Inventaris van het archief van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent. Correctionele Rechtbank. Overbrenging 2019 (1837-2012)

Archivdatei

Name: EA Gent C 2019

Periode: 1837-2012

Inventarisierter Umfang: 153,67 laufenden Metern

Archivstandort: Staatsarchiv in Gent

Rubrik : Gerichte Erster Instanz und Staatsanwaltschaften

Inventar

Autoren: De Backer, Katrien — Drossens, Paul — Goethals, Tom — Van Laere, Luc

Jahr der Publikation: 2019

Code des Inventars: R42

...

Archiefvormer

Naam

Rechtbank van eerste aanleg Gent. Correctionele rechtbank (1800-2014)
Rechtsopvolger

Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen. Afdeling Gent. Correctionele rechtbank (2014-heden)
Rechtsvoorganger

Correctionele rechtbank Gent (1796-1800)

Geschiedenis

De gerechtelijke organisatie van het ancien régime werd in Frankrijk bij het begin van de Franse Revolutie afgeschaft. De nieuwe rechtscolleges werden vanaf 1790 ingericht op basis van een aantal principes die in de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger van 1789 waren opgenomen en later werden bekrachtigd door de grondwetten van 1791, het jaar III (1795) en het jaar VIII (1799), zoals het legaliteitsbeginsel, het proportionaliteitsbeginsel, de scheiding der machten en de openbaarheid van de terechtzittingen.
Na de inlijving van de Verenigde Departementen (de Oostenrijkse Nederlanden en het prinsbisdom Luik) bij Frankrijk in oktober 1795 werd hier de Franse gerechtelijke organisatie ingevoerd. De grondwet van 5 fructidor jaar III (20 augustus 1795) voorzag in elk departement minimum drie en maximum zes correctionele rechtbanken. Deze rechtbanken werden ingesteld op het niveau van het gerechtelijk arrondissement. Het Scheldedepartement bestond tot 1800 uit vijf gerechtelijke arrondissementen, namelijk Aalst, Gent, Oudenaarde, Sint-Niklaas en Sas van Gent (vanaf 1798 Eeklo). Het arrondissement Gent werd opgericht bij besluit van 30 december 1795 en definitief afgebakend bij besluit van 21 februari 1796. (1) De Franse wetgever voorzag bij elke correctionele rechtbank eveneens een jury van inbeschuldigingstelling (jury d'accusation). Naast de correctionele rechtbanken fungeerden er voor de berechting van gemeenrechtelijke misdrijven nog twee soorten strafrechtbanken. Op het lokaal niveau zetelde de vrederechter als politierechter. In elk departement bestond er tevens een criminele rechtbank.
Onder het Consulaat werd met de grondwet van 22 frimaire jaar VIII (13 december 1799) een nieuwe gerechtelijke organisatie ingevoerd die mutatis mutandis tot op heden bestaat. De departementale burgerlijke rechtbanken en de correctionele rechtbanken (tribunaux de police correctionelle) werden bij wet van 27 ventôse jaar VIII (18 maart 1800) afgeschaft. Zij werden in elk gerechtelijk arrondissement vervangen door een rechtbank van eerste aanleg, die zowel zetelde in burgerlijke als in strafzaken. Daarenboven werden rechtbanken van beroep (vanaf 1804: hoven van beroep; vanaf 1810: keizerlijke hoven) opgericht, die de beroepen behandelden tegen de vonnissen van de rechtbanken van eerste aanleg in burgerlijke zaken en van de rechtbanken van koophandel. In de Verenigde Departementen werden twee rechtbanken van beroep ingesteld, een te Brussel, bevoegd voor de departementen van de Dijle, de Schelde, de Twee Neten, de Leie en Jemappes, en een te Luik, bevoegd voor de departementen van de Ourthe, Samber-en-Maas en Beneden-Maas. De departementale criminele rechtbanken werden in 1804 omgevormd tot criminele hoven (cours de justice criminelle), die op hun beurt in 1810 werden vervangen door tijdelijke rechtscolleges, de hoven van assisen.
De wet op de gerechtelijke organisatie van 20 april 1810, die de hoven van assisen instelde, voorzag voor de gemeenrechtelijke misdrijven de volgende, nog steeds bestaande strafrechtbanken: een politierechtbank op kantonnaal niveau bevoegd voor de overtredingen, een correctionele rechtbank op arrondissementeel niveau, als deel van de rechtbank van eerste aanleg, bevoegd voor de wanbedrijven en een hof van assisen op departementaal niveau bevoegd voor de misdaden. Voor landloperij, gewapende opstand, smokkel, muntvervalsing en douanemisdrijven waren er daarnaast nog een aantal bijzondere rechtbanken (cours spéciales ordinaires en cours spéciales extraordinaires). (2)
De invoering in 1811 van het Wetboek van Strafvordering (Code d'Instruction criminelle) van 1808 had grote gevolgen voor de organisatie van de strafrechtspleging. De bevoegdheden van de directeur van de jury van inbeschuldigingstelling in het kader van het gerechtelijk onderzoek werden overgedragen aan de onderzoeksrechter (juge d'instruction). Bij de rechtbank van eerste aanleg werd een raadkamer opgericht die sindsdien beslist of een zaak al dan niet voor de rechter dient te verschijnen. De jury van inbeschuldigingstelling werd vervangen door een van de kamers van het hof van beroep, de Kamer van inbeschuldigingstelling.
Onder het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden wijzigde er relatief weinig aan de gerechtelijke organisatie. De hoven van assisen bleven bestaan, maar zonder jury. De keizerlijke hoven, die voortaan hogere gerechtshoven (cours supérieures de justice) heetten, beslisten over de beroepen in cassatie, zowel in burgerlijke als in strafzaken. De Grondwet van 1815 voorzag weliswaar in een Hoge Raad maar deze werd pas na de Belgische onafhankelijkheid in Den Haag geïnstalleerd.
De Belgische Grondwet van 1831 behield de Napoleontische instellingen. Een jaar later stelde de organieke wet van 4 augustus 1832 te Brussel het Hof van Cassatie in als hoogste rechtscollege. Naast de hoven van beroep te Brussel en Luik functioneerde voortaan ook een hof van beroep te Gent. De hoven van assisen, één per provincie, fungeerden opnieuw met een jury. Aan de organisatie van de correctionele rechtbanken wijzigde niets.
In 1912 werd in elk gerechtelijk arrondissement bij de rechtbank van eerste aanleg een kinderrechter aangesteld. Ingevolge de Jeugdbeschermingswet van 8 april 1965 werd de kinderrechter in 1966 vervangen door de jeugdrechtbank, die een derde afdeling werd van de rechtbank van eerste aanleg.
Het Gerechtelijk wetboek van 10 oktober 1967 bevestigde de indeling van de rechtbanken van eerste aanleg in drie afdelingen, respectievelijk de burgerlijke rechtbank, de correctionele rechtbank en de jeugdrechtbank. Sinds 2007 zijn in de rechtbanken van eerste aanleg waar de zetel van het hof van beroep is gevestigd eveneens de strafuitvoeringsrechtbanken van start gegaan, die hier een vierde afdeling vormen.
Het gerechtelijk landschap werd in 2014 grondig hertekend door diverse wetten. De 27 gerechtelijke arrondissementen zijn herleid tot 12 arrondissementen, die grotendeels samenvallen met de provinciegrenzen (West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Limburg, Brussel, Leuven, Waals-Brabant, Henegouwen, Namen, Luik, Luxemburg en Eupen). De rechtbanken van eerste aanleg en de politierechtbanken zijn georganiseerd op niveau van het arrondissement. De oude arrondissementen vormen thans afdelingen van de nieuwe ruimere arrondissementen. Zo is er nu sprake van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent. Met een afdeling wordt voortaan een territoriale afbakening bedoeld. De vroegere indeling van de rechtbank van eerste aanleg in afdelingen is gewijzigd. De afdelingen worden nu secties genoemd. De rechtbank van eerste aanleg bestaat uit één of meer kamers voor burgerlijke zaken, uit één of meer kamers voor correctionele zaken, uit één of meer kamers voor familiezaken, uit één of meer jeugdkamers en, voor de afdeling van de rechtbank van eerste aanleg waar het hof van beroep is gevestigd, uit één of meer strafuitvoeringskamers en kamers voor de bescherming van de maatschappij. Die kamers vormen vier secties, namelijk de burgerlijke rechtbank, de correctionele rechtbank, de familie- en jeugdrechtbank en de strafuitvoeringsrechtbank. (3)
De correctionele rechtbank van Gent was sinds de Franse tijd gevestigd in het voormalige Jezuïetencollege in de Voldersstraat. Vanaf 1836 werd werk gemaakt van de bouw van een nieuw gerechtsgebouw op de plaats waar voorheen een recolettenklooster had gestaan. In 1846 werd het justitiepaleis aan het Recolettenplein, dat herdoopt werd tot Koophandelsplein, ingehuldigd. De correctionele rechtbank was hier 160 jaar gehuisvest. Sinds 2007 is de rechtbank van eerste aanleg gevestigd in het nieuwe gerechtsgebouw aan de Opgeëistenlaan. (4)

Bevoegdheden en activiteiten

Om de bevoegdheden van de diverse actoren waarvan archief wordt bewaard bij de correctionele rechtbank beter te kaderen, is een inzicht in de strafprocedure noodzakelijk. Strikt gezien verloopt het onderzoek in strafzaken in twee fasen: het onderzoek vóór de terechtzitting (het vooronderzoek) en het onderzoek ten gronde (onderzoek ter terechtzitting). Tijdens het vooronderzoek wordt onderzocht of er voldoende bezwaren zijn om de verdachte voor het vonnisgerecht te brengen. De voornaamste verrichtingen in het vooronderzoek zijn het verzamelen van bewijsmateriaal betreffende misdrijven en hun vermoedelijke daders. Het is enkel in zoverre het vooronderzoek voldoende bezwaren tegen een bepaalde persoon heeft opgeleverd dat zal worden overgegaan tot de tweede onderzoeksfase, het onderzoek ter terechtzitting. Dit onderzoek ten gronde speelt zich af voor een vonnisgerecht (zoals de correctionele rechtbank) en betreft de vraag of de feiten uit de tenlastelegging bewezen zijn en of de beklaagde schuldig is. Is het antwoord positief, dan kan de beklaagde door het bevoegde vonnisgerecht worden veroordeeld en kan hem een straf worden opgelegd. (5)

Correctionele rechtbank

De Code pénal van 1810 maakte een onderscheid tussen overtredingen, wanbedrijven en misdaden. Dit zijn misdrijven die strafbaar waren met respectievelijk een politiestraf, een correctionele straf en een criminele straf. Met de invoering van dit strafwetboek in 1811 verzwaarde de Franse wetgever de bestraffing van correctionele misdrijven. Voortaan sprak de correctionele rechtbank boeten uit van minimum 15 frank en gevangenisstraffen van minstens zes dagen tot vijf jaar.
Met de inwerkingtreding van het Wetboek van strafvordering in 1811 werd de correctionele rechtbank ook bevoegd voor de behandeling in beroep van de vonnissen van de politierechtbank. (6) Voordien was enkel cassatieberoep tegen die vonnissen mogelijk.
Vanaf 1838 voorzag de wetgever voor het eerst, weliswaar op bescheiden wijze, de mogelijkheid tot correctionalisering op grond van verzachtende omstandigheden. (7) Misdaden strafbaar met een opsluiting konden naar de correctionele rechtbank worden verwezen. Later kwamen ook andere misdaden in aanmerking voor correctionalisering, zodat vandaag in wezen de meeste misdaden hiervoor vatbaar zijn.
Het strafwetboek van 1867, dat in gewijzigde vorm nog steeds van kracht is, behield de opdeling van de straffen in politiestraffen, correctionele straffen en criminele straffen. De correctionele straffen bestonden uit een geldboete van meer dan 26 frank en een gevangenisstraf van acht dagen tot vijf jaar.
Momenteel is de correctionele rechtbank bevoegd voor: 1) wanbedrijven die, behoudens de in de wet bepaalde gevallen, strafbaar zijn met een gevangenisstraf van acht dagen tot vijf jaar (8), 2) gecorrectionaliseerde misdaden en 3) het hoger beroep tegen de vonnissen van de politierechtbank.
Het beroep tegen de vonnissen van de correctionele rechtbank werd aanvankelijk ingesteld bij de criminele rechtbank (vanaf 1804 het criminele hof). Met de inwerkingtreding van het wetboek van strafvordering werd de behandeling in beroep van correctionele vonnissen een gedeelde bevoegdheid van de keizerlijke hoven (de latere hoven van beroep) en de correctionele rechtbanken in de hoofdplaatsen van de departementen (de latere provincies). In de departementen waar een keizerlijk hof zetelde, was het keizerlijk hof bevoegd. In de departementen waar geen keizerlijk hof zetelde, fungeerde de correctionele rechtbank gevestigd in de hoofdplaats van het departement als beroepsinstantie voor de andere correctionele rechtbanken in dat departement. Voor de correctionele rechtbank in de hoofdplaats van het departement gold een bijzondere regeling: daar was ofwel de correctionele rechtbank in de hoofdplaats van het naburige departement bevoegd, ofwel het keizerlijk hof tot welk ressort de rechtbank hoorde, afhankelijk van wie het meest nabij gelegen was. Het beroep tegen de vonnissen van de correctionele rechtbank van Gent werd bijgevolg vanaf 1811 door het keizerlijk hof van Brussel behandeld en vanaf 1832 door het nieuw opgerichte hof van beroep van Gent. De correctionele rechtbank van Gent bleef tot 1832 fungeren als beroepsinstantie voor de correctionele rechtbanken van Brugge, Dendermonde en Oudenaarde.

Onderzoeksrechter en raadkamer

Wanneer een inbreuk wordt gepleegd, zal dit door de ordediensten worden vastgesteld en zal er een proces-verbaal worden opgesteld. Dit wordt aan de procureur des Konings overgemaakt. Hij analyseert het dossier en kan een onderzoek instellen. Als er een onderzoek komt, zijn twee scenario's mogelijk: een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek. Bij het opsporingsonderzoek leidt de procureur des Konings zelf het onderzoek met de hulp van de politiediensten. Het gerechtelijk onderzoek wordt geleid door de onderzoeksrechter en is verplicht bij de zwaarste misdrijven. De onderzoeksrechter moet met behulp van de politiediensten alle elementen ten voordele en ten nadele van de verdachte opsporen. Hij kan vrij zijn onderzoeksmethode kiezen: verhoren, confrontatie, reconstructie. Wanneer de onderzoeksrechter oordeelt dat zijn onderzoek voltooid is, maakt hij het dossier over aan de procureur des Konings. Indien die geen andere onderzoekshandelingen wenst te laten verrichten, vordert hij de regeling van de rechtspleging door de raadkamer. Het gerechtelijk onderzoek wordt steeds afgesloten met een beslissing van de raadkamer. Omdat de raadkamer zich in principe niet uitspreekt over de grond van de zaak (bewezenverklaring van de feiten en strafoplegging) produceert zij geen vonnissen maar beschikkingen. Tegen de meeste beslissingen van de raadkamer is beroep mogelijk bij de Kamer van inbeschuldigingstelling.
De raadkamer kan verschillende beslissingen nemen.
1) Buitenvervolgingstelling (BV)
Wanneer uit het onderzoek blijkt dat de feiten geen misdrijven opleveren of dat er onvoldoende bezwaren zijn tegen de verdachte, beveelt de raadkamer de buitenvervolgingstelling. Buitenvervolgingstelling kan ook worden bevolen wanneer wordt vastgesteld dat de strafvordering onontvankelijk is of dat zij is vervallen, bijvoorbeeld door verjaring. De buitenvervolgingstelling maakt enkel een voorlopig einde aan het onderzoek. Indien er tegen de verdachte nieuwe bezwaren worden gevonden, kan het onderzoek worden heropend.
2) Ontslag onderzoek (OO)
Wanneer de raadkamer vaststelt dat de onderzoeksrechter onbevoegd is, dan beveelt zij het ontslag van onderzoek. Dit heeft enkel tot gevolg dat de onderzoeksrechter wordt ontlast. De zaak wordt echter voortgezet. Tot 2003, met de afschaffing van het militair gerecht in vredestijd, was dit bijvoorbeeld het geval bij verdachten die militairen bleken te zijn. De onderzoeksrechter werd dan ontlast en het dossier werd overgemaakt aan de krijgsauditeur.
3) Verwijzing naar een vonnisgerecht
Oordeelt de raadkamer dat er voldoende bezwaren bestaan tegen de verdachte, dan kan hij naar het vonnisgerecht worden verwezen. De raadkamer kan verwijzen naar:
a) de politierechtbank, bij overtredingen of bepaalde wanbedrijven,
b) de correctionele rechtbank, bij wanbedrijven of gecorrectionaliseerde misdaden,
c) de procureur-generaal bij het hof van beroep, bij feiten strafbaar met criminele straffen en wanneer correctionalisering onmogelijk is of inopportuun.
4) Inobservatiestelling en internering
Sinds 1930 kan de raadkamer tenzij het een misdaad, een politiek misdrijf of een persdelict betreft, de internering van een verdachte uitspreken, wanneer hij geestesgestoord is.
5) Probatieopschorting
Indien de voorwaarden voor het verlenen van probatieopschorting vervuld zijn, kan de raadkamer, sinds 1964, hiertoe beslissen.
6) Voorlopige hechtenis
De raadkamer beslist over de handhaving van de voorlopige hechtenis. Wanneer een verdachte door de onderzoeksrechter wordt aangehouden, moet hij binnen de vijf dagen voor de raadkamer verschijnen opdat zij kan oordelen of de aanhouding wettelijk mogelijk is en of ze wenselijk is, o.a. met het oog op de openbare veiligheid. De raadkamer moet zich in principe om de maand uitspreken over de handhaving van de voorlopige hechtenis. Wanneer het een ernstiger misdrijf betreft, een misdaad, zoals bijvoorbeeld moord, dan moet deze verlenging slechts om de drie maanden gebeuren.

Organisatie

Correctionele rechtbank

De correctionele rechtbank is een kamer van de rechtbank van eerste aanleg. Het aantal kamers per rechtbank wordt vastgesteld naargelang de behoeften van de dienst.
De correctionele rechtbank was tot 1919 steeds samengesteld uit drie rechters. Bij wet van 25 oktober 1919 (9) werden eveneens kamers met alleenzetelende rechters geïnstalleerd. Tot het midden van de jaren 1980 was de correctionele rechtbank in regel samengesteld uit drie rechters en uitzonderlijk uit een alleenzetelende rechter. Om het hoofd te kunnen bieden aan de gerechtelijke achterstand in strafzaken is, sinds de wet van 25 juli 1985 (10), het omgekeerde principe van toepassing en is de correctionele rechtbank in regel samengesteld uit een alleenzetelende rechter en eerder uitzonderlijk uit drie rechters.

Onderzoeksrechter en raadkamer

De onderzoeksrechter wordt door de Koning benoemd onder de rechters van de rechtbank van eerste aanleg die gedurende tenminste drie jaar het ambt van magistraat van het openbaar ministerie of van rechter in de rechtbank van eerste aanleg hebben uitgeoefend. Art. 259sexies §1, 1° Ger.W. omschrijft de voorwaarden nader. Zijn aanwijzing geschiedt bij koninklijk besluit, eerst voor een periode van één jaar, verlengbaar een eerste maal voor twee jaar en vervolgens telkens voor vijf jaar. Gedurende zijn ambtstermijn blijft de onderzoeksrechter eveneens bevoegd om in de rechtbank van eerste aanleg zitting te nemen.
De raadkamer is een afdeling van de rechtbank van eerste aanleg. Aanvankelijk was de raadkamer samengesteld uit drie rechters, waaronder de onderzoeksrechter. De wet van 25 oktober 1919 maakte een einde aan de collegialiteit van deze instelling en creëerde een raadkamer bestaande uit één enkele rechter, aan wie de onderzoeksrechter verslag dient uit te brengen. (11) De raadkamer zetelt in principe met gesloten deuren. Het ambt van griffier wordt bij de raadkamer uitgeoefend door een lid van de griffie van de rechtbank van eerste aanleg.

Archief

Verwerving

Het statische en semi-dynamische archief van de correctionele rechtbank Gent wordt momenteel bewaard in een archieflokaal in de kelder van het gerechtsgebouw in de Opgeëistenlaan. Het dynamische archief en de integrale reeks minuten van vonnissen berusten op de griffie.
De mobiele archiefploeg van Justitie heeft in 2010 (Katrien De Backer) en van oktober 2018-april 2019 (Tom Goethals en Luc Van Laere) het archief ter plaatse geselecteerd en de te bewaren archiefbestanddelen waarvan de bewaartermijn verstreken was, beschreven en verpakt in zuurvrij materiaal. Het archiefblok EA Gent C 2019 is op 27 mei 2019 naar het Rijksarchief van Gent overgebracht.

Inhoud

Deze inventaris heeft betrekking op dat deel van het archief van de correctionele rechtbank waarvan de bewaartermijn in 2019 was verstreken en dat in aanmerking kwam voor permanente bewaring. In totaal omvat het archiefblok na verpakking 153,50 strekkende meter. Geografisch heeft het archief betrekking op het vroegere gerechtelijk arrondissement Gent. De oudste documenten dateren van 1837, de recentste van 2012. Deze uiterste data geven weliswaar een vertekend beeld. De twee oudste stukken (nrs. 1747 en 1758) dateren uit de 19de eeuw. Daarnaast zijn er nog een aantal documenten uit de jaren 1950-1960. De meeste archiefdocumenten in dit archiefblok bestrijken echter de periode 1968-1998. Het gaat dan met name om de voornaamste archiefreeksen: de rollen van de rechtbank (1968-1998), de minuten van vonnissen (1968-1988) en de rechtsplegingsdossiers (1984-1998).

Selecties en vernietigingen

Het archief van de correctionele rechtbank Gent werd in 2010 geselecteerd conform de toen geldende Richtlijn betreffende de archieven van de rechterlijke macht van 13 oktober 2009 en in 2019 volgens de Selectielijst voor de archieven van de rechterlijke macht van 1 augustus 2017. In 2010 zijn de rechtsplegingsdossiers van de jaren 1984-1989 na selectie vernietigd, in 2019 de voor vernietiging aangeduide rechtsplegingsdossiers van de jaren 1990-1998, alsook boekhoudkundige bescheiden, briefwisseling, registers van akten van hoger beroep en voorziening in cassatie enz.
De reeksen waarvan de bewaartermijn was verstreken en die in aanmerking kwamen voor permanente bewaring, zijn in deze inventaris opgenomen.
Van de dossiers gevonniste zaken zijn enkel de dossiers bewaard van de maanden maart van de even jaren en oktober van de oneven jaren, bijvoorbeeld: maart 1990, oktober 1991, enz. Van de dossiers van zaken eindigend op een beschikking niet-vervolging (BV) of ontslag onderzoek (OO) zijn enkel de dossiers van de jaren eindigend op een 8 bewaard, meer bepaald van 1988 en 1998.
De interneringsdossiers van zowel raadkamer als rechtbank zijn integraal bewaard.

Toekomstige aangroei/aanvullingen

Dit archief is niet afgesloten. Op termijn zullen recentere archiefdocumenten van de correctionele rechtbank naar het Rijksarchief worden overgebracht.

Ordening

De ordening die werd gehanteerd, is gebaseerd op de indeling van de Selectielijst voor de archieven van de rechterlijke macht van 1 augustus 2017.
De interneringsdossiers van de raadkamer vormen fysiek een aparte reeks, die van de rechtbank zitten normaliter in de reeks van dossiers gevonniste zaken. Omdat de interneringsdossiers integraal moeten worden bewaard en de serie dossiers gevonniste zaken grondig wordt geselecteerd, zijn de interneringsdossiers van de rechtbank uit de reeks van dossiers gevonniste zaken gehaald en geïntegreerd in de reeks van de raadkamer. In het archiefschema hebben we deze reeks geplaatst na de dossiers van gevonniste zaken.

Voorwaarden voor de raadpleging

Voor de raadpleging van het archief van de correctionele rechtbank gelden volgende modaliteiten van raadpleging:
- archiefdocumenten ouder dan 100 jaar: vrij raadpleegbaar;
- archiefdocumenten jonger dan 100 jaar: toelating van de procureur-generaal bij het hof van beroep te Gent. (12)

Voorwaarden voor de reproductie

Voor de reproductie van archiefdocumenten gelden de voorwaarden en tarieven van toepassing in het Rijksarchief.

Aanwijzingen voor het gebruik

Bij de correctionele rechtbank van Gent zijn alle rechtsplegingsdossiers (dossiers gevonniste zaken, dossiers buitenvervolgingstelling én interneringsdossiers) geordend op rolnummer. In de archiefbeschrijving vermelden we steeds zowel de datum van het vonnis of van de beschikking als het rolnummer. De rol van de correctionele rechtbank (nrs. 1-86) en de alfabetische klapper op deze rol (nrs. 87-101) fungeren als toegang op de minuten van vonnissen en de rechtsplegingsdossiers indien de datum van het vonnis of van de beschikking van de raadkamer niet gekend is.

Documenten met een verwante inhoud

In het Rijksarchief berusten naast dit archiefblok van de correctionele rechtbank Gent ook de archiefblokken met de overgebrachte archiefstukken in de periode vóór 1999 (R36) en de overbrengingen van 1999 (R40), 2003 (R499) en 2004 (R515 en R518).

Bibliografie

DECAVELE J., VANDEWAL C. (red.), De tempel van Themis. Gent 160 jaar gerechtsgebouw en rechtspraktijk, Gent, 2007.
DE CLERCKQ R., Onderzoeksgerechten, Deurne, 1993.
MONBALLYU J., Zes eeuwen strafrecht. De geschiedenis van het Belgische strafrecht (1400-2000), Leuven, 2010.
VAN DEN WYNGAERT C., Strafrecht, strafprocesrecht en internationaal strafrecht in hoofdlijnen, Antwerpen, 2006.
VELLE K., DROSSENS P., 'De rechterlijke macht', in VAN DEN EECKHOUT P., VANTEMSCHE G. (red.)., Bronnen voor de studie van het hedendaagse België, 19e-21e eeuw. Derde herziene en uitgebreide uitgave. Volume I, Brussel, 2017, p. 697-728.
VRIELINCK S., De territoriale indeling van België (1795-1963). Bestuursgeografisch en statistisch repertorium van de gemeenten en de supracommunale eenheden (administratief en gerechtelijk). Met de officiële uitslagen van de volkstellingen. Volume 1, Leuven, 2000.

Beschrijvingsbeheer

De werkzaamheden van de mobiele archiefploeg van justitie bij de correctionele rechtbank van Gent vonden op twee momenten plaats. Katrien De Backer heeft in 2010 de rollen en de geselecteerde rechtsplegingsdossiers tot en met 1989 beschreven en verpakt (in totaal 334 nummers). In overleg met de griffier-hoofd van dienst van de correctionele rechtbank is toen beslist om de overbrenging naar het Rijksarchief uit te stellen. In oktober 2018 is de mobiele archiefploeg, samengesteld uit Tom Goethals en Luc Van Laere, opnieuw bij de correctionele rechtbank gestart. De werkzaamheden liepen tot april 2019. Zij hebben de documenten beschreven, verpakt en geëtiketteerd. De documenten die Katrien De Backer behandelde, zijn hernummerd en geïntegreerd in voorliggende inventaris. Paul Drossens begeleidde de werkzaamheden, stond in voor de controle van de beschrijvingen en de redactie van de inventaris.

 11968 okt. 17 - 1969 okt. 1, nrs. 67722-73113.1 deel
 21969 okt. 2 - 1970 mrt. 23, nrs. 73120-78284.1 deel
 31970 mrt. 24 - nov. 23, nrs. 78295-83250.1 deel
 41970 nov. 24 - 1971 sept. 14, nrs. 83260-88700.1 deel
 51971 sept. 15 - 1972 apr. 10, nrs. 88720-94025.1 deel
 61972 apr. 24 - dec. 29, nrs. 94040-99913.1 deel
 71973 jan. 3 - okt. 2, nrs. 1-6503.1 deel
 81973 okt. 3 - 1974 juni 11, nrs. 6515-14584.1 deel
 91974 juni 11 - 1975 apr. 23, nrs. 14600-28153.1 deel
 101975 apr. 24 - 1976 apr. 12, nrs. 28160-36377bis.1 deel
 111976 apr. 13 - 1977 apr. 7, nrs. 36375-44379.1 deel
 121977 apr. 8 - 1978 juni 13, nrs. 44385-53386.1 deel
 131978 juni 14 - 1979 nov. 30, nrs. 53410-62474.1 deel
 141979 dec. 3 - 1981 feb. 25, nrs. 62480-74333.1 deel
 151981 feb. 26 - 1982 mei 11, nrs. 74335-86497.1 deel
 161982 mei 12 - 1983 sept. 13, nrs. 86500-99985, 1-1959.1 deel
 171983 sept. 14 - 1984 nov. 23, nrs. 1960-20770.1 deel
 181984 nov. 26 - 1986 feb. 5, nrs. 20790-38670.1 deel
 191986 feb. 6 - dec. 29, nrs. 38720-57415.1 deel
 201986 dec. 29 - 1988 jan. 21, nrs. 57440-75459.1 deel
 211988 jan. 22 - 1989 mei 3, nrs. 75480-93307.1 deel
 221989 mei 5 - sept. 28, nrs. 93397-97585.1 deel
 231989 sept. 28 - dec. 29, nrs. 97610-99990, 1-1501.1 deel
 241990 jan. 1 - mrt. 7, nrs. 1520-4501.1 deel
 251990 mrt. 7 - mei 8, nrs. 4520-7336.1 deel
 261990 mei 8 - juli 20, nrs. 7360-10107.1 deel
 271990 juli 24 - okt. 18, nrs. 10120-12972.1 deel
 281990 okt. 29 - dec. 31, nrs. 12990-15897.1 deel
 291991 jan. 3 - mei 28, nrs. 9100001-9101845.1 deel
 301991 mei 2 - sept. 30, nrs. 9101590-9102945.1 deel
 311991 okt. 1 - dec. 31, nrs. 9103298-9104325.1 deel
 321992 jan. 3 - mrt. 31, nrs. 9200009-9201322.1 deel
 331992 apr. 1 - juni 30, nrs. 9201439-9202847.1 deel
 341992 juli 3 - okt. 30, nrs. 9202755-9204321.1 deel
 351992 nov. 3 - dec. 31, nrs. 9204022-9204915.1 deel
 361993 jan. 4 - apr. 30, nrs. 9300001-9302177.1 deel
 371993 mei 3 - sept. 30, nrs. 9301714-9303197.1 deel
 381993 okt. 1 - dec. 31, nrs. 9303249-9304618.1 deel
 391994 jan. 3 - mrt. 31, nrs. 9400022-9401421.1 deel
 401994 apr. 1 - juni 30, nrs. 9401464-9403004.1 deel
 411994 juli 1 - sept. 30, nrs. 9403043-9403707.1 deel
 421994 okt. 3 - dec. 30, nrs. 9403813-9405172.1 deel
 431995 jan., nrs. 1-463.1 deel
 441995 feb., nrs. 465-971.1 deel
 451995 mrt., nrs. 973-1447.1 deel
 461995 apr., nrs. 1448-1794.1 deel
 471995 mei, nrs. 1796-2228.1 deel
 481995 juni, nrs. 2233-2770.1 deel
 491995 juli - aug., nrs. 2771-2900.1 deel
 501995 sept., nrs. 2901-3335.1 deel
 511995 okt., nrs. 3339-3738.1 deel
 521995 nov., nrs. 3740-4175.1 deel
 531995 dec., nrs. 4176-4459.1 deel
 541996 jan., nrs. 1-410.1 deel
 551996 feb., nrs. 411-800.1 deel
 561996 mrt., nrs. 803-1231.1 deel
 571996 apr., nrs. 1232-1538.1 deel
 581996 mei, nrs. 1539-1924.1 deel
 591996 juni, nrs. 1925-2337.1 deel
 601996 juli - aug., nrs. 2341-2471.1 deel
 611996 sept., nrs. 2473-2844.1 deel
 621996 okt., nrs. 2845-3217.1 deel
 631996 nov., nrs. 3218-3557.1 deel
 641996 dec., nrs. 3559-3846.1 deel
 651997 jan., nrs. 1-343.1 deel
 661997 feb., nrs. 348-673.1 deel
 671997 mrt., nrs. 676-993.1 deel
 681997 apr., nrs. 995-1299.1 deel
 691997 mei, nrs. 1301-1601.1 deel
 701997 juni, nrs. 1603-2005.1 deel
 711997 juli - aug., nrs. 2006-2132.1 deel
 721997 sept., nrs. 2133-2528.1 deel
 731997 okt., nrs. 2529-2896.1 deel
 741997 nov., nrs. 2898-3221.1 deel
 751997 dec., nrs. 3226-3472.1 deel
 761998 jan., nrs. 1-344.1 deel
 771998 feb., nrs. 346-678.1 deel
 781998 mrt., nrs. 679-1070.1 deel
 791998 apr., nrs. 1071-1364.1 deel
 801998 mei, nrs. 1365-1708.1 deel
 811998 juni, nrs. 1710-2090.1 deel
 821998 juli - aug., nrs. 2091-2276.1 deel
 831998 sept., nrs. 2277-2638.1 deel
 841998 okt., nrs. 2639-3005.1 deel
 851998 nov., nrs. 3006-3307.1 deel
 861998 dec., nrs. 3309-3647.1 deel
 871970-1972, deel 1.1 deel
 881971-1972, deel 2.1 deel
 891972, deel 3.1 deel
 901973-1975.1 deel
 911976-1977, deel 1.1 deel
 921976-1977, deel 2.1 deel
 931977, deel 3.1 deel
 941977, deel 4.1 deel
 951978-1980.1 deel
 961980-1984 okt., deel 1.1 deel
 971980-1984 okt., deel 2.1 deel
 981984 nov. - 1987 juni, deel 1.1 deel
 991984 nov. - 1987 juni, deel 2.1 deel
 1001987 juli - 1989 mei.1 deel
 1011991.1 deel
102Rol van de raadkamer. 1975-1978.1 deel
 1031976 jan. 5 - 1979 dec. 30.1 deel
 1041980 jan. 21 - 1983 dec. 29.1 deel
105Rol van de raadkamer. 1995-1999.1 deel
106Bijzondere rol van de onderzoeksrechters. 1967-1971.1 deel
 1071980-1985, nrs. 73/80-240/85.1 deel
 1081985-1987, nrs. 241/85-510/87.1 deel
 1091986-1990, nrs. 319/86-72/90.1 deel
 1101990-1993, nrs. 73/90-228/93.1 deel
 1111993-2002, nrs. 229/93-72/02.1 deel
 1122002-2008, nrs. 73/02-192/08.1 deel
 1131971-1975, nrs. 292/71-350/75.1 deel
 1141976-1979, nrs. 1/76-375/79.1 deel
 1151980-1984, nrs. 1/80-144/84.1 deel
 1161984-1988, nrs. 145/84-502/88.1 deel
 1171988-1993, nrs. 503/88-239/93.1 deel
 1181993-2001, nrs. 240/93-108/01.1 deel
 1192001-2006, nrs. 109/01-114/06.1 deel
 1202006-2012, nrs. 115/06-113/12.1 deel