zijn eis niet ontvankelijk verklaard. Vanaf 1801 stond de vrederechter alleen in voor de voorafgaande verzoeningsprocedure. De verplichte voorafgaande verzoening (met uitzondering voor o.m. vorderingen waarbij de Staat, de Domeinen, de gemeenten en minderjarigen betrokken waren, vorderingen inzake handelszaken en spoedeisende gevallen) hield stand tot de wet van 12 augustus 1911 (B.S. 19 augustus 1911). Het bureau van verzoeningen bij het vredegerecht werd afgeschaft op het moment dat de algemene en bijzondere bevoegdheden van de vrederechter aanzienlijk werden uitgebreid, om de procesgang efficiënter te laten verlopen. De wetgever bleef evenwel het principe van de voorafgaande verzoening promoten en maakte ze in een aantal welomschreven gevallen verplicht.
Als rechter is de vrederechter algemeen bevoegd voor burgerlijke zaken met een vordering tot een bepaald bedrag, dat uiteraard telkens door de wetgever wordt aangepast aan de reële prijzen: maximaal 100 pond in 1790, 300 BEF in 1876, en op dit moment 2500 euro. Het KB nr. 63 van 13 januari 1935 (B.S. 20 januari 1935) kende aan de vrederechter ook bevoegdheid toe in handelszaken (vooral inzake betwistingen omtrent daden van koophandel), voor bedragen tot 1000 BEF.
De bijzondere bevoegdheid van de vrederechter werd, vooral vanaf de tweede helft van de 19de eeuw, systematisch uitgebreid. We sommen hier enkel de belangrijkste bevoegdheden op. De vrederechter mag, ongeacht het bedrag van de vordering, oordelen over geschillen inzake huishuur, handelshuur- en pachtovereenkomsten, verkoop op afbetaling, arbeidsongevallen, kinderbijslagen en sociale bijslagen. Voorts is hij bevoegd inzake hoogdringende onteigening voor het algemeen belang, militaire opeisingen en ruilverkavelingen. Voorts heeft hij een beperkte bevoegdheid in handelszaken en een vrij ruime bevoegdheid inzake de toekenning van onderhoudsuitkeringen.
Vrederechters vervullen van bij het begin, naast hun opdracht als rechter, nogal wat administratieve taken. In het vakjargon heet dat de 'willige rechtsmacht' (la jurisdictiën gracieuze, de oneigenlijke rechtspraak). Oorspronkelijk beperkte de willige rechtsmacht van de vrederechter zich tot het voorzitten van familieraden, de zegelleggingen en de ontzegelingen. Net als zijn bijzondere bevoegdheden, breidde zijn willige rechtsmacht zich in de loop van de 19de eeuw aanzienlijk uit. De wetgever liet de vrederechter onder meer tussenkomen inzake familierecht (onderhoudsgeld, adoptie, (pleeg)voogdij, familieraad voor huwelijkstoestemming), inzake 'geesteshygiëne' (voogdij, sekwestratie ten huize, voorlopige bewindvoering), inzake de notariële praktijk (openbare verkopingen, zegelleggingen, familieraad voor toestemming tot verkoop van onroerend goed) en inzake akten van bekendheid en beëdigingen.
Nogal wat vrederechters traden ook op als politierechter. De Wet van 1 mei 1849 inzake de politierechtbanken breidde de bevoegdheden van de politierechter aanzienlijk uit, onder meer met een aantal eenvoudige wanbedrijven (landloperij, bedelarij, smaad; wanbedrijven tegen het Veldwetboek; overtredingen tegen de wetten en reglementen betreffende de grote wegenis, de verkeerspolitie, de vervoerdiensten, de posterijen en de barelen; overtredingen van besluiten inzake maten en gewichten; inbreuken tegen de provinciale reglementen en verordeningen). Voorts kregen ze zaken van de correctionele rechtbank toegewezen waarvan de rechter op grond van het rekwisitoor van het OM of van het verslag van de raadkamer oordeelde dat de correctionele straffen konden worden verlaagd tot het niveau van de politiestraffen (de zgn. contraventionalisering). De vrederechter kreeg tot slot de exclusieve bevoegdheid voor overtredingen tegen de wetten betreffende het beheer, de inrichting en het gebruik van de openbare ruimte. Met de invoering van het Belgisch Strafwetboek in 1867 werd de bevoegdheid van de politierechtbank nogmaals gewijzigd en uitgebreid. Tweede boek, titel X geeft een systematisch overzicht van alle feiten die door politiestraffen strafbaar worden gesteld. De politierechter neemt voortaan, naast de overtredingen opgesomd in het Strafwetboek, kennis van alle misdrijven die door bijzondere strafwetten met politiestraffen werden bestraft en van misdrijven die door de onderzoeksgerechten naar de politierechtbank worden verwezen door de invoering van het systeem van de verzachtende omstandigheden in de correctionele zaken. Voorts werd de politierechter exclusief bevoegd voor de bestraffing van misdrijven inzake ruraal recht (als diefstal van veldvruchten), boswetgeving, jacht, riviervisserij, openbare netheid, dierenbescherming en natuurbehoud. Na de invoering van de schoolplicht in 1921 kwamen daar nog de inbreuken tegen de wetgeving op de schoolplicht bij (gedeelde bevoegdheid met de kinderrechter). De maximumstraf die de politierechter kon uitspreken, werd verhoogd van vijf naar zeven dagen gevangenisstraf en van 15 naar 25 BEF boete.
Na de Tweede Wereldoorlog breidde de bevoegdheid van de politierechter verder uit. De gerechtelijke hervorming van 1967-1970 gaf de politierechtbank een volwaardig statuut. Met de invoering van het Gerechtelijk Wetboek werden twintig politierechtbanken opgericht, waar één of meer rechters uitsluitend fungeerden als politierechter. 124 vrederechters moesten hun strafrechtelijke bevoegdheid afstaan. In 99 gerechtelijke kantons (op 223) fungeerden de vrederechters verder beurtelings als politierechter.
De wet van 11 juli 1994 wijzigde het strafrecht en het strafprocesrecht ingrijpend. Ze breidde de bevoegdheden van de politierechtbank andermaal aanzienlijk uit met alle verkeersmisdrijven, ook die met dodelijke afloop. De burgerlijke en strafrechtelijke verkeerszaken werden onttrokken aan de bevoegdheid van de vredegerechten. Door de beslechting toe te vertrouwen aan gespecialiseerde magistraten wilde de wetgever de achterstand in de rechtsbedeling wegwerken. Het aantal politierechtbanken werd opgetrokken van 20 naar 32.

Archief

In 1961 werd een eerste deel van het archief van het vredegerecht van Halle aan het Algemeen Rijksarchief overgedragen. (akten en vonnissen, burgerlijke zaken (1795-1860) en strafzaken (1802-1891)). Deze werden in 1965 door Hugo De Schepper geïnventariseerd (uitgegeven in 1994: H. De Schepper, Inventaris van de archieven van de Vredegerechten van Grimbergen-Wolvertem, Halle, Kampenhout, Londerzeel, Sint-Jans-Molenbeek, Overijse-Terhulpen, Vilvoorde, Zemst en van de Politierechtbanken van Halle, Overijse-Terhulpen, Vilvoorde en Zemst (Toegangen in beperkte oplage, 207-215), Brussel, 1994, p. 11-13 en H. De Schepper, Inventaris van het archief van de politierechtbank van Halle). Dit blok verhuisde in mei 1996 naar Rijksarchief Beveren. Een nieuw blok werd in augustus 1996 aan het Rijksarchief Beveren overgedragen. Op 2 september 1999 werd ook een derde blok overgedragen. Hierbij werd ook het archief van het vredegerecht Halle 2 dat kortstondig tussen 1963 en 1970 bestond, overgedragen. In 2010 werd vanuit het stadsarchief van Halle een laatste blok overgedragen, direct aan het Rijksarchief Leuven. In 2011 verhuisden ook de andere blokken van het Rijksarchief Beveren naar Leuven.

Inhoud


I. Stukken van algemene en administratieve aard

-kopieboeken (met minuten van uitgaande briefwisseling, chronologisch ingeschreven)
-statistische documenten
-rondzendbrieven van de procureur des Konings.
II. Stukken in verband met de rechtspleging

-rollen (helaas zijn bij heel wat vredegerechten de 19de-eeuwse algemene rollen geheel of gedeeltelijk verloren gegaan)
-de minuten van vonnissen en akten in burgerlijke zaken (vormen in het ene vredegerecht twee afzonderlijke reeksen, terwijl ze in het andere in één doorlopende chronologische reeks zijn verzameld)
-de minuten van vonnissen in strafzaken
-de algemene zittingsbladen (werden door sommige griffiers samen met de minuten van de vonnissen in chronologische volgorde gebundeld)
-repertoria (helaas zijn bij heel wat vredegerechten de 19de-eeuwse repertoria geheel of gedeeltelijk verloren gegaan;
-alfabetische indices op naam van de partijen
-Specifiek voor de verzoeningsprocedure: het register van de verzoeningen en de processen-verbaal van verzoening en van niet-verzoening. Na de invoering van het Gerechtelijk Wetboek (1 november 1970) komt daar nog het register van de verzoekschriften bij (chronologisch genoteerde verzoeken inzake aanstelling van een deskundige, aanwijzing van een voorlopig bewindvoerder voor geesteszieken, machtiging tot hypothecaire inschrijving voor de ontvanger van registratie en domeinen...)
-registers van vrijwillige verschijning en de registers van verschijning na dagvaarding (ingevoerd in 1844 en tot begin 20ste eeuw als basis gebruikt voor het opstellen van gerechtelijke statistieken)
III. Stukken in verband met de willige rechtsmacht

-verklaringen van arbeidsongevallen (al dan niet in een register) en processen-verbaal van overeenkomst (allebei ingevoerd in het kader van de uitvoering van de arbeidsongevallenwet van 1903)
-kiezerslijsten (voor 1919);
-voogdijregisters of voogdijstaten met aangehechte stukken (jaarlijks ingebonden afschriften van de processen-verbaal van familieraden, ontsloten via de minuten van vonnissen en akten in burgerlijke zaken). Na de invoering van het Gerechtelijk Wetboek worden de voogdijregisters aangevuld met dossiers van familieraden en, in verband met de bescherming geesteszieken, de dossiers en het register van voorlopige bewindvoering.

Taal en schrift van de documenten
De stukken zijn in het Nederlands en het Frans.

Selecties en vernietigingen

Selecties en vernietigingen zijn er met toestemming van het Rijksarchief in 1971, 1990 en 1999 geweest

Toekomstige aangroei/aanvullingen

Aangroei zal er nog komen vanuit het vredegerecht van Halle als van de politierechtbank van Halle.

Voorwaarden voor de raadpleging

Stukken ouder dan 30 jaar en niet-privacygevoelig zijn vrij raadpleegbaar. Stukken ouder dan 30 jaar en privacygevoelig zijn enkel in te kijken na toestemming van de Algemeen Rijksarchivaris of zijn gemachtigde. Indien de vraagsteller geen betrokken partij is of rechtzoekend burger moet die ook een onderzoeksverklaring invullen. De raadpleging en/of reproductie is voor privacygevoelige stukken is enkel toegelaten voor:
•de betrokken partijen
•in het kader van een proces of een betwisting: de verwanten in rechtstreekse lijn - ascendenten of descendenten - van één van de partijen, de gemandateerde advocaten of notarissen, de ministeriële ambtenaren en ieder persoon die door de wet hiertoe gemachtigd is
•onderzoekers die het wetenschappelijk karakter van hun opzoekingen kunnen aantonen (studenten hebben een brief van hun promotor nodig)
Stukken jonger dan 30 jaar zijn enkel in te kijken met toestemming van de hoofdgriffier van de rechtbank
De (algemene) rol van de hoven en rechtbanken zetelend in burgerlijke zaken is openbaar (Gerechtelijk Wetboek, art. 719).
Stukken betreffende strafzaken zijn vrij raadpleegbaar na 100 jaar. Stukken jonger dan 100 jaar kunnen enkel ingekeken na toestemming van de procureur-generaal.

Voorwaarden voor de reproductie

Voor de reproductie gelden de voorwaarden in tarieven van toepassing in het Rijksarchief.

Documenten met een verwante inhoud

Het archief van het vredegerecht Halle bestaan uit volgende blokken:
- VG Halle 0000: inv. 250/11 (1795-1891: burgerlijk en strafzaken)
- VG Halle 1996: inv. 250/12 (1864-1919: burgerlijk)
- VG Halle 1999: inv. 250/13 (1920-1970: burgerlijk en strafzaken)
- VG Halle 2012: inv. 250/42 (1890-1982: burgerlijk en strafzaken)
- VG Halle 2: inv. 250/14 (1963-1971: burgerlijk en strafzaken)

Bibliografie

VELLE, K. Het vredegerecht en de politierechtbank (1795-1995). Organisatie, bevoegdheden en archiefvorming (Miscellanea Archivistica. Studia 76) Brussel, 1995.

Beschrijvingsbeheer

De inventaris werd opgemaakt door Karel Velle, Guido Gadeyne, Sven Heusequin en Jurgen Cazaux (K. Velle, G. Gadeyne, S. Heusequin en J. Cazaux, Inventarissen van de archieven van de vredegerechten van Duffel (1923-1970), Gent derde kanton (1896-1970), Halle (1920-1970), Halle Tweede kanton (1963-1970)..., Brussel, 1999, p. 23-30). De tekst over bevoegdheden en activiteiten en over de inhoud werd overgenomen uit Marij Preneel, Overzicht van de archieven in het Rijksarchief te Beveren. Archiefvormers van het ressort Vlaanderen, Brussel, 2006, p. 175-190. De retroconversie van de inventaris gebeurde door Ilse Geudens; Marc Carnier zorgde voor een laatste redactie.

 3321940 febr. 1 - 1951 juni 6.1 deel
 3331951 juni 6 - 1957 febr. 27.1 deel
 1821957 mrt. 6 - 1962 dec. 13.1 deel
 1831962 dec. 13 - 1968 apr. 3.1 deel
 1841968 apr. 3 - 1968 dec. 30.1 deel
 11920 (nrs. 1-310).1 deel
 21920 (nrs. 311-594).1 deel
 31920 (nrs. 595-811).1 deel
 41920 (nrs. 812-1133).1 deel
 51921 (nrs. 1-274).1 deel
 61921 (nrs. 277-477).1 deel
 71921 (nrs. 478-811).1 deel
 81922 (nrs. 1-300).1 deel
 91922 (nrs. 301-575).1 deel
 101922 (nrs. 576-840).1 deel
 111923 (nrs. 1-249).1 deel
 121923 (nrs. 250-500).1 deel
 131923 (nrs. 501-750).1 deel
 141923 (nrs. 751-1024).1 deel
 151924 (nrs. 1-249).1 deel
 161924 (nrs. 250-498).1 deel
 171924 (nrs. 501-757).1 deel
 181925 (nrs. 1-299).1 deel
 191925 (nrs. 300-600).1 deel
 201925 (nrs. 601-868).1 deel
 211926 (nrs. 1-300).1 deel
 221926 (nrs. 301-600).1 deel
 231926 (nrs. 601-913).1 deel
 241927 (nrs. 1-299).1 deel
 251927 (nrs. 301-599).1 deel
 261927 (nrs. 600-874).1 deel
 271928 (nrs. 1-300).1 deel
 281928 (nrs. 301-657).1 deel
 291929 (nrs. 1-299).1 deel
 301929 (nrs. 301-595).1 deel
 311930 (nrs. 1-342).1 deel
 321930 (nrs. 344-634).1 deel
 331931 (nrs. 1-356).1 deel
 341931 (nrs. 359-663).1 deel
 351932 (nrs. 2-283).1 deel
 361932 (nrs. 284-586).1 deel
 371933 (nrs. 1-328).1 deel
 381933 (nrs. 329-696).1 deel
 391934 (nrs. 4-355).1 deel
 401934 (nrs. 357-717).1 deel
 411935 (nrs. 2-499).1 deel
 421935 (nrs. 500-957).1 deel
 431936 (nrs. 1-424).1 deel
 441936 (nrs. 425-797).1 deel
 451937 (nrs. 2-450).1 deel
 461937 (nrs. 451-840).1 deel
 471938 (nrs. 1-400).1 deel
 481938 (nrs. 401-889).1 deel
 491939 (nrs. 1-414).1 deel
 501939 (nrs. 415-721).1 deel
 511940 (nrs. 1-350).1 deel
 521940 (nrs. 352-737).1 deel
 531941 (nrs. 1-400).1 deel
 541941 (nrs. 404-650).1 deel
 551941 (nrs. 651-902).1 deel
 561942 (nrs. 6-346).1 deel
 571942 (nrs. 403-699).1 deel
 581942 (nrs. 700-957).1 deel
 591943 (nrs. 4-350).1 deel
 601943 (nrs. 351-728).1 deel
 611944 (nrs. 2-622).1 deel
 621945 (nrs. 1-499).1 deel
 631945 (nrs. 502-887).1 deel
 641946 (nrs. 2-497).1 deel
 651946 (nrs. 501-994).1 deel
 661947 (nrs. 1-500).1 deel
 671947 (nrs. 501-1052).1 deel
 681948 (nrs. 1-400).1 deel
 691948 (nrs. 401-1084).1 deel
 701948 (nrs. 1414-1944).1 deel
 711949 (nrs. 1-515).1 deel
 721949 (nrs. 517-1039).1 deel
 731950 (nrs. 1-533).1 deel
 741950 (nrs. 536-1014).1 deel
 751951 (nrs. 1-500).1 deel
 761951 (nrs. 501-850).1 deel
 771951 (nrs. 851-1236).1 deel
 781952 (nrs. 1-400).1 deel
 791952 (nrs. 401-700).1 deel
 801952 (nrs. 701-948).1 deel
 811952 (nrs. 951-1202).1 deel
 821953 (nrs. 1-398).1 deel
 831953 (nrs. 400-799).1 deel
 841953 (nrs. 800-1317).1 deel
 851954 (nrs. 2-400).1 deel
 861954 (nrs. 401-700).1 deel
 871954 (nrs. 704-895).1 deel
 881954 (nrs. 896-1091).1 deel
 891955 (nrs. 1-300).1 deel
 901955 (nrs. 301-600).1 deel
 911955 (nrs. 602-999).1 deel
 921955 (nrs. 1001-1200).1 deel
 931955 (nrs. 1201-1417).1 deel
 941956 (nrs. 1-400).1 deel
 951956 (nrs. 401-800).1 deel
 961956 (nrs. 803-1100).1 deel
 971956 (nrs. 1104-1409).1 deel
 981957 (nrs. 2-346).1 deel
 991957 (nrs. 354-700).1 deel
 1001957 (nrs. 702-1000).1 deel
 1011957 (nrs. 1001-1300).1 deel
 1021957 (nrs. 1301-1525).1 deel
 1031958 (nrs. 2-250).1 deel
 1041958 (nrs. 254-596).1 deel
 1051958 (nrs. 572-899).1 deel
 1061958 (nrs. 900-1238).1 deel
 1071958 (nrs. 1240-439).1 deel
 1081959 (nrs. 1-249).1 deel
 1091959 (nrs. 251-498).1 deel
 1101959 (nrs. 512-749).1 deel
 1111959 (nrs. 752-1049).1 deel
 1121959 (nrs. 1051-1192).1 deel
 1131959 (nrs. 1195-1434).1 deel
 1141960 (nrs. 1-250).1 deel
 1151960 (nrs. 251-500).1 deel
 1161960 (nrs. 514-745).1 deel
 1171960 (nrs. 752-1102).1 deel
 1181960 (nrs. 1105-1358).1 deel
 1191960 (nrs. 1360-1621).1 deel
 1201961 (nrs. 1-250).1 deel
 1211961 (nrs. 250-550).1 deel
 1221961 (nrs. 551-800).1 deel
 1231961 (nrs. 801-1050).1 deel
 1241961 (nrs. 1055-1300).1 deel
 1251961 (nrs. 1300-1500).1 deel
 1261961 (nrs. 1501-einde).1 deel
 1271962 (nrs. 1-300).1 deel
 1281962 (nrs. 301-600).1 deel
 1291962 (nrs. 601-900).1 deel
 1301962 (nrs. 901-1200).1 deel
 1311962 (nrs. 1201-1500).1 deel
 1321962 (nrs. 1500-1800).1 deel
 1331962 (nrs. 1800-2050).1 deel
 1341962 (nrs. 2050-einde).1 deel
 1351963 (nrs. 1-325).1 deel
 1361963 (nrs. 326-650).1 deel
 1371963 (nrs. 653-975).1 deel
 1381963 (nrs. 976-1300).1 deel
 1391963 (nrs. 1301-1600).1 deel
 1401963 (nrs. 1601-1800).1 deel
 1411963 (nrs. 1801-2000).1 deel
 1421963 (nrs. 2001-einde).1 deel
 1431964 (nrs. 1-300).1 deel
 1441964 (nrs. 301-600).1 deel
 1451964 (nrs. 601-900).1 deel
 1461964 (nrs. 901-1187).1 deel
 1471964 (nrs. 1188-1200).1 deel
 1481964 (nrs. 1201-1600).1 deel
 1491964 (nrs. 1601-einde).1 deel
 1501965 (nrs. 1-300).1 deel
 1511965 (nrs. 301-600).1 deel
 1521965 (nrs. 601-900).1 deel
 1531965 (nrs. 901-1200).1 deel
 1541965 (nrs. 1201-1500).1 deel
 1551965 (nrs. 1501-1897).1 deel
 1561966 (nrs. 1-300).1 deel
 1571966 (nrs. 301-600).1 deel
 1581966 (nrs. 601-900).1 deel
 1591966 (nrs. 901-1300).1 deel
 1601966 (nrs. 1301-1700).1 deel
 1611966 (nrs. 1701-einde).1 deel
 1621967 (nrs. 1-375).1 deel
 1631967 (nrs. 376-600).1 deel
 1641967 (nrs. 601-1000).1 deel
 1651967 (nrs. 1001-1350).1 deel
 1661967 (nrs. 1351-1600).1 deel
 1671967 (nrs. 1601-1950).1 deel
 1681967 (nrs. 1951-2276).1 deel
 1691968 (nrs. 1-300).1 deel
 1701968 (nrs. 301-700).1 deel
 1711968 (nrs. 701-1050).1 deel
 1721968 (nrs. 1051-1450).1 deel
 1731968 (nrs. 1451-1750).1 deel
 1741968 (nrs. 1751-2019).1 deel
 1751968 (nrs. 2020-einde).1 deel
 1761969 (nrs. 1-700).1 deel
 1771969 (nrs. 701-1400).1 deel
 1781969 (nrs. 1401-2043).1 deel
 1791970 (nrs. 1-700).1 deel
 1801970 (nrs. 701-1500).1 deel
 1811970 (nrs. 1501-einde).1 deel